Vormende verhalen in tijden van vervreemding

Een groot verlangen naar geborgenheid

Abstract

De verweesde samenleving van Pim Fortuyn roept bij mij nog altijd gevoelens van sympathie op. Het is ook jeugdsentiment. Het zal in vwo-5 geweest zijn dat er bij Nederlands een betoog geschreven moest worden. Ter inspiratie – ik weet niet meer hoe ik eraan kwam – had ik het boekje van de vermoorde opiniemaker gelezen. Nederland, zo schetst het pamflet, was onderweg in de moderniteit wat kwijtgeraakt: gemeenschapszin en broodnodige beschaving. Het is op de keper beschouwd op z’n minst opmerkelijk dat ik werd geraakt door het betoog van Fortuyn. Ik groeide op in een warm nest, in een christelijke gemeenschap, in het rustige Zeist, en had alle kansen van de wereld. Wat is in die omstandigheden een verweesde samenleving, anders dan  sentimenteel gewriemel?(...)

En toch ligt het onbehagen voor het oprapen, en daarvoor hoef je niet eens naar het ‘Trumpisme’ in de VS te kijken. Om nog een voorbeeld te noemen: het laatste commentaar van de NRC in 2016 kopte niet zonder reden ‘Afscheid van een jaar waarin alle zekerheden leken te verdwijnen’. Alle reden dus om aan dit onbehagen en deze onzekerheid een jaarserie te wijden, onder het thema ‘Vervreemding’. In dit inleidende artikel wil ik twee dingen doen: als eerste het begrip vervreemding verkennen en vervolgens enkele van de ‘conflictgebieden’ aanstippen waar die vervreemding zich voordoet.(...)

Vervreemding laat zich voelen als we denken vrij te zijn, maar niets te kiezen hebben. Want vrij zijn we. Dat blijkt al uit de keuzes die we al dan niet kunnen maken zonder dat iemand ze ons oplegt. Van studie tot samenlevingsvorm: kiezen maar. Die vrijheid is uniek. En toch, hoe vaak worden onze keuzes niet gestuurd? Naast vrijheid is er – bewust dan wel onbewust – sprake van disciplinering. Onze keuzes worden gestuurd door onze omgeving, relaties, overheden, cultuur, noem maar op. Het blijkt op talloze niveaus: in ons consumptiegedrag en in onze studiekeuze bijvoorbeeld. Toegenomen vrijheid gaat zo – paradoxaal genoeg – samen  met andere, nieuwere, intensievere (?) vormen van onvrijheid.  
Vervreemding lijkt op te treden als de schaduwkant van bevrijdende individualisering.  Een schaduwkant die zich (steeds meer) laat voelen. Psychiater Frank Koerselman schetste dit in een interview (NRC, 17 december 2016): ‘Het is een nieuw ‘1968’, maar dan de andere kant op. In de jaren vijftig heerste de behoefte aan geborgenheid; men verschool zich in zijn eigen zuil. In de jaren zestig kwam langzaamaan het besef dat iedereen wel genoeg geborgen was. Toen wilden we ons opeens allemaal graag losmaken. We moesten zelfstandige individuen worden, bevrijd van al die knellende banden. Geen verschil meer tussen de arbeider en de directeur, tussen mannen en vrouwen. Inmiddels is er weer een groot verlangen naar geborgenheid. Mensen willen weer vooral zekerheid; terug naar de hiërarchie, naar de veilige zuil. Geen Europa meer, maar het kleine Nederland. Terug naar de veilige haven, die uiteraard gekenmerkt wordt door steile en hoekige kademuren waar geen vreemdeling overheen mag klimmen.’ De wal keert het schip.Onlangs verscheen de lustrumbundel (XIII) van de CSFR, met de veelzeggende titel Vast in verwarring. In de inleiding werd nog verwezen naar Verbrugges Staat van verwarring. We zijn ‘ontaard’ en ‘ontlijfd’, leven steeds meer los van plaats, los van lichaam; geen wonder dat we ons dan ‘verweesd’ voelen.(...)

Een tweede thema waar verweesdheid zich laat voelen, is Europa. Breed in Europa leeft onder de bevolking het gevoel dat ‘zij’ in Europa – en Brussel en ja, ook nog geld verspillend in Straatsburg – ver van de dagelijkse werkelijkheid af staan. We zijn wees van onze Europese leiders. Omgekeerd rekent de Europese elite op meer support en begrip voor dit prachtige project. Wat een ondankbaarheid. We zijn wees, zonder dankbare kinderen. Waar is het misgegaan? De Europese samenwerking in de jaren vijftig ontstond in gezelschappen met een uitgesproken christelijk cultureel fundament. En het noodzakelijke besef: nie wieder Krieg! De Duitser werd daarom zijn verleden vergeten. Zo werkten de Jood Kohnstamm en de Duitse oorlogsofficier Behr aan een nieuwe toekomst. We beginnen een nieuwe wereld, gedreven om een nieuwe rampzalige oorlog te voorkomen. Meer dan een optelsom van nationale belangen. Het tekent het gemis aan verhaal van vandaag. Waar komen we vandaan en waar willen we met Europa naartoe? Welk verhaal zou Europa kunnen begeesteren? (...)

Een buffer tegen vervreemding zouden maatschappelijke verbanden kunnen zijn. Ondanks de ontzuiling is Nederland nog steeds een georganiseerd land, een kampioen maatschappelijke organisaties. Zoals Duyvendak en Boutellier duidelijk maken resulteert de laatmoderniteit niet in maatschappelijke chaos. Maar hoeveel draagkracht hebben lichte gemeenschappen in een improvisatiemaatschappij om een verhaal te creëren, om vervreemding tegen te gaan? En in hoeverre zijn die organisaties nog ontmoetingsplekken voor groepen uit alle lagen van de samenleving die een gezamenlijk doel nastreven? Zelfs sportverenigingen lijken clubjes van ‘ons soort mensen’ te worden. ‘Gemengde’ huwelijken tussen hoog- en laagopgeleiden nemen ook af, waardoor beide kringen elkaar steeds minder raken. Het stelt ons voor de vraag in hoeverre de kerk nog een plek is waar de bakker en de advocaat elkaar ontmoeten. En of er binnen de kerkgemeenschap ontmoeting is tussen beide – afgezien van de gedeelde harde kerkbank. En welke taak ligt er voor de christelijke gemeenschap in het bieden van tegenwicht tegen vervreemding? Wat kan de kerk?(...)

Vervreemding als jaarthema betekent tot slot niet dat we de dijken gaan ophogen, de gordijnen dicht doen en de haard aansteken, slechts somberend over vergane glorie. Want om maar iets te noemen – de theologen mogen er meer woorden aan wijden – heeft vervreemding in gelovig perspectief niet iets bevrijdends? Dat God je oproept je biezen te pakken en op weg te gaan, ‘ga uit je land’. ‘Gij maakt mij steeds meer vreemdeling’, zoals het lied zingt.  Om het klassiek te zeggen, vervreemding is dat ik niet meer van mijzelf ben, maar van Jezus Christus. Dan: ‘vervreemding’ als bevrijding: ontworteld leven als vrije vogel voor Gods aangezicht, in Gods werkelijkheid. Want bij de Ander ben ik werkelijk thuis.

 

 


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.