Vriendschap op het kerkhof

Gedachten over de hoogste vriendschap

Abstract

Jij bent het graf waar de begraven liefde leeft
William Shakespeare, sonnet 31

Mijn vriend Arthur Stanley Johnson ligt begraven op een groene heuvel in de Engelse Cotswolds, tegenover de kerk met pastorie waar hij geboren is. Ik heb de kist, samen met een paar andere vrienden, de kerk in- en uitgedragen en zijn graf dicht gemaakt. Toen ik enkele weken voor zijn dood hoorde dat het snel slechter ging, vloog ik halsoverkop naar hem toe en stapte onaangekondigd het ziekenhuis binnen. Toen we elkaar zagen wisten we beiden geen woord uit te brengen. Arthur was duidelijk doodziek, maar het was goed: hij was er, ik was er.

Tijdens mijn studieverblijf van enkele maanden in Engeland – ik was 18, hij 78 – leerden wij elkaar kennen. Ik zat vele winteravonden met hem bij het haardvuur, dronk liters Earl Grey met een wolkje melk (alcohol dronk hij niet) en hoorde zijn hele levensverhaal aan: zijn jarenlange eenzaamheid, zijn teleurstellingen en vreugden en ik aanschouwde zijn loyaliteit aan de dorpskerk tegen de klippen van secularisatie en verstedelijking op. We trokken samen eropuit, zagen de schilderachtigste plekken van Gloucestershire. Ik zou nog vaak bij hem terugkeren. Ik vroeg hem als getuige op mijn huwelijk en een jaar voor zijn dood hadden mijn vrouw en ik een bijzondere vakantie bij hem in zijn cottage. Mijn tweede zoon is ook naar Arthur vernoemd.

In Arthur bewonderde ik zijn rechtschapen, irenische en vrijgevige aard, zijn oprechte bezorgdheid, zijn voorzichtigheid, matigheid en moed. Ondanks de zestig jaar leeftijdsverschil beschouw ik deze vriendschap als de bijzonderste die ik tot nu toe gehad heb; en ik ben gezegend met een paar heel goede vrienden. De ervaring van deze vriendschap, juist ook in zijn afwezigheid, roepen vragen en herinneringen op. Ik wil weten wat dat is, vriendschap. En ik wil weten wat déze vriendschap is.

Doet een duiding van vriendschap recht aan de ervaring ervan? En wat doet de dood eigenlijk met die ervaring? Rijpt een vriendschap als deze daarna nog verder? Ik heb ontdekt dat rouwen om een vriend allerlei vragen oproept. Waarom hield ik van hem? Waarom mis ik hem op de gekste momenten, of heb ik juist het idee dat hij mij op de een of andere manier nabij is, zelfs nu, tien jaar na zijn dood, inmiddels langer dan onze vriendschap geduurd heeft. Ik moest maar eens op reis gaan, terug naar de Cotswolds, naar de herinnering en de ervaring. Ik zal eens bezien of ik de enige ben met deze ervaringen, wie in de literatuur en de filosofie dit ook kennen en er misschien beter dan ik woorden aan hebben kunnen geven. En welk gewicht die woorden hebben.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.