Hoe word je een goede reductionist?
Abstract
Boeken over geloof en wetenschap gaan vaak over de natuurwetenschappen. Herman Paul gooit het over een andere boeg. In zijn nieuwe boek Een oefening in bescheidenheid bespreekt hij de hete hangijzers in de geesteswetenschappen door brieven te schrijven aan studenten. Bij wijze van voorpublicatie lezen we mee met wat hij met Erik te delen heeft over reductionisme.
Beste Erik,
Wat een intrigerende vragen! Ik proef in je e-mail een zekere onvrede, een lichte irritatie zelfs. Al die christelijke auteurs die maar roepen dat we onder een open hemel leven en dat ‘there are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy’. Als ik het goed begrijp, heb je twee bezwaren tegen dit discours. Je eerste probleem is dat het mensen een argument in handen geeft om zo ongeveer alle wetenschap van reductionisme te beschuldigen. Als een auteur de vinger legt bij iets wat lezers onwelgevallig is, kunnen zij roepen: ‘Wat een reductionistische analyse!’ Of erger nog: ‘Hecht maar geen geloof aan wetenschappers, want dat zijn reductionisten, met een veel te beperkte blik op de wereld.’ Er zijn, zeg jij terecht, al voldoende mensen die zonder kennis van zaken sceptische meningen over ‘de wetenschap’ spuien. Dat verschijnsel heeft geen extra stimulans nodig. En ten tweede: is reductionisme altijd verkeerd? Moeten wetenschappers niet uit de aard der zaak veel tussen haakjes zetten om één fenomeen, één factor, één correlatie nauwkeurig te onderzoeken? Om dat ene proces beter te begrijpen, moeten ze het toch isoleren uit het geheel der dingen, even in afzondering bekijken, met een geconcentreerde blik, inzoomend op details? Hoe zou wetenschap zonder zulk reductionisme kunnen bestaan?
Ik ben blij dat je deze vragen opwerpt, want ik herken de gevaren die je signaleert. Ik kan meepraten over lezers die met argumenten aan de haal gaan. En ik deel je zorg over het gemak waarmee wetenschapsfilosofische reflecties misbruikt kunnen worden. Voor je weet beweren mensen met een beroep op Thomas Kuhn dat ze recht hebben op hun eigen paradigma of schuiven ze onder aanhaling van Bruno Latour de hele wetenschappelijke status quo van tafel: ‘Feiten zijn toch geconstrueerd?’ Ik hoef je waarschijnlijk niet te herinneren aan Latours verbijsterde reactie hierop – dat zijn sociaal constructivisme zo’n eigen leven was gaan leiden, dat hij in zijn Franse dorp zo’n beetje de enige was die weigerde te geloven dat de CIA de feiten over 9/11 had gemanipuleerd. Wat dit suggereert, is dat we bijsluiters nodig hebben: alertheid op bijwerkingen en expliciete uitleg waarvoor argumenten wel en niet bedoeld zijn.
Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.