Alles wat adem heeft
Psalm 150 is een slotakkoord na heel veel zingen en bidden. Het is de apotheose van een lange reis met talloze hoogte- en dieptepunten. Er is geklaagd, er is gejubeld, er is gekermd, er is gejuicht. Ziekte en genezing, ongeluk en redding, oordeel en vergeving, overgave en verzet – het is allemaal voorbijgekomen, want in de Psalmen zijn er evenveel kleuren en tinten als het leven bont is.
Maar het einde van die lange tocht is vreugde: een wervelwind van klanken, van dans, van muziek en instrumenten. Een aanstekelijk lied dat mij in vervoering wil brengen. Dit is de bestemming van mijn bestaan. Dit is waar het uiteindelijk om gaat: ‘Ziel, gij zijt geboren tot / zingen voor de Heer, uw God.’
Een concrete aanleiding voor dit lied wordt niet genoemd. Er wordt volstaan met een algemene verwijzing naar de krachtige daden van God. Door die daden heeft de gelovige Hem leren kennen zoals Hij is. Het lied is een antwoord op wat Hij doet en op wie Hij is. Het oervoorbeeld daarvan is het lied van Mozes aan de oever van de Rode Zee: ‘Ik wil zingen voor de HEER, zijn macht en majesteit zijn groot! Paarden en ruiters wierp Hij in zee’ (Exodus 15). Israël dankt haar bestaan aan deze bevrijdende daad en blijft die ook zingend gedenken. Op vergelijkbare wijze viert de kerk iedere zondag opnieuw de dood en opstanding van Jezus Christus als de grond waarop zij staat.
Syncopen
Bij de grote daden waar het Bijbelse verhaal over vertelt, voegen zich nieuwe ervaringen die reden geven tot lof en dank. Zo zag ik enkele jaren geleden op de intensivecare-afdeling van het Meander Medisch Centrum een gitaar hangen. De begeleidende foto’s toonden een man op zijn ziekenhuisbed. Daarnaast hing een foto van hem met zijn gezin in de tuin. Tussen zijn opname en zijn ontslag zaten twee maanden. Hij moet door een diep dal zijn gegaan en voelde de behoefte zijn dank voor de redding van zijn leven uit te drukken door het schenken van een gitaar. Er stond bij geschreven: ‘God is voor ons. God is naast ons. God is altijd om ons heen. Laat maar komen wat komt, Hij laat ons nooit alleen.’
Een andere muzikale actualisatie van deze psalm kunt u beluisteren via deze link. Te horen is een prachtige compositie van Toon Hagen over Psalm 150 die hij geschreven heeft naar aanleiding van de vrijlating van Nelson Mandela. Als ik ernaar beluister kan ik niet op mijn stoel blijven zitten. De Geneefse melodie gaat dansen en swingen door de Afrikaanse syncopen. Op deze manier is het niet alleen de actualiteit die de psalm nieuw leven inblaast. Het is ook de muziek zelf die de grote daden van de Heer opnieuw tot spreken brengt voor het hart en leven van de gelovige.
Waar woorden soms op afstand blijven, brengt muziek die woorden van het hoofd naar het hart — en van het hart stralen ze uit naar het hele lichaam. Of misschien is het wel andersom en wordt de klankkast van mijn lijf eerst geraakt door de melodie, het ritme en de vreugde, en voegen de woorden zich daar pas later bij. Het is niet voor niets dat de Evensong in Nederland aan een opmars bezig is en mensen trekt die anders niet in de kerk komen. Paulus roept gelovigen in de brief aan de Kolossenzen ertoe op de woorden van Christus in al hun rijkdom in hen te laten wonen. Die inwoning krijgt concreet gestalte in het zingen van psalmen en liederen voor God
Opvallend aan Psalm 150 is dat het vocale daarin niet op de voorgrond staat. Eén voor één worden allerlei muziekinstrumenten genoemd die een rol spelen in de tempelliturgie. Willem Barnard fantaseert dan ook dat de uitvoering van dit lied verliep als in de Bolero van Ravel.[1]
Het begin van dit muzikale feest wordt door de priesters aangekondigd met een stoot op de ramshoorn. Levieten begeleiden het zingen met luit en harp. Ook voor vrouwen is er een rol weggelegd in deze liturgie: zij hanteren de tamboerijn en gaan voorop in een reidans van zwierende rokken en dansende voeten. De liturgie krijgt de trekken van een volksfeest dat explodeert in golven van geluid en uitbarstingen van lof wanneer de bekkens tegen elkaar geslagen worden.[2] Op deze manier wordt werkelijk alles uit de kast getrokken en worden de daden van de HEER grootgemaakt. Ik ben als mens meer dan alleen een talig wezen. Met mijn hele hart en mijn hele lijf mag ik ‘ja’ zeggen tegen God en het leven dat Hij geeft.
Reidans te bont
Ik weet niet van welke datum het predicaat ‘bijbelgetrouw’ precies is, maar met terugwerkende kracht vraag ik me toch af hoe de gereformeerde vaderen instrumenten in de eredienst zo verdacht hebben kunnen maken. Zelfs het orgel mocht er niet altijd zijn — ook al hebben de Statenvertalers dat instrument wel in hun vertaling opgenomen. De reidans vonden zij daarentegen te bont; die hebben ze vervangen door een kuise fluit. In de liturgie moest het vocale, en daarmee dus het woord, vooropstaan. Maar een mens is meer dan alleen een talig wezen. Met ons hele hart en ons hele lijf mogen we ‘ja’ zeggen tegen God en het leven dat Hij ons geeft.
Pas helemaal aan het einde van het audiovisuele spektakel van deze psalm zou je een verwijzing kunnen lezen naar de menselijke stem: ‘Alles wat ademt, loof de HEER!’ Strikt genomen gaat het bij ‘alles wat ademt’ om meer dan de mens alleen. Het betreft heel de schepping, alles wat leeft. Toch spits ik het hier even toe op de mens. Het scheppingsverhaal vertelt hoe God de mens de adem in de neus blaast. Dat is bij de geboorte van ieder mensenkind telkens een beslissend moment: die eerste inademing waardoor de longen zich openen, het eerste huilen. Daar zijn we dan op gespitst – en dat is ook zo aan het einde, wanneer we sterven en voor de laatste keer uitademen. Van Jezus lezen we hoe Hij aan het kruis zijn laatste adem toevertrouwt aan de handen van zijn Vader. Tussen die eerste inademing en de laatste ligt ons hele leven.Zingen is een oefening in overgave
Frits Mehrtens, componist van enkele van de mooiste melodieën in het Liedboek, heeft prachtig beschreven hoe het lichaam zich bij het zingen om de adem heen plooit.[3] Hoe het hart bij elke ademtocht wordt opgeheven en weer daalt. Hoe het hoofd van tonen muziek maakt en woorden op de luchtstroom legt. Hoe de stembanden gaan trillen en de tong de klanken vormt. Hoe het middenrif actief is, en hoe alle holtes van het lichaam functioneren als een klankkast die het geluid versterkt en verdiept. Zingen is onze levensadem toewijden aan de Heer, een oefening in overgave. Mijn leven komt erin tot zijn bestemming want God wil mijn volkomen vreugde.
Nu zal niet alles wat adem heeft ook adem hebben voor de lofzang. Het Psalmboek heeft ons eerder al duidelijk gemaakt dat er ook diep gezucht kan worden. En toch klinkt aan het eind deze psalm als een belofte: dat alles wat adem heeft God zal prijzen — en dat die lofzang, soms al hier en nu, even werkelijkheid wordt.
Ds. H.S. Mosterd MA is redactielid van Wapenveld en predikant in de PKN.
- Willem Barnard, Lofzang is geen luxe, Gepeins bij psalmen, Zoetermeer 2005
- Leslie C. Allen, Word Biblical Commentary, Psalm 101-150, Nashville 2002
- Frits Mehrtens, Kerk & Muziek, ’s Gravenhage 1928