Erfgenamen zonder erfenis

Hans Achterhuis en Maarten van Buuren over de tien geboden

Abstract

Onlangs kwam van hen een gezamenlijk geschreven boek uit, Erfenis zonder testament – filosofische overwegingen bij de tien geboden 3. Het betreft lezingen in het kader van het Utrechtse Studium Generale-programma. In zekere zin keren beiden terug naar hun oorsprong; ze stellen zich de vraag wat er meegaat uit hun religieuze erfenis. Dat levert bijzondere lectuur op. Enerzijds voelen ze zich erfgenamen zonder erfenis. De kloof tussen het woestijnvolkje dat door openbaring de tien woorden ontving en de moderne cultuur is in hun ogen te groot geworden. De geboden zijn in hun letterlijke betekenis achterhaald. Maar de ‘volstrekte horizontale immanentie’ van iemand als evolutiebioloog Frans de Waal vinden ze toch ook ‘te simpel, te eenduidig, te plat’.
(...)
Van Buuren: Dat ik die tien geboden wilde doen komt voort uit mijn Maassluizer verleden. Het is mij met de paplepel ingegeven. Ik heb weliswaar met het geloof gebroken, nog voor ik belijdenis zou doen, maar ik heb wel catechisatie gehad. Die breuk met het geloof is relatief. Later realiseer je je dat je het helemaal niet van je af kunt zetten. Het heeft je identiteit mede bepaald;  het is een erfenis die je meeneemt. Ik had er gewoon zin in om eens te kijken wat er zou gebeuren als je dat wat je als jongen is aangereikt vanaf de kansel, confronteert met dat wat hedendaagse filosofen over datzelfde onderwerp te berde brengen. Wat kun je er nu nog mee? Dat leek mij een interessante invalshoek.

(...)
Achterhuis: Ik heb in mijn werk, in navolging van Arendt,  veel het woord genade gebruikt. Dat heeft te maken met de diepe vreugde over het feit dat de ander er is. Het zijn anderen die mijn leven bepaald hebben. Ik heb uitgeverij Boom ook gebeld dat ik ontevreden ben over de vertaling van Hannah Arendts The human condition onder de titel: ‘De mens’. Dat is zo’n verkeerde vertaling. Voor Arendt bestaat de mens niet als individu, maar is hij altijd verbonden met anderen in netwerken.

Toen ik Denker des Vaderlands was werd mij eens gevraagd wat ik moest doen om Hans Achterhuis te worden. Dat was zo’n gekke vraag. Ik kon het daarbij alleen maar over anderen hebben. Natuurlijk heb ik zelf dingen gedaan, maar anderen voegen zoveel toe aan je leven. Dat zit er bij mij diep in. Wij hebben onlangs ons vijftigjarig huwelijk gevierd. Maarten was er niet, want hij liep vast met zijn gehuurde auto. Gelukkig kwamen de andere genodigden wel opdagen. Daar hebben wij hun gezegd dat wij vast niet bij elkaar waren gebleven als zij er niet geweest waren. Daarmee zeg ik niet zozeer iets over ons huwelijk. Maar in je leven en dus ook in je huwelijk zijn er altijd momenten dat je naar je vrienden toe moet. Dat was geen vroom praatje. Je bent individu in een netwerk.
(...)
Van Buuren: Ik heb woorden als liefde van kinds af aan gemeden en dat heeft alles te maken met mijn ervaringen thuis. De schrik slaat mij om het hart als ik dat woord moet gebruiken. Ik weet gewoon niet wat ik zeg als ik zeg dat ik van iemand houd. Dat zijn woorden waar ik de strekking niet van kan bevatten. Dat geeft mij natuurlijk ook problemen.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.