Jaarseries

Hoe wilt Gij zijn ontmoet — jaargang 48, 1998

In deze jaarserie wordt de vraag gethematiseerd in hoeverre de omgang met God zijn eigen geheiligde vormen vraagt en hoe die vormgeving zich verhoudt tot de huidige tijd en cultuur. Deze vraag zal de komende jaargang centraal staan in Wapenveld en van allerlei kanten benaderd worden. De EO-conferentie die vorig jaar gehouden werd over het thema 'De boodschap en de kloof' vormt mede de aanleiding voor deze serie. De conclusie van dat congres was min of meer dat het aansluiten bij de postmoderne nadruk op ervaring noodzakelijk is voor de kerken, wil men de boot niet missen. Aan de hand van het gedachtengoed van priester Frits van der Meer, cultuursocioloog Carl Rohde en filosoof Walter Benjamin wordt duidelijk gemaakt dat een dergelijke conclusie tal van vragen opwerpt. Vragen die de komende jaargang in de serie 'Hoe wilt Gij zijn ontmoet?' aan de orde zullen komen

Hoe wilt Gij zijn ontmoet?

Herman Oevermans en Wim Dekkerjaargang 48, nummer 1, februari 1998

Op zondag 18 januari werd in de Utrechtse Salon een debat gehouden over het hebben van kicks. 'Steeds meer mensen gaan op zoek naar een piekervaring, door te bungyjumpen, strandzeilen of door ongeoefend de Alpen te beklimmen. Wetenschappers op de Zuidpool moeten steeds vaker uitrukken om toeristen te redden die voor tienduizenden dollars een avonturenvakantie tussen de pinguïns hebben geboekt' . Psycholoog T. van Egmond legt de verbinding van het op zoek zijn naar kicks met het verdwijnen van gevaar uit het dagelijks leven. 'Pas toen het gevaar uit het dagelijks leven verdween, ging men op zoek naar de kick om de kick. Helaas zijn de meeste piekervaringen slechts beperkt houdbaar. Bij je eerste parachutesprong ben je echt aan het gillen in de lucht, zo gaaf is het. Dat gevoel komt bij de volgende sprongen nooit meer terug.' Bas Heijne die in het afgelopen Kerstnummer van de NRC een poging tot verklaring deed, komt tot de slotsom dat het zoeken naar kicks - Heijne gebruikt zelf de term orgie - een poging is om te ontkomen aan ons hyperreflexieve en geïndividualiseerde leven. Onze tijd is de tijd van het commentaar. Elke gebeurtenis moet zo snel mogelijk verklaard en geïnterpreteerd worden. In de roes pogen we hieraan te ontkomen .

http://wapenveldonline.nl/artikel/232/hoe-wilt-gij-zijn-ontmoet/

Lees verder

Dr. H. Vreekamp over 'Hoe wilt Gij zijn ontmoet?'

Herman Oevermans en Wim Dekkerjaargang 48, nummer 2, april 1998

In het vorige nummer is het kader aangegeven van de vragen die ons dit jaar in de serie "Hoe wilt Gij zijn ontmoet" zullen bezighou­den. Daarbij is aangegeven dat de ontmoeting met God en het besef van zijn heiligheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Maar heiligheid blijkt geen ondubbelzinnige categorie meer te zijn in de moderne tijd, zoveel is ook duidelijk geworden. Van der Meer fulmineerde tegen het roekeloos afschaffen van de door de traditie geijkte vormen. Vanuit het besef dat de omgang met God - om zo te zeggen - niet los verkrijgbaar is. Wie dat wel meent kon weleens bemerken dat er geen tegenover meer is. Volgens Rohde is echter het concept van heiligheid een menselijk produkt dat in deze gefragmenteerde en geindividualiseerde tijden tal van verschillen­de vormen kan aannemen. Maar hoe zit het met deze contrentatie op het subject?

http://wapenveldonline.nl/artikel/278/dr-h-vreekamp-over-hoe-wilt-gij-zijn-ontmoet/

Lees verder

'Beleving wordt ingezet in een hardnekkige leemte'

Herman Oevermansjaargang 48, nummer 3, juni 1998

"In het inleidende artikel van Hoe wilt Gij zijn ontmoet? licht je de teloorgang van het heilige in ons bestaan toe aan de hand van Walter Benjamins analyse van de verdwijning van het auratische uit onze ervaring van de kunst. Benjamin definieert de aura als eenmalige verschijning van een verte. Dit auratische verdwijnt in de technische reproduceerbaarheid: uniciteit maakt plaats voor herhaalbaarheid, verte voor beschikbaarheid. Je kunt ook zeggen: we halen alles in ruimte en tijd nabij. Met dit transformatieproces gaat in de ervaring een afbraak gepaard van wezenlijke bindingen, die aan een collectiviteit en die aan een traditie of overlevering. Ervaring verandert in beleving. Het moreel-praktische transformeert in het individueel-esthetische. Het zwaartepunt heeft zich in onze maatschappij verplaatst naar het individuele subject dat van zich uit een zinvol verband in zijn bestaan moet zien te creëren. We doen dat in de beleving, die in de kern alles toetst aan de vraag of iets ons bevalt of niet. Maar hier licht meteen ook de wezenlijke dubbelzinnigheid van de beleving op. Want vanuit het standpunt van de Verlichting beschouwd is het unieke ervan, dat mijn gevoel ertoe doet. Daar heeft Nietzsche zich over verontwaardigd: het geweld dat wij onszelf als individu eeuwenlang hebben moeten aandoen als werktuig van een collectiviteit. Anderzijds valt ons dit recht toe in een wereld die zich aan ons opdringt in de vorm van steeds massaler en willekeuriger mogelijkheden. Een wereld waarin alles tot materiaal van zelfontplooiing wordt. Heidegger heeft deze dubbelzinnigheid in zijn opstel Die Zeit des Weltbildes kernachtig verwoord: wij bevrijden onszelf als subject, maar tegelijkertijd wordt daarmee de objectiviteit, het louter object, teken, materiaal zijn van al wat is, alsmaar groter. De vraag ten aanzien van EO-evenementen lijkt mij dan: moet ook hier de beleving niet een gat vullen, dat mét deze eis van de beleving alleen maar groter wordt? Of wordt er ernst gemaakt met suggesties die in een andere richting wijzen, die van een vernieuwde omgang met de overlevering, van een levend gesprek tussen heden en verleden? In dat geval zou de beleving op termijn moeten plaats maken voor een andere houding, die er bij filosofen als Benjamin en Heidegger veeleer een is van een wachten. Want dat is voor beiden het nihilistische van de beleving, van het vooropstellen van het beleven, dat dit de eis van onmiddellijke vervulling stelt. Beleving is de kortste weg naar het geluk. Merkwaardig genoeg is veeleer hier van toepassing wat Nietzsche in zijn Zarathoestra de "Hinterweltern", de gelovigen in de schoenen schuift: "Vermoeidheid die met één sprong naar het laatste wil, met een dodensprong".

http://wapenveldonline.nl/artikel/305/beleving-wordt-ingezet-in-een-hardnekkige-leemte/

Lees verder

'Als er sprake is van het onzegbare, dan heb je een echte ontmoeting.'

Joke van Saane en Wim Dekkerjaargang 48, nummer 4, augustus 1998

In het kader van ons jaarthema 'Hoe wilt Gij zijn ontmoet' proberen we het verdwijnen van het heilige in ons moderne bestaan te analyseren. De nadruk in onze samenleving ligt steeds meer op het individuele subject en zijn of haar beleving. De beleving, inclusief gevoelens en emoties, wordt steeds meer de norm voor ons gedrag en vooral voor ons welbevinden. Wat goed voelt, is goed voor mij. In het vorige nummer van Wapenveld is beleving als wijsgerig concept uitgebreid aan de orde gekomen in het interview met dr. G. Visser. In dit interview met de psychiater dr. G. Glas proberen we meer grip te krijgen op de concrete functie van beleving in bijvoorbeeld het contact tussen cliënt en psychiater. Dr. G. Glas (1954) is bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit te Leiden en psychiater in het Academisch Ziekenhuis Utrecht.

http://wapenveldonline.nl/artikel/315/als-er-sprake-is-van-het-onzegbare-dan-heb-je-een-echte-ontmoeting/

Lees verder

“Kerk moet EO-piekervaring bedding geven.”

Herman Oevermans en Wim Dekkerjaargang 48, nummer 5, oktober 1998

De jaarserie 'Hoe wilt Gij zijn ontmoet; over de omgang met het heilige in een ontheiligde cultuur' neigt naar een einde. Deze keer een interview met de heren A. Knevel en A. van de Veer van de Evangelische Omroep. Het werd de hoogste tijd dat zij aan het woord kwamen. In de voorgaande artikelen en interviews in deze jaarserie werd verschillende keren kritisch teruggeblikt op de EO-conferentie 'De Boodschap en de Kloof', de aanleding tot deze jaarserie. In onze analy­se vond tijdens deze conferen­tie een verschui­ving plaats van het 'dat wat wij geloven' naar de ervaring. Met name de lezing van Ouweneel had dat karakter. Ouweneel wist het allemaal niet zo zeker meer. Al die waarheden werden opeens tot kille, ratio­nele waarheden. Daar redden wij het in een tijd van postmoder­nisme niet meer mee. De zekerheid van het geloof valt niet langer te ontlenen aan een absoluut waarheidssysteem. Dat maakt het geloof ook kwetsbaar. Vooral wanneer zogenaamd eeuwi­ge waarheden gaan schuiven. En dat doen ze in deze tijd. Daar valt dus geen huis meer op te bouwen. In ieder geval geen kerk. Dat is ook niet wervend. Jongeren haken af op dorre dogmatiek. Ouweneel zet in op de beleving. Het gevoel en het besef dat God er is. Dat geeft geborgenheid, zekerheid. Dat is ook wervend. Dan weet je ook weer waarom je gelooft.

http://wapenveldonline.nl/artikel/325/kerk-moet-eo-piekervaring-bedding-geven/

Lees verder

'De christelijke gemeente moet zich vooral richten op de kern.'

Hans de Knijffjaargang 48, nummer 6, december 1998

Is de moderne kerkdienst bezig een evenement naast andere, een soort versierend commentaar op het dagelijks bestaan, of zelfs een show te worden? In de hedendaagse 'godsdienstoefening' is een tendentie op te merken, die in de gehele maatschappij zichtbaar wordt: een sterk gevoelsgebonden behoefte aan persoonlijke 'invulling', vaak door middel van nogal willekeurige symboliek en weinig authentieke ritualisering. Een bijzonder feestje, dat wel, een samenzijn met een bijzonder tintje. Maar een ontmoeting met 'de gans Andere'? Een moment in de tijd, dat ons confronteert met de diepste grond van ons bestaan, omdat de Eeuwige ons wil ontmoeten?

http://wapenveldonline.nl/artikel/337/de-christelijke-gemeente-moet-zich-vooral-richten-op-de-kern/

Lees verder

'Gereformeerde gezindte moet weer komen tot integratie van het heil en de beleving ervan.’

Cornelis Graaflandjaargang 48, nummer 6, december 1998

In de voorafgaande gesprekken in Wapenveld over het thema Omgang met het heilige is men ervan uitgegaan, dat er in onze zogenaamde post-moderne tijd een overgang te zien is van het objectief-rationele naar het subjectief-emotionele. In het levensgevoel van de moderne mens kan dit betekenen, dat er geen enkele objectieve waarheid meer bestaat. Alleen wat de mens voor zichzelf gebruiken kan, waar hij plezier aan beleeft,heeft waarde en bevat voor hem waarheid. De subjectivering van de waarheid gaat dan heel ver. Toegepast op het christelijke geloof en vooral op het orthodoxe, christelijke geloof gaat deze overgang (nog) niet zo ver. Ze houdt voornamelijk in, dat er een overgang te zien is van de objectieve, kerkelijk gesanctioneerde leer naar de persoonlijke, emotioneel getinte beleving.

http://wapenveldonline.nl/artikel/338/gereformeerde-gezindte-moet-weer-komen-tot-integratie-van-het-heil-en-de-beleving-ervan/

Lees verder