Paradijselijk

Abstract

Als kleuter al was ik dol op sprookjes. Maar de slotzin ‘…En ze leefden nog lang en gelukkig.’ beviel me niet. Ik zag mensen voor me die iedere morgen ontwaakten met een glimlach om de lippen, en dan rustig samen ontbeten, en plannen maakten, en het daarbij meteen eens waren met elkaar. ‘Goed idee! Eerst een paar uur werken, daarna een strandwandeling, een siësta, dan even spelen met de kinderen, en ’s avonds samen naar dansles, of nog een uurtje tuinieren, zwemmen, bijpraten met vrienden…’ Zouden gelieven dat werkelijk een leven lang kunnen volhouden? En waarom moest dat leven trouwens lang zijn? Was dat, is dat geluk: samen en alleen aangename dingen doen, werken en genieten? Als kleuter werd ik al opstandig bij de gedachte aan die vredige prinsenen- prinsessenlevens. Goed, er was wat voor nodig geweest om zo’n paradijselijke staat te bereiken.
Het huwelijk werd in alle gevallen gepresenteerd als een beloning voor moed, vertrouwen en het stilzwijgend doorstaan van veel ellende. Hoe zwaarder de beproevingen, hoe zoeter de smaak van de duurzame, langdurige liefde-tot-de-dood. De ideale toestand was bereikt, dus waren er geen idealen meer nodig. Het land werd misschien goed bestuurd door het nieuwe vorstenpaar, maar dat was het dan ook wel.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.