Een synode is geen parlement

Column

De kerkorde van de Protestantse Kerk zegt met zoveel woorden (Ord. 4.3.3) dat de meerdere vergaderingen in de kerk openbaar zijn. Bij een vergadering van de generale synode zit de schrijvende pers, bij een hot item is er de radio, en als er echt iets aan de knikker is zelfs de TV. Zo zat ook ik vrijdag 16 november de hele dag ter synode op de tribune. Ik had de hele discussie over een belangwekkende Israël-nota zelfs thuis live, via Internet, kunnen meemaken.
Die openbaarheid van de meerdere vergaderingen is een groot goed, maar maakt de synode ook kwetsbaar. De kerkorde zegt namelijk in datzelfde artikel dat de afgevaardigden naar die meerdere vergaderingen daar zitten zonder last of ruggespraak. Net als onze volksvertegenwoordigers in het parlement. In het vrije debat moeten kamerleden waarheid en recht vinden. Maar daar komt in het parlement steeds minder van terecht. Partijdiscipline, media-aandacht, je herverkiezing als kamerlid over vier jaar, je toekomstige ‘marktwaarde’ in het bedrijfsleven, dat alles maakt het zelfstandig oordeel schier onmogelijk. Alles draait in onze media-cratie om beeldvorming. De doodsteek voor ‘zonder last en ruggespraak’.
Vrijdag 16 november leek de synodevergadering van de Protestantse Kerk in De Werelt in Lunteren op het parlement. Op het podium zat het Moderamen als een soort kabinet. Afgevaardigden voerden het woord achter een katheder, of stonden in de rij bij de interruptiemicrofoon. Achter in de zaal de pers. Sommige tijdschriften hadden zich al stevig op de zaak geworpen, meningen gepeild, tegen elkaar uitgespeeld. Het leek allemaal op het parlement, maar het was zo niet.
Waarin verschilde de synode van een parlement? Er waren geen afgevaardigden van partijen aan het woord, maar mannen en vrouwen die zonder last of ruggespraak waarheid zochten, in een gedeeld besef dat die niet in onze macht ligt. Er was in de synode een diep besef dat het belang van Jood en Palestijn in Israël en Palestina alle belang van eigen gelijk overstijgt. Er werd beargumenteerd, bewogen, soms waarschuwend omwille van wat (wie) op het spel staat, gesproken. Er werd geluisterd in de bereidheid overtuigd te kunnen worden. Zo kan het dus ook, constateerde ik dankbaar.
‘Zonder last en ruggespraak’ is een groot goed in de kerk. Een plurale kerk als de onze zou kapot gaan, wanneer de ambtelijke vergaderingen een parlement van fracties zouden worden, zoals de predikantenbeweging Op Goed Gerucht mijns inziens te veel wil. Een plurale kerk komt alleen verder door een open debat van ambtsdragers zonder last en ruggespraak. Dat vraagt wel mannen en vrouwen in de synode met een zelfstandig oordeel, die onbevreesd zeggen wat ze te zeggen hebben en bereid zijn overtuigd te worden. Wie nooit eens van mening veranderde, heeft niet echt iets geleerd.’ Dat geldt zeker in de kerk.
Omwille van dit vrije debat ter synode vroeg het moderamen met klem aan de synodeleden om voorafgaande aan de vergadering terughoudend te zijn ten opzichte van de pers. Ik billijk die oproep. Ik hoop echter ook dat het moderamen nooit verder gaat. Elke grote organisatie heeft de natuurlijke neiging het debat te willen beheersen, meningsvorming te kanaliseren, om zo de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Een van de middelen is mensen met zachte en eventueel harde hand een schrijf- of spreekverbod op te leggen. Die kant moet het niet op. Een Protestantse Kerk leeft van het open debat in kranten, tijdschriften, op studiedagen. Synodeleden laten zich voeden door deze discussies, kunnen wat mij betreft ook meedoen. Als zij maar ruimte houden voor die gedachtewisseling ter synode waar het er echt op aan komt. Dat vraagt besef van wat een ambt is. Wie in het ambt staat is geen dienaar van een partij of mening, maar is gezonden met volmacht om te luisteren en te spreken. Ik ging dankbaar naar huis vrijdag 16 november.