'Knielen' als kunstwerk wel degelijk geslaagd

Filmvenster

Een rubriek over film in Wapenveld kan dit nummer niet om de verfilming van Knielen op een bed violen heen. Het is een film die niet alleen de verhouding religie versus cultuur naar voren brengt, maar ook de verbeelding van de werkelijkheid in kunst tot thema heeft. De achtergrond van Jan Siebelink en zijn gecompliceerde verhouding met het geloof van zijn voorvaderen maakt Knielen op een bed violen extra interessant. Dat geldt niet alleen voor kijkers die 'iets' met geloof hebben: er is ondertus- sen geen televisieprogramma of filmtheater in het land waar Jan Siebelink, Ben Sombogaart of Barry Atsma niet is geweest. Kennelijk raakt Knielen een universele snaar (en het saillante detail dat hoofd- rolspelers Barry Atsma en Noortje Herlaar ook in het 'echt' voor elkaar vielen hielp de publiciteits-machine ook aanmerkelijk).

Het beschouwen van de film, los van het boek, blijkt nog niet zo makkelijk. De film is in de pers gemengd ontvangen. Sommige recensenten legden de nadruk op het acteerwerk en de sfeer, en deze kritieken waren over het algemeen erg positief. Anderen probeerden de film op eigen merites te beoorde- len en waren veel negatiever, omdat in de film de context van de bekering van Hans Sievez ontbreekt. Als je het boek niet hebt gelezen, is de film daarom moeilijker te volgen. Ik parkeer even de vraag of het een goede verfilming is, dat wil zeggen: of het boek adequaat is verwerkt. Ik beschouw eerst de film als op zichzelf staande film.

Knielen op een bed violen is in essentie een liefdes- verhaal tussen twee mooie mensen, die van elkaar houden maar elkaar dreigen kwijt te raken omdat de man (Hans Sievez) wordt meegesleept in een sektarische geloofsbeleving die zijn vrouw (Margje) niet kan meemaken. Het verhaal is bekend: de jonge kweker Hans Sievez is gelukkig getrouwd met de pittige Margje. Samen hebben ze twee kinderen en hoewel Hans als ondernemer matig succesvol is, bouwt het gezin toch gezamenlijk aan een gelukkig leven. Dit verandert als Hans in een geloofscrisis raakt. Hij is lid van de Hervormde Kerk maar kan  de enigszins 'zeverige' preken van de plaatselijke predikant niet aan. Hij voelt zich als een mak schaap  in een kudde en heeft behoefte aan meer radicaliteit. In een grappige scène begint hij tot ontsteltenis van Margje en de oudste zoon Ruben middenin een preek hardop te mekkeren en loopt hij demonstratief weg uit de kerk. Buiten wordt hij opgevangen door oefenaar Josef Mieras, een enigszins mysterieuze figuur in de film, die hem in aanraking brengt met oudvaders en andere calvinistische geschriften. Binnen de kortste keren verandert Hans van een kritische kerkganger in een angstige thuislezer. Margje moet lijdzaam toezien hoe haar man steeds meer wordt meegesleept en ze accepteert onder protest hoe haar zondagse eettafel wordt overgenomen door een macaber gezelschap oefenaars. Dit culmineert in een schrijnende scène waarbij deze mannen een zwarte haag rond het sterfbed van Hans Sievez vormen, terwijl Margje gebukt op de grond tussen de benen van de mannen doorkijkt om haar eigen afscheid van Hans te prevelen. Pas na Hans' dood kan ze het heft weer in eigen handen nemen: ‘Nu is papa weer van ons.’ 

Toch wordt nergens in de film een karikatuur gemaakt van de broeders, de kerk of het geloof in het algemeen. Oplettende kijkers, zeker wanneer zij gepokt en gemazeld zijn in de gereformeerde traditie,  zullen zien dat er losjes wordt omgesprongen met de uiterlijke vormen: op verschillende momenten wordt ritmisch gezongen in plaats van op hele noten en hoewel meestal de tale Kanaäns klinkt, wordt aan het einde van de film 1 Korinthe 13 in de NBG51-vertaling gelezen. Het zal van de persoonlijke houding van de kijker afhangen of dit als storend wordt ervaren: in vergelijking met die andere recente film over de reformatorische gezindte, Dorsvloer vol confetti, pakken de acteurs veel meer de juiste toon en in vergelijking met het boek is de film veel milder ten opzichte van de mannenbroeders.

Jonge varens

De sterkste punten van de film zijn dan ook de sfeer, het overtuigende acteerwerk van met name Barry Atsma en Noortje Herlaar en de vakkundige mise-en-scène (de aankleding van de film). In de Prosperpolder in Vlaanderen werd de kwekerij van Siebelin sr. zo goed nagebouwd, dat Jan Siebelink bij zijn setbezoek al na vijf minuten Barry Atsma begon rond te leiden in plaats van vice versa – ‘Kijk, hier verspeende mijn vader altijd de jonge varens en hier borg hij zijn gereedschap op!’ – zo erg lijkt de filmset op de omgeving waarin hij opgroeide. Tegen het einde van de film, na de dood van Hans Sievez, glijdt de camera langzaam langs de lege werkbank in de kas. Siebelink heeft de film inmiddels een keer of vijf gezien en nog springen de tranen hem in de ogen bij deze scène, omdat het voor hem een levensecht moment is en het hem letterlijk confronteert met de lege plek die zijn vader heeft achtergelaten.

Hiermee raken we tenslotte aan de kwaliteit van de verfilming en aan de gelaagde relatie tussen film, roman en werkelijkheid. In een zaalgesprek in Breda dat ik had met Jan Siebelink vertelde hij dat hij erg gelukkig is met de verfilming, niet alleen omdat hij het een goede film vindt maar ook omdat het hem de mogelijkheid biedt om het ontstane beeld na de hype rond het boek enigszins te corrigeren. Hij vertelde dat hij zich achteraf schuldig voelt ten opzichte van zijn vader: lezers blijken het onderscheid tussen Jan Siebelink sr. en Hans Sievez niet altijd te kunnen maken. Wat Siebelink in de roman wilde accentueren was de herinnering van een klein jongetje aan de mannen die zijn vader van hem afpakten. Vandaar dat hij de oefenaars nogal wanstaltig heeft beschreven en scherp laat zien hoe Hans Sievez zijn zaak en gezin verwaarloost. Daar toont zich de gekwetste zoon en dus ook de liefde die hij voor zijn vader voelt, maar veel lezers zagen dit over het hoofd. Ben Sombogaart en scenarist Hugo Heinen hebben juist deze liefde in het gezin benadrukt. Ze wilden nadrukkelijk dat kijkers met de hoofdper- sonen konden meeleven, dus hebben ze expres Barry Atsma in de rol van Hans Sievez gecast. Hij belichaamt niet alleen de schoonheid van Hans Sie- vez maar ook zijn kwetsbaarheid en lichtvoetigheid. Noortje Herlaar is sterk in het benadrukken van de kracht van Margje, die gevangen zit in haar rol van echtgenote maar die zich ook niet de kaas van het brood laat eten. Daarmee zijn deze twee persona- ges veel dichter bij de werkelijkheid van Siebelinks ouders gekomen.

Zo wordt deze film, die eigenlijk een dubbele interpretatie van de werkelijkheid is (een kunstzinnige
interpretatie van een kunstzinnige interpretatie van een herinnering aan een echte situatie) paradoxaal 
genoeg de vertolker van een 'echte' waarheid. Waarmee geconcludeerd kan worden dat de film als kunstwerk dus wel degelijk geslaagd is.

Knielen op een bed violen
regie: Ben Sombogaart / scenario: Hugo Heinen / met: Barry Atsma, Noortje Herlaar, Marcel Hen- sema. Nederland 2016, 118 min.

Rinke van Hell is onderzoeker en opleidingsdocent Praktische Theologie aan de Christelijke Hoge- school Ede en freelance recensent bij het Neder- lands Dagblad. Zij promoveert op de relatie tussen film en theologie.

Terzijde voor geïnteresseerde lezers

In het boek raakt Hans Sievez onder de invloed van oefenaars in de kringen van de fictieve dominee Poort. Deze figuur is gebaseerd op
ds. J.P. Paauwe. Met name in het boek worden diverse oudvaders aangehaald (hoewel Hans Sievez ook in de film een indrukwekkende biblio- theek opbouwt). Voor een gedegen studie van de verwijzingen naar deze literatuur in de roman Knielen op een bed violen, zie Marijntje Gerling, Gekweekte regels. De boeken van Jan Siebelink senior; uitg. Brandaan, Barneveld, 2012; ISBN 978 94 6005 018 3; 157 blz.