‘Ik ben geen atheïst die het zeker weet’

Wetenschapshistoricus Floris Cohen over Hooykaas, weet-al denkers en knagend weten

Abstract

Hoe goed kunnen natuurwetenschap en geloof elkaar verdragen? Wie zich het hoofd op hol laat jagen door deze vraag, vergeet gemakkelijk dat wij niet de eersten zijn die zich er mee bezighouden. Een duik in de geschiedenis zal niet al onze vragen beantwoorden, maar ons wel voor uitglijders kunnen behoeden.

Aan de Nederlandse universiteiten is sinds jaar en dag een aantal historici van de natuurwetenschappen actief, die de teksten van de grondleggers van de natuurwetenschappen nauwkeurig bestuderen. Direct nut heeft dat niet. De natuurkunde van de 17e en 18e eeuw is immers allang gedateerd. Toch is daarmee niet alles gezegd. Floris Cohen is een van deze wetenschapshistorici en hij kent de discussie over het nut van zijn vak maar al te goed. Toen hij nog in Twente doceerde, opende hij zijn college door zijn studenten te vertellen: ‘Het verleden doet ter zake voor ons. Probeer maar eens deze collegezaal te verlaten als je geen idee hebt hoe je hier binnen bent gekomen. Zeker, je wordt door mijn vak geen betere ingenieur. Maar je verbreedt wel je kijk op de wereld en dat heb je nodig om later wel degelijk een betere ingenieur te worden.’

Cohen is leerling van de vermaarde Reijer Hooykaas, die eerst aan de VU en later in Utrecht geschiedenis van de natuurwetenschappen doceerde. Samen met Eduard Dijksterhuis, bekend van diens magnum opus De mechanisering van het wereldbeeld, behoorde hij tot de grondleggers van het vakgebied in ons land. Wie lang genoeg geluisterd heeft naar deze grootheden, merkt dat er iets belangrijks aan de orde is. Althans, dat is Floris Cohen overkomen. Als zo vaak wordt wetenschap alleen maar spannender als er meer is dan koele distantie tot het onderwerp.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.