Redactioneel

Er zijn heel wat oorlogen en veldslagen die in ons collectieve geheugen staan gegrift. Maar ons geheugen is selectief. Wie heeft er weleens gehoord van de veldslagen bij Fleurus, Neerwinden, Ramillies en Oudenaarde? Die vonden plaats in de oorlog die de Republiek samen met Engeland uitvocht in de Zuidelijke Nederlanden, in de periode 1672-1712. Aan het einde was de Engelse opperbevelhebber Marlborough buitengewoon succesvol en het Engels-Nederlandse leger gaf de Fransen een paar keer flink van katoen. We hoorden daarna 100 jaar niets meer van hen.

Maar interessant genoeg waren er in die periode ook een aantal bijna-veldslagen. De legers (toen zo’n 30.000 man aan beide kanten) zagen elkaar staan in het zonlicht, liepen nog een extra rondje, vroegen zich af wie er als eerste iets ging doen en uiteindelijk gebeurde er niets. Volgens historici was er sprake van (hoe herkenbaar) ‘Dutch caution’.

De gedeputeerden te velde waren erg benauwd voor al te grote verliezen en vonden Marlborough al snel roekeloos. Misprijzend schrijven Engelse historici dat de Nederlanders overwinningen wilden zonder slachtoffers. Wie over deze veldslagen leest in het boek van Olaf van Nimwegen De veertigjarige oorlog 1672-1712 krijgt de indruk dat berekening niet alleen bij de Hollanders een rol speelde. Voor het eerst werden namenlijsten bijgehouden van gesneuvelden om het thuisfront op de hoogte te stellen. Bij een veldslag sneuvelden al gauw zo’n 20.000 man en die pijn werd gevoeld: op het slagveld en thuis. Ik betwijfel of de sneuvelbereidheid van onze voorouders erg groot was.

We zijn ruim 300 jaar verder en recent stelde de hoogste baas van het Franse leger dat ouders bereid moeten zijn hun kinderen te verliezen in de oorlog met Rusland die gaat komen. Mark Rutte zei hetzelfde in bedekte termen al eerder. Of deze beweringen in geopolitiek en strategisch opzicht hout snijden laat ik in het midden. Van belang is de vraag hoe wij ons zouden gedragen in tijden van oorlog. Daar wringt de schoen, in ons paradijselijke land is er een haast buitenaardse verbeeldingskracht nodig om je oorlog voor te stellen. Films kunnen daarbij helpen. Recent was er veel ophef over de film Russians at War van de Russisch-Canadese filmmaker Anastasia Trofimova. Zij reist mee met een Russisch bataljon in Oekraïne. De kijker ziet soldaten die drinken en roken, bijna of hele-maal gek worden en huilen om hun kameraden die sneuvelen. En moeders die huilen bij graven, veel graven. Op deze film is kritiek gekomen, omdat de film de Russische agressie als normaal veronder-stelt. De film is daarom op veel plekken in Europa verboden.

In dit nummer bespreken we een andere docufilm over de oorlog in Oekraïne die wel is toegestaan, maar evengoed veel vragen oproept: Under Pressure. In de film wordt de Oekraïense voorganger Oleg Magdych op de voet gevolgd. Hij ontpopt zich van evangelisch voorganger tot legercommandant die de strijd tegen de Russen vergelijkt met de strijd van Jezus tegen de duivel. Jaap Hansum en Jan-Martijn Abrahamse proberen te duiden wat hier gebeurt, de lezer houdt de adem in.

Soms hoor je dat de Oekraïense soldaten niet alleen voor hun eigen land, maar ook voor ons strijden. Daarom zouden wij ook bereid moeten zijn te sneuvelen. Russians at War en Under Pressure kunnen helpen ons in te denken of we dat echt zouden kunnen. Als mens. Als christen.

Dit nummer gaat over meer dan oorlog, gelukkig maar. We blikken terug op ons jubileum, twee grote namen passeren de revue: Bonhoeffer en MacIntyre en ook onze jaarserie over lichamelijkheid krijgt het volle pond. De serie van Arjan Plaisier over geloven in een seculiere tijd vindt zijn climax in een bijdrage over schoonheid. Nee, het kan niet zo zijn dat deze wereld alleen bedoeld is voor strijd.