Redactioneel
Toen we vorig jaar begonnen met de jaarserie over lichamelijkheid, gingen we op zoek naar balans. Niet te weinig lichaam, maar ook niet te veel. We stonden stil bij het tekort aan lichamelijkheid in de protestantse traditie. Maar ook de huidige wetenschap kan doorschieten: veel, zo niet alles, wordt teruggebracht tot het lichamelijke of het materiële. We hebben heel wat stukken op het bord gezet in de afgelopen nummers, maar we zijn nog niet klaar. Daarom gaan we er in dit eerste nummer van het nieuwe jaar nog even mee verder.
In de bijdrage van Hendrik Mosterd komt het lichaam ter sprake aan de hand van de laatste roman van Sally Rooney, Intermezzo. Al lezend merkt hij dat het lichaam een eigen vorm van intelligentie heeft in de levens van de hoofdpersonen. Het lichaam brengt ons een houding te binnen die ons niet eigen is. ‘Wie het lichamelijk bestaan serieus neemt, vindt daarin een correctie op het gewichtsloze denken dat het contact met de materiële werkelijkheid is kwijtgeraakt.’
Johan Visser bespreekt de uitleg van het bijbelboek Hooglied en gaat aan de andere kant van het bootje zitten. Hij voert een pleidooi voor een geestelijke lezing van Hooglied. Hij ontwaart in onze cultuur het gevaar dat lichamelijkheid allesbepalend wordt en ‘dat er geen ruimte meer is voor een geestelijke realiteit en liefde buiten ons ik.’ Hooglied is vol van heilig verlangen naar God. Een God die naar ons toekomt, maar ook weer weggaat als Hij er is.
De bijdragen van Paul van Trigt en Ariën Voogt zoeken nog weer andere hoeken van het bootje op. Paul van Trigt spreekt over de hernieuwde belangstelling voor ervaring onder protestanten. Veel van wat hij schrijft, is ook toepasbaar op de hernieuwde aandacht voor het lichaam. Van Trigt vindt het verlangen naar ervaring te grijperig. ‘Terwijl voor dingen die van waarde zijn toch meestal geldt: ze moeten ons gegeven worden en hoe meer we er zelf naar grijpen, hoe minder we ontvangen. Zouden we ons, juist vanwege ons verlangen naar ervaring, daar juist niet op moeten richten?’ Zo is het ook met ons lichaam. Wie leeft alsof het er niet is, mist veel, maar wie er veel over spreekt, moet evengoed oppassen.
In het artikel van Voogt wordt duidelijk hoezeer theologische thema’s spelen in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI). De pretentie om iets nieuws te scheppen, een superintelligentie, ligt er vaak duimendik bovenop. Het lichaam lijkt hier verder weg dan ooit; het is geheel getemd door technologie. Al lezend in het artikel van Voogt werd ik niet vrolijk, maar zijn intentie is niet om cultuurpessimisme te voeden. Religieuze verlangens resoneren in de ontwikkeling van AI en daartoe zullen we ons moeten verhouden. Met ons lichaam en met onze geest.
We nemen in dit nummer afscheid van ons redactielid Wim Dekker. Gedurende meer dan de helft van het 75-jarige bestaan van ons blad zat hij in de redactie. Na de eerste helft, waarin de oprichters hun stempel drukten, kwam er een nieuwe tijd met nieuwe vragen. Zonder Wim was dat ondenkbaar geweest; hij nam inhoudelijk vaak het voortouw. Tijdens de afgelopen redactievergadering hebben we hem uitgezwaaid, een beetje weemoedig, maar vooral dankbaar. Zijn artikelen in Wapenveld hebben naam gemaakt; haast speels geschreven, de boekenwijsheid op grote afstand, en altijd het echte leven scherp in het vizier.
Tot slot nog een huishoudelijke mededeling. Net als overal zijn de drukkosten van Wapenveld de afgelopen jaren verder gestegen. Met ingang van dit jaar wordt de abonnementsprijs daarom 42 euro.