Geestverruimend of geestbeperkend?

Eenzijdig individualistische benadering in Onderwijs2032

Abstract

Na lang wachten en uitzien ligt het rapport er dan eindelijk, Onderwijs2032, het antwoord op de immer dalende positie van Nederland op de ranglijst van internationaal onderzoek naar de kwaliteit van onderwijs, docenten die niet weten wat ze met hun vak aan moeten en reikhalzend uit hebben gekeken naar houvast. Wie of wat pakt het conservatieve onderwijsveld nu eens bij de kladden? Al die betrokkenen kunnen opgelucht ademhalen nu de socioloog prof. dr. Paul Schnabel, voormalig directeur van het SCP, zijn veldverkenningen heeft aangeboden aan de bestuurskundige Sander Dekker, staatsecretaris van Onderwijs.
O, wacht... Zo had het misschien moeten gaan. Een korte blik op de recente onderwijsgeschiedenis leert ons wat anders. Na de Mammoetwet (1968), de basisvorming (1992), de invoering van de tweede fase (1998) en de afschaffing van de basisvorming (2006), om er maar een paar te noemen, staat er nu weer een rapport met een koerswijziging op stapel. Ons Onderwijs2032, zo luidt de volledige titel. En dat na het vernietigende rapport ‘Dijsselbloem’ (2008), waarin deze commissie onder andere concludeerde dat de overheid zich te veel had bemoeid met de didactiek en te weinig met het zeker stellen van de kerntaak: kwaliteit van onderwijs. En de aanleiding voor dit rapport dan? Tja, wat moet je ervan maken? De tijden veranderen, de wereld zal in de toekomst nog meer geflexibiliseerd, geglobaliseerd en gedigitaliseerd zijn dan nu al het geval is. In de samenvatting van het rapport wordt gesteld: ‘Het is duidelijk dat er een nieuwe koers in het onderwijs nodig is om leerlingen die nu voor het eerst naar school gaan de kennis en vaardigheden mee te geven die ze nodig hebben wanneer ze in 2032 aan hun volwassen en werkende leven beginnen’ (8). Of dit zo evident is, is natuurlijk de vraag.(...)

Op welke wijze raken Schnabel en de zijnen dan aan kenmerken van het leven in de laatmoderniteit? Ik noem drie voorbeelden, die te maken hebben met respectievelijk rationalisering, individualisering en flexibilisering (globalisering). Rationalisering heeft wetenschappelijke vooruitgang, technologische ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Lange tijd, met name in de negentiende eeuw, bracht het de overtuiging dat heel het leven beheersbaar zou worden. Wetenschap als betrouwbare bron van vooruitgang. Maar consequente rationalisering stelt bijvoorbeeld ook de principes van de wetenschap ter discussie. En meer weten betekent ook rekening houden met meer risico’s. Zoals de Prediker het al zei: ‘Kennis vermeerdert smart’ (1, 18). De voortgaande rationalisering heeft er dus voor gezorgd dat we op allerlei niveaus druk zijn met het inschatten van risico’s en het verminderen hiervan. Hoe is dit te herkennen in Onderwijs2032? Het rapport komt voort uit de vrees dat met name technologische ontwikkelingen zo snel gaan dat we het risico lopen dat het onderwijs tekortschiet in het anticiperen op een veranderde wereld. Het moet veranderen om te anticiperen op wat komen gaat. Verander je niet, dan loop je het risico om achter te blijven (‘Om die positie voor de toekomst veilig te stellen’). Precies dat anticiperen op risico’s is een kenmerk van het leven in de laatmoderniteit, zoals de socioloog Beck dat beschreef in zijn Risikogezellschaft. Het is overigens ergerniswekkend hoe niet alleen in dit rapport, maar in talloze discussies het ‘argument’ klinkt dat iets ‘niet (meer) van deze tijd’ is.(...)

In het verlengde van de analyse van het rapport als symptomatisch voor de laatmoderniteit, vertoont het onderwijskundig gezien een aantal mankementen. Als eerste de idee dat ‘de toekomst’ het onderwijs een bepaalde kant op dwingt. In het rapport wordt de impact van digitale ontwikkelingen benadrukt. Hoe begrijpelijk ook, het is niet noodzakelijk hierdoor van de wijs te raken. De meeste leerprocessen zijn bijvoorbeeld niet afhankelijk van de middelen die je inzet. Daarnaast moeten we nuchter constateren dat de toekomst zich moeilijk laat vatten. Hadden wij rond de eeuwwisseling kunnen bevroeden welke digitale mogelijkheden er in 2016 zouden zijn? En, is de programmeertaal ook niet in rap tempo veranderd? Kom nu nog maar eens aanzetten met programmeertaal C! Dit betekent niet dat we onze ogen moeten sluiten voor een veranderende wereld. Integendeel, juist met het oog op die wereld dienen we te kijken welk ‘basispakket’ er nodig is. En dan is een goede beheersing van taal, wiskunde, kennis van geschiedenis en aardrijkskunde een betere basis dan ‘de laatste digitale mogelijkheden kennen en kunnen bedienen en gebruiken’ (33).

Een nog fundamenteler vraag is of je het onderwijs moet laten bepalen door toekomstige ontwikkelingen of door wat je wenselijk acht voor het kind en het breder verband voor de samenleving. Waarbij ‘het goede’ het uitgangspunt is, niet de vraag van de markt. Het laatste verdient wat mij betreft de voorkeur. Je hebt je in de maatschappelijke praktijk (MacIntyre) van het onderwijzen altijd te verantwoorden ten opzichte van de traditie van het ambacht waarin je staat. Van de schouders van reuzen uit het verleden – duizenden jaren aan inzicht over goed onderwijs – afklimmen en zelf spoorzoekertje spelen holt de praktijk uit.
Ten tweede is de benadering van het rapport, zoals hierboven al geconstateerd, eenzijdig individualistisch. En begrijp me goed, er is geen gegronde reden talenten te laten liggen. Maar het is een beperkt beeld van onderwijs als het draait om mijn route tot leren. Zeker als ervan uit wordt gegaan dat ik als puber als vanzelf sta te springen om te leren. Je zou denken dat we dat na de invoering van de tweede fase wel hadden geleerd. Dat kom terug in frases als: ‘De leerling moet onderwijs krijgen dat aansluit bij zijn interesse’, ‘het onderwijs moet relevant zijn voor leerling’ (44) of: ‘persoonsvorming krijgt gestalte in het hele onderwijsaanbod en vraagt om onderwijs dat voor de leerling van betekenis is’ (27). Als de toekomst van het onderwijs afhangt van de vraag of de leerling het al dan niet relevant vindt… Daarenboven heeft onderwijs altijd iets in zich van ontmoeten. Er komt iets van ‘de andere kant’. Dat geldt zowel leraar als leerling. Beiden worden ‘ik’ in het aangezicht van de ‘ander’ (Levinas). Als het goed is worden er op scholen werelden geopend waarvan leerlingen het bestaan nog niet afwisten. En óf dat relevant is! (...)

Ik durf het zo dicht bij de herdenking van 500 jaar Reformatie nauwelijks te zeggen, maar… Zou het geen idee zijn om het klooster nieuw leven in te blazen? Ik bedoel dan het klooster als beeld van school. Nee, dan heb ik het niet over een zogenaamd gesloten bastion met oogkleppen op. Zo werkt het trouwens ook helemaal niet. Kijk maar eens in een goed functionerend klooster: als eerste is het klooster een gemeenschap. Ten tweede wordt er gestudeerd op de traditie, maar ook op niet-christelijke auteurs. Misschien nog wel het belangrijkst: het klooster kent een liturgie die verder strekt dan de zondag: iedere dag. Dat is wat mij betreft de moeite waard om eens goed over te worden doordacht: is het mogelijk op school ruimte te creëren voor liturgie, meer dan het bidden en danken voor het eten? Ik noem maar wat, op vaste momenten: bidden, bijbelstudie, zingen, stil zijn, geconcentreerd lezen. Verder zijn de kloosterlingen gastvrij voor reizigers van buitenaf.  Zelf komen de kloosterbewoners ook buiten het klooster, in de stad om de werken der barmhartigheden te verrichten. Bij het klooster worden de landerijen verzorgd, gewassen en kruiden geteeld en boeren opgeleid. Zieken worden er verpleegd. Zien we het voor ons?

Het klooster als een oefenplaats voor hoofd, hart en handen, gedragen door de liturgie, voordat jongeren volledig in een wereld terecht komen die meer individuele verantwoordelijkheid vraagt en minder vastigheid en structuur biedt dan ooit tevoren. Herman Finkers dichtte: ‘Verlicht maar weinig zicht, m’n God wat ik u schreeuw/Geef ons voor extra licht/ zo’n donkere middeleeuw’. Doe mij dan maar zo’n klooster erbij. Met dank aan Onderwijs2032.


 

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.