Geloven in een seculariserende tijd

Elk woord, al is het eeuwenoud, mag telkens spreken als nieuw

Abstract

Het woord spiritualiteit is overigens een noodoplossing. Het is een soort voorwoord, gebruikt door al diegenen die ervan overtuigd zijn dat er meer is tussen hemel en aarde, maar voor die overtuiging niet meteen weer kunnen terugvallen op de traditionele kerkelijke religies. Wat houdt deze spiritualiteit in? Als ik haar voor mezelf het kortst moet aanduiden, spreek ik van een derde standpunt. Dat heeft een filosofische achtergrond, ik doe het met het oog op de tweeledigheid die eigen is aan het Europese denken, waarin men ofwel idealist is ofwel materialist, waarin objectief staat tegenover subjectief, absoluut tegenover relatief, vrijheid tegenover noodzaak. Hoewel de christelijke kerken de Bijbelse openbaring tot grondslag hebben, staan ook zij hier niet los van, alleen al omdat de hermeneutiek en de theologische bezinning zich verregaand op deze wijsgerige traditie baseren. Een derde standpunt heeft implicaties voor alle fenomenen, zoals dat van de waarheid. In mijn gedachtegang laat ik mij leiden door een uitspraak van Mahatma Gandhi, die ik, toen ik haar ooit las, spontaan kon beamen: dat alle religies eindige antwoorden zijn op een en hetzelfde raadsel.
(...)
De gangbare definitie van waarheid waar ook de moderne wetenschapper zich nog steeds in kan vinden luidt: waarheid is de overeenstemming tussen een uitspraak en een stand van zaken. Deze definitie gaat terug op Aristoteles, die van homioosis sprak, gelijkenis. Dit werd in het Latijn vertaald met adequatio, wat wij op onze beurt met overeenstemming vertaalden. Maar wat houdt dit laatste in? Wonderlijk genoeg is daar in het verleden nooit naar gevraagd. Waar wel naar gevraagd werd is de grond van de overeenstemming. In de scholastiek stonden de ideeën in de geest van God voor de waarheid garant, in zoverre onze begrippen daarmee overeenstemden. In de moderne tijd zijn dat kritische voorwaarden geworden, zoals experimentele vaststelbaarheid en rationele argumentatie. Maar bereiken die de kant van de dingen zelf nog? Kan er nog van overeenstemming worden gesproken?
(...)
De openbaringskracht van religie heeft betrekking op het goede, zoals die van de kunst dat heeft op het schone en die van de filosofie dat heeft op het ware. Dit palet wordt tegenwoordig nauwelijks meer gezien. Filosofie, kunst en religie vormen de domeinen waar de geest vrij is. Zij worden geacht het contact te onderhouden met de bron voor respectievelijk de wetenschap, de techniek en de moraal. Filosofie is de vreugde van de verheldering en kunst de vreugde van de vormgeving, en is religie niet de vreugde van de liefde?
(...)
Als er iets in de spirituele herbezinning naar voren komt, is dat een derde standpunt, dat niet alleen niet haaks op het leven hoeft te staan, maar dit vanuit zijn verborgen oorsprong altijd al ten diepste heeft bezield, dat van het hart. Naar de letter van de Bijbel dient de vrouw ondergeschikt te blijven aan de man, maar het hart van de Bijbel, van in elk geval het Nieuwe Testament, geeft dat niet een ander antwoord? Een dat maakt dat ook de geest zich anders te verstaan geeft dan als bewaker van de Wet? God werd in Jezus Christus geen man, maar mens.
(...)
Het derde standpunt van het hart verwijst niet alleen naar het innerlijke en innige van de band met de oorsprong, maar ook naar het affectieve van die band. Een belangrijke vraag bleef in de paragraaf over waarheid onvermeld, de vraag naar het criterium van waarheid. Wat maakt dat ik kan geloven? Dat ik op openbaring kan vertrouwen? Juist de striktheid waarmee wetenschap waarheid van onwaarheid vermag te onderscheiden, maakt dat zij het predicaat waarheid ook uitsluitend voor zichzelf wenst te reserveren. Het domein van het hart echter behelst een levend criterium dat ook voor de wetenschap - of zij wil of niet - van eminent belang blijft en dat alle manifestaties van openbaarwording de maat neemt, te weten de intensiteit van de beantwoording, de mate waarin wij bij al wat we denken, vervaardigen of doen zodanig zijn afgestemd , dat de zaak, de ervaring of de gebeurtenis die om een antwoord vragen, met onze overdenking, verwoording of handeling kunnen instemmen. Zo kan het begrip van waarheid als overeenstemming blijven staan, als we daar het tussen, het open midden, het domein van het hart in beluisteren als een fluctuerende speelruimte van afstemming en instemming.


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.