Man slaat vrouw

‘Begrijp je nu wel waarom hij zijn vrouw slaat?’ Ik zit met mijn collega aan tafel bij de lunch en hij herhaalt de vraag die zijn supervisor hem stelde. Ik ben gelijk getriggerd, zowel door het onderwerp als door het sociaal onacceptabele van de vraag. Geweld is onaanvaardbaar. En het idee dat mensen dit aan zichzelf te danken hebben we al lang achter ons gelaten. Geweld kan niet, het kan nooit, basta.

Mijn collega werkt sinds begin dit jaar het grootste deel van de tijd voor een polikliniek huiselijk geweld. Ze maken daar, zo vertelt hij, onderscheid in twee soorten geweld in partnerrelaties. Aan de ene kant is er de categorie ‘intieme terreur’, of ‘dwingende controle’. Dit zijn de mannen die hun partner geen enkele ruimte gunnen, haar continu controleren en behandelen alsof ze hun bezit is, soms uitmondend in (zeer) ernstige vormen van geweld. Het advies aan de vrouwen is in die gevallen eenduidig: de relatie verbreken en jezelf in veiligheid brengen. Behandeling van deze groep mannen is heel moeizaam, als het al mogelijk is.

Maar dan is er ook een groep mannen die hun vrouw slaat en op den duur dus op begrip kan rekenen bij de behandelaren. Mijn collega beschrijft hoe hij aan het begin van de behandeling dacht dat het een duidelijk verhaal was: de man had een drankprobleem en was agressief naar zijn partner. Een goed idee om te onderzoeken hoe hij zijn gedrag beter onder controle zou kunnen krijgen. Pas later werd het mijn collega duidelijk hoezeer deze man thuis het onderspit delfde omdat zijn partner hem volledig domineerde en allesbepalend was. Hij had geen centimeter eigen ruimte meer en kon dan soms, uit onmacht en frustratie, gaan duwen en slaan. In dit soort gevallen, waarin de andere partner op een niet-fysieke manier ook agressief is, kan het helpen om begrip te tonen en duidelijk te maken dat het geweld ook te maken heeft met de benarde situatie waarin iemand zit. Vandaar de vraag van zijn supervisor.

Ik moet denken aan mijn kinderen die in een levensfase zitten waarin slaan en schoppen nog onderdeel is van het gewone leven. Bij hen heb ik vaak wel direct aandacht voor het gedrag dat het slaan en schoppen uitlokte: ‘Niet je zus slaan.’ En dan onmiddelijk tegen de ander: ‘Maar jij moet ook stoppen haar zo te treiteren!’ In de schoolsetting ben ik ambivalent over het geen-geweld adagium: moet ik ze echt leren om nooit terug te slaan of is het soms best een goed idee om je fysiek te laten gelden in de sociale jungle van het schoolplein? Zelf heb ik veel slechtere herinneringen aan de keren dat ik gepest werd door klasgenoten dan aan de keren dat mijn broertje of zussen me uit frustratie een schop gaven.

Natuurlijk is de situatie bij volwassenen anders, we mogen van hen meer verwachten op het vlak van zelfbeheersing. Maar misschien kunnen we uit de opvoedsituatie wel dit leren: vasthouden aan het idee dat geweld onacceptabel is en tegelijkertijd andere vormen van onacceptabel gedrag niet uit het oog verliezen. Het zou zo maar kunnen dat dat uiteindelijk de effectiefste aanpak van geweld is.

Dr. M. Groen-Blokhuis werkt als psychiater.