Openheid voor het geheim
Wapenveld bestaat 75 jaar, we hebben het gevierd in een Edese bovenzaal, met (oud-)redacteuren en medewerkers. Anekdotes werden gedeeld. Zo leest iemand Wapenveld graag in de kerk. Er werd teruggekeken, maar ook vooruit. De vergelijking met het tijdschrift Wending werd gemaakt, een tijdschrift in de geest van de christensocialist Willem Banning. Het bestond 35 jaar en probeerde ontwikkelingen in de samenleving te duiden in het licht van het Evangelie. Dat is wat Wapenveld ook beoogt.
In de geschiedenis van Wapenveld zijn er slechts twee essays verschenen. De eerste is het befaamde opstel van prof. Arnold Albert van Ruler, Ultra-gereformeerd en vrijzinnig.[1] Het verscheen in 1971, kort voor zijn dood (te vinden op de site van Wapenveld). Het tweede is het essay van redacteur Wim Dekker, Offeren en liefhebben. Over de actualiteit van het offer voor het samenleven, verschenen als nr. 5 van de lopende jaargang, ter gelegenheid van 75 jaar Wapenveld. Het is niet onze bedoeling beide essays te bespreken en te vergelijken. Wel laten ze goed de continuïteit zien en tegelijk het verschil. En ze bieden een opdracht voor de komende 75 jaar.
De oprichters van Wapenveld kwamen uit wat heet ‘bevindelijke kringen’. Na de Tweede Wereldoorlog begon ook in dit deel van het Nederlands protestantisme een proces van emancipatie. De vensters naar de wereld gingen open. En tegelijk bleef men geworteld in de gereformeerde traditie. Calvijn werd intensief bestudeerd. De vragen naar geloof en geloofszekerheid werden verbonden met die van de samenleving. Bij mannen van het eerste uur als Gerard van Leijenhorst, Leen van der Waal en Kees van Dijk was er een sterk besef van een opdracht. In de theoloog Van Ruler vonden deze eerste generaties een aansprekende gids. Hij begreep de wereld waaruit ze kwamen en opende vensters naar een bredere horizon. Zijn theocratisch ideaal heeft velen van hen geïnspireerd. De aarde is des Heeren, God regeert, en dat besef mag ook doorwerken in kerk en samenleving.
Van Ruler, Calvijn, Kohlbrugge, het waren de grote namen voor de Wapenvelders van het eerste uur. Maar in het essay van Wim Dekker kom je Calvijn niet tegen. Niet dat hij vindt dat Calvijn ons niets meer te zeggen zou hebben, maar zijn vraag is anders. En dat hangt samen met zijn levensbesef dat de vragen niet zozeer anders, maar wel fundamenteler heeft gemaakt. Het is het beste te omschrijven met een woord van de dichter Martinus Nijhoff: God is in de realiteit of Hij is niet. Beseffen uit de christelijke traditie moeten concreet verbonden worden met ervaringen in en van het leven zelf. Dat probeert Wim Dekker op een fraaie manier met de notie van het offer. Hoe die te laten resoneren heden ten dage?
Lezing van Offeren en liefhebben geeft een dubbele opdracht voor de christenheid vandaag aan. Het gaat niet alleen om missionair zijn. De gemeente moet ook zelf aan de slag, de weg naar binnen vinden. Weer opnieuw Bijbel en traditie in. Wat zeggen oude woorden vandaag, voor onszelf, en voor onze kinderen? Dan wordt het net breder uitgeworpen dan alleen de eigen gereformeerde traditie. Het gaat niet alleen om Calvijn, maar om de grote traditie van de kerk, van het Westen en van het Oosten. En van de kerk van het Zuiden evengoed trouwens. De oprichters zouden verbaasd zijn over de vele omwegen die in het huidige blad bewandeld worden. Wapenveld is niet langer alleen theologie en gereformeerde traditie, Wapenveld is inmiddels zo breed als het leven zelf.
De fundamenten wankelen
De noodzaak dieper te boren heeft alles te maken met de aard van de tijd waarin wij leven. De fundamenten lijken te wankelen. Alleen een optimist spreekt van uitdagingen. Laten we twee grote veranderingen noemen. De eerste is die van de klimaatcrisis. We hebben daar in Wapenveld in de jaarseries van 2012 en 2023 aandacht voor gevraagd. Aan de tweede hebben we nog geen jaarserie gewijd, die komt er vast, en dat is die van kunstmatige intelligentie, ofwel: AI. Die veroorzaakt een revolutie die vergelijkbaar is met de industriële revolutie. Joris Krijger, de eerste AI-ethicus van ons land laat in zijn goed leesbare boek Onze kunstmatige toekomst. Wat wij willen met AI (en AI met ons) zien dat het naïeve idee dat techniek slechts een instrument is in onze handen niet klopt, misschien wel nooit geklopt heeft, maar nu minder dan ooit.
We komen in de sfeer van wat de Duitse filosoof Martin Heidegger ‘het reusachtige’ noemde, een onzichtbare en dreigende schaduw die over de dingen hangt. De uitdaging AI in goede banen te leiden lijkt schier onmogelijk. Nieuwe technologie neemt graag een afslag die per saldo zorgt voor een grotere ongelijkheid binnen de samenleving en een uitbuiting zonder weerga van medemensen ver weg. Een en ander lijkt samen te gaan met de onfrisse invloed van Big Tech op onze samenleving. Vooral in Amerika begint dat op te vallen. De oprichters van Wapenveld die na lezing van Van Ruler fluitend naar hun laboratorium gingen, zouden in onze tijd hun pas inhouden.
In de wereld die naar ons toekomt schuilt de geest van maakbaarheid. Volgens kenners is kritiek op maakbaarheid een van de handelsmerken van Wapenveld in het afgelopen decennium. Is die maakbaarheid misschien de geest van de ‘antichrist’, waar Arjan Plaisier in een recent artikel over sprak? In een bespreking van een herdruk van De kerk[2] van dr. W. Aalders schrijft hij: ‘De antichrist manifesteert zich bij voorkeur als opvolger van Christus. Wat Christus heeft gebracht is half werk. De antichrist heeft de pretentie werkelijk wat te veranderen op de aarde. Deze figuur overtroeft Christus in gelijkwaardigheid, inclusiviteit, vrijheid en niet te vergeten macht. De antichrist werkt volgens het boek Openbaring met persiflage en imitatie om zo Christus met eigen wapens te verslaan.’[3]
Plaisier geeft ook aan wat ons te doen staat. ‘Kerk en theologie zullen hun kracht moeten hervinden door een nieuwe begeestering voor hun eigenlijke voorwerp, God, die verschenen is in de gekruisigde Heer. In een postmoderne context zal de kerk op moeten houden zich voor een maatgevende rede te verantwoorden om daarmee te vervallen in een striptease die weinig meer te raden overlaat. Ze zal onbekommerd haar verhaal moeten vertellen, zonder overigens in de valstrik van relativisme en individualisme gevangen te raken. Dit vraagt veel Geest en kracht, veel verbeelding en veel geloof. Het vraagt geleefd christendom. Het vraagt nederigheid en overgave, ‘heilig leven’ en levens van ‘heiligen’. Allemaal zaken die niet te organiseren zijn. Het zijn gaven die de Geest zelf wil schenken, maar die wel om ontvankelijkheid van onze kant vragen.’
Openheid voor het geheim
Om die ontvankelijkheid te duiden spreekt in Wapenveld anno nu ook de filosofie mee. De naam van de filosoof Martin Heidegger valt regelmatig. Hij heeft bij uitstek de aard van onze cultuur van maakbaarheid doordacht. In de woorden van Wapenveld-medewerker Gerard Visser: ‘Ik deel Heideggers overtuiging dat wij in een technisch georiënteerde wereld op termijn alleen zullen kunnen overleven bij de gratie van gelatenheid jegens de dingen en openheid voor het geheim.’ Het tweede vormt het hart van het eerste, voegt hij eraan toe.[4]Diepe vreugde kennen, zonder obsessie voor consumptie
Gelatenheid klinkt in onze tijd wat somber, maar de oorspronkelijke betekenis is vreugdevoller. In gelatenheid klinkt mee wat de vorige paus in zijn prachtige encycliek Laudato Si schrijft over een ecologische opvoeding in een geest van spiritualiteit.[5] ‘De christelijke spiritualiteit stelt een andere wijze voor om de kwaliteit van leven te meten en nodigt uit tot een profetische en contemplatieve levensstijl die in staat is een diepe vreugde te kennen zonder door consumptie geobsedeerd te zijn.’ In dit verband noemt hij het bidden en danken voor het eten. ‘Ik stel de gelovigen voor om deze kostbare gewoonte te hernemen en ten diepste te beleven.’
En als het gaat om het ervaren van het mysterie van de liefde in al wat leeft: ‘Er is dus een mysterie te aanschouwen in een blad, in een pad, in de dauw, in het gelaat van een arme. Het ideaal is niet alleen de beweging te maken van uiterlijk naar innerlijk om zo het handelen van God in de ziel te ontdekken, maar Hem ook te ontmoeten in alle dingen.’ Deze verwoording van de openheid voor het geheim van het leven zouden de oprichters niet meteen hebben herkend. Maar na enig nadenken ongetwijfeld wel: hun grote voorbeeld Van Ruler wist het immers al: ‘De Here God wil niet alleen de kerk, maar Hij wil de hele werkelijkheid verlichten met het licht van zijn eeuwige heerlijkheid.’
De genade van het ene zinnetje
Openheid voor het geheim articuleren, daar waar het zich meldt, is dat niet de opdracht voor Wapenveld de komende tijd? Die stemmen bij elkaar brengen, tot klinken brengen. Noem het een vorm van orkestreren. In Wapenveld hebben we daar eerder het beeld van de omweg voor gebruikt. De echte weg is de omweg. Of noem het de derde weg. Wapenveld denkt niet in tegenstellingen, maar is op zoek naar de hoogste worp. Vaak is dat niet anders dan de genade van het vinden van dat ene zinnetje. Zoals één zin uit een sprookje van C.S. Lewis meer kan zeggen dan een dik boek over cultuurfilosofie. En het kan zelfs zonder taal. Onze fotograaf gaat ons daarin voor. Wie weinig tijd heeft interviews te lezen, kan ook kijken in de ogen van de geïnterviewde. Op een of andere manier licht daarin zijn of haar ziel op. Een blik kan alles zeggen.
De geheime kunst van onze fotograaf Niek Stam inspireert ons bij het schrijven. Niet de academische taal, de zorgvuldige noten, de voorzichtige en uitgebalanceerde conclusies, maar het plotselinge doorkijkje, datgene waar je je opeens van bewust wordt. Daar gaat het ons om. Natuurlijk zijn dat geen willekeurige associaties. Vaak komt het inzicht pas als vrucht van veel studie. Denk aan de boeken van Geert Mak en Frank Westerman of de reisverhalen van Arita Baaijens. Ze schrijven een verhaal, maar in feite zit in elke zin een hele cultuurgeschiedenis. En hun verhaal verandert je als mens, ze raken aan het geheim van het leven.
Je zou de inzet van Wapenveld ook nog anders, wat huiselijker, kunnen zien. Wapenveld past zich aan aan het feit dat veel lezers in het weekend uitgeput door de wekelijkse ratrace zich haasten naar sportvelden en winkelcentra, waar ze hun laatste restje energie alsnog verliezen. Wat overblijft is dan een goed verhaal, een zinnetje, of alleen maar een foto om naar te kijken. In Wapenveld. Op zaterdag. En misschien zelfs op zondag in de kerk.
Prof. dr. A. J. Nederveen en mr. H. Oevermans zijn redacteuren van Wapenveld.
- https://wapenveldonline.nl/artikel/399/ultra-gereformeerd-en-vrijzinnig/
- De Kerk, het hart van de wereldgeschiedenis, door dr. W. Aalders. Brevier, 2023.
- https://wapenveldonline.nl/artikel/1693/de-wereld-is-sektarisch-de-kerk-katholiek/
- https://wapenveldonline.nl/artikel/1443/de-gehele-zee-is-in-elke-golf/
- https://laudato-si.nl/encycliek-laudato-si/