Een pleidooi voor vereniging

501 jaar Rome – Reformatie

De Reformatieherdenking van vorig jaar pakte groot uit. Het was voor velen een opluchting dat het voorbij was. Eindelijk weer gewoon aan het werk. Als dit nummer de lezer bereikt schrijven we 501 jaar gescheiden leven. Hoe nu verder? De breuk die door de westerse christenheid heen is gegaan is niet geheeld. Het lijkt inmiddels eerder een natuurgegeven dan een ramp. In een tijd waarin het stichten van kerken booming is, is treuren over een scheuring van 500 jaar geleden niet erg opportuun. Op naar het volgende jubileum?

In de 16e eeuw is er aan beide zijden van de breuk tussen Rome en Reformatie bij niet de minste geesten nog een gevoel van ontzetting geweest en zijn er pogingen ondernomen om deze breuk te herstellen. Het mocht niet baten. De geest was uit de fles en kwam er niet meer in. Daarna is de gescheidenheid gewoon geworden. Rome en Reformatie bevochten elkaar of leefden naast elkaar voort. Het kon ook in ‘christelijk’ Europa. De koek werd verdeeld en het was een grote koek.

De Reformatie is een protest geweest tegen een verwereldlijking van de kerk. Deze verwereldlijking kwam schrijnend tot uitdrukking in de Renaissance-pausen. De kerk had haar plaats breeduit in de cultuur ingenomen. De permanente verleiding om rust te vinden ín de eeuwen, in plaats van zich te strekken naar de ‘eeuwen der eeuwen’ heeft de kerk, zeker na de Constantijnse wende, steeds als een schaduw gevolgd. En daarom zijn er voortdurend hervormingen in de kerk geweest die haar herinnerd hebben aan haar identiteit, oorsprong en toekomst. Het is tragisch dat de hervorming van de zestiende eeuw geleid heeft tot een breuk. Hoe is dat gekomen? Waren de belangen in de kerk te groot? De historici zullen over deze vraag blijven strijden. Luther heeft verlangd naar het evangelische geluid in een kerk die daar klankbodem van was en stuitte op weerstand, afweer en banvloek.

De Reformatie is een geloofsdaad geweest. De Reformatie heeft de kaarten gezet op het ‘zuivere evangelie’ van Gods genade, waar het eenvoudige antwoord van het geloof bij past, en dat heeft ontegenzeggelijk voor velen een bevrijdende boodschap betekend. Er is een grote impuls uitgegaan van de Reformatie en velen zijn daardoor mondige en gelovige christenen geworden. Bovendien is er, zeker in de negentiende eeuw, een sterke missionaire beweging op gang gekomen. En toch: het pleidooi voor zuiverheid is en blijft spelen met vuur. Het leidde tot steeds nieuwe afsplitsingen. En mirabile dictu bleek juist het protestantisme opvallend vatbaar voor de tijdgeest. Het Sola Scriptura bleek minder eenduidig dan gedacht en dreigde soms te verworden tot ‘iedereen zijn eigen Bijbel’, waarbij onvermijdelijk de geest van de tijd een flink woord meesprak in de samenstelling van die Bijbel. Bij dat alles is de Rooms-Katholieke kerk ook na de Reformatie blijven bestaan en heeft ze in de afgelopen 500 jaar haar geschiedenis met God gehad.

Toch getrouwd
Intussen zijn we in veel opzichten in een post-christelijke tijd beland. De kerk heeft voor velen afgedaan. Het vertrouwen in de kerk is dramatisch laag. Het onderscheid tussen rooms-katholiek en protestant is bij grote delen van het volk onbekend. Als je in je seculiere omgeving zegt dat je man dominee is, moet je uitleggen dat je daar toch mee getrouwd kan zijn. We leven in een eeuw waarin het christendom uit het collectieve besef verdwijnt. Eerst geloofden we in de Romeinse en Griekse goden, daarna in de christelijke God, nu helemaal niet meer in een god – zo gaat dat. In het licht hiervan is het een daad van hardheid des harten om niet opnieuw fundamenteel na te denken over de kerk, met name in West-Europa en daarbinnen weer in Nederland.

Deze tijd vraagt om een radicale stap. Dat is de verzoening tussen Rome en Reformatie en daarmee het herstel van de breuk, en een vereniging van de kerken in het ene lichaam van de catholica. Zeker, dit vraagt veel aan beide kanten. Het vraagt aan de kant van de Reformatie de erkenning dat de kerk van Rome de kerk is die historisch teruggaat op de kerk van de apostelen. Dat afdoen met ‘het gaat niet om oudheid maar om waarheid’ is mijns inziens frivool. Het vraagt om de erkenning van de betekenis van de ambtelijke bediening van deze kerk ondanks vormen van corruptie die steeds weer de kop hebben opgestoken. De Rooms-Katholieke Kerk is bovendien door een vuur gegaan en heeft in de afgelopen 500 jaar blijken van heiligheid, verdrukking en theologische vernieuwing gekend. Luther zou niet uit de Rooms-Katholieke Kerk van vandaag zijn gestapt.

Authentieke dochter
Van de kant van de Rooms Katholieke Kerk vraagt dit de erkenning van de weg die God is gegaan in de kerken van de Reformatie. Deze beweging is zo diep en breed geweest, dat het niet aangaat hier van schismatici en ketters te spreken. God heeft de breuk niet gewild maar Hij heeft er wel door gewerkt. Dat geldt ook voor de Pinksterkerken, die historisch toch vooral gezien moeten worden als een vorm van radicaal protestantisme. Rome zal dus een authentieke dochter terug ontvangen (als je van terug wilt spreken). Een dochter die schatten van geestelijk leven en theologische doordenking met zich meedraagt.

God heeft aan twee kanten gewerkt. Christus is verscheurd geraakt maar heeft verscheurd in zijn liefde over zijn kinderen gewaakt. Brengt hij die kinderen nu weer bij elkaar? Is het voorstelbaar dat het niet Christus’ verlangen is dat nu Rome en Reformatie bij elkaar komen en zo het ut unum sint vervuld wordt?

Zoals gezegd: de fase van het corpus christianum is voorbij. Dat is voor de cultuur een ongewis avontuur. Eén ding moet echter ook gezegd worden: een ‘christelijk’ Europa heeft de breuk in het lichaam mogelijk gemaakt en bestendigd. We konden beiden wel zonder elkaar voort. Die tijd gaat voorbij. We komen in een tijd die ook weer meer gaat lijken op de tijd van de patres. Een tijd waarin de kerk, zo God het geeft, weer tevoorschijn komt als kerk: als gemeenschap van broeders en zusters die leven in het geloof in de opgestane Heer. Die samenkomt rond de tafel van de Heer om in brood en wijn het lichaam en het bloed van Christus te ontvangen. Die geroepen is als getuige van Christus als de weg van het leven. Alles wat daarvan afleidt, is te veel en alles wat hieraan voorbijgaat, is te weinig.

Geen derde weg
Er is geen derde weg tussen het leven met en in Christus en het leven zonder Hem. Alle compromissen zijn for the time being en gaan voorbij. Als die kerk, ook door de druk van de tijd, weer openbaar komt, blijken breuken in toenemende mate betekenisloos en is het Gebot der Stunde de verzoening in en van het Lichaam van Christus.Kerkje spelen zonder besef dat de kerk niet ons project is

Velen zoeken en verlangen naar de kerk in haar apostolische en katholieke gestalte. Daarmee is niet een classicisme bedoeld. Eerder een kerk in het stormveld van de Heilige Geest. Er zullen vanwege de uitdaging van de tijd ook nieuwe geestesgaven loskomen. In dit opzicht is het die derde stroming: de Pinksterkerk, die een van God gegeven gave is, zeker in haar oorspronkelijke impuls. Het zijn juist Pinksterkerken waarin het geloof dat de Geest ook werkelijk wat met ons doet levend is, die sterker door het dak van het ‘immanentisme’ heen breken dan in veel mainstreamkerken. Misschien dat het persisteren van beide kanten in de breuk tussen Rome en Reformatie heimelijk de invloed van de secularisatie is geweest die in de Pinksterkerken als een teken Gods doorbroken wordt. Echter: waar deze ontdekking op zichzelf blijft in een beroemen op een nieuw soort zuiverheid, zal ook zij verwereldlijken (concreet: veramerikaniseren).

Kan het wel: een verzoening van tegenstellingen en een vereniging van Rome en Reformatie in de ene kerk van Christus? Er is veel dat daartegen in te brengen is. Er zijn vele maren en bezwaren, niet alleen van de kant van de Reformatie. Die kunnen een voor het oog sympathieke gestalte aannemen. Wees blij dat jongeren nu wat met het geloof hebben en zeur niet over kerken en kerkvereniging. We proberen de Heer te dienen en dat is moeilijk genoeg. Moeten we nu echt wat doen aan iets wat 500 jaar geleden is gebeurd? Het gaat om hier en nu en denk niet dat de wereld op kerkelijke vereniging zit te wachten. Of de vraag wordt gesteld of het dan om zichtbare eenheid gaat. De kerken kunnen toch naast elkaar bestaan? De verschillen zijn alleen maar een verrijking.

Dan is de vraag: zijn de breuken ontstaan vanwege verrijking? Is de kerk in vrede gemultipliceerd? Dat is niet vol te houden. Wij hebben het kleed gescheurd, dus is er ook de opdracht het kleed weer toe te naaien. En wie vandaag zegt: ‘vrijheid blijheid, een kerk erbij (mijn kerk) en kijk eens hoe bijzonder God aan het werk is’, komt dicht in de buurt van de valse profeten. Er wordt soms kerkje gespeeld zonder enig besef dat de kerk niet ons project is maar verschijning van het lichaam van Christus en dat dit lichaam één is. Kerkelijke experimenten zijn welkom en gewenst, maar als ze losstaan van het geloof in de ‘ene heilige katholieke christelijke kerk’ zal het vuur dat het oplevert strovuur blijken te zijn.

Lappendeken
Als het om ons protestantisme gaat, is eerlijke introspectie is gewenst. Er is aanleiding om de vraag te stellen: Is the Reformation over? (titel van het boek van de evangelical Mark Noll) Ik ben geneigd te zeggen: ja. Het geloof in Christus als de Zoon van God is bij Rome vaak meer ‘gewaarborgd’ dan bij het protestantisme. Het protestantisme biedt een beeld van een lappendeken, voor elk wat wils, waarbij gezag vaak een vies woord is en het kerkbesef steeds de neiging heeft te kantelen in de richting van ‘religieuze vereniging’.

De introspectie aan de kant van Rome ligt niet bij mij maar ik noem toch de recente misbruikschandalen, die deze kerk op haar fundamenten doet beven. Kennelijk is er iets grondig mis met de cultuur in de kerk en is de vraag gerechtvaardigd of de hiërarchie niet vooral gewerkt heeft als consolidator. De apostelen waren gezonden in de wereld en de bisschoppen ‘bezetten’ een zetel. Kan dat goed gaan? Rome heeft te vaak een uitgesproken of onuitgesproken superioriteit uitgestraald.

Rome en Reformatie komen gehavend uit de geschiedenis. We hebben naast elkaar en soms ook met elkaar het oordeel van God over ons afgeroepen. Vandaag wordt de kerk in ons deel van de wereld afgebroken. Het drama dat zich voltrekt is pijnlijk en gaat diep. Er rest ons niet dan het gebed onze roeping om kerk te zijn weer opnieuw te ontvangen uit Gods hand. Niet in de zin van ‘samen sterk’ maar in de zin van samen weer het geheim ontdekken van de kerk als lichaam van Christus en woonstede van de Heilige Geest. In ieder geval zal deze kerk niet een kerk zijn waarin we bij elkaar komen door allemaal wat minder te gaan geloven maar door samen meer te geloven.Ontwaren we dan niet de bliksem die de kim verlicht?

Hoe zal een vereniging eruit zien? Nodig is, zoals gezegd, een erkenning van de kant van de Reformatie van de ambten van Rome. Nodig is ook dat veel ‘geleefd protestantisme’ tot in de kerkstructuur en de kerkcultuur toe, een plaats krijgen. Rome kent het leven van de orden, die nooit helemaal passen in de hiërarchie van de bisschoppelijke kerk. Wat te denken van een protestantse orde in de ene kerk, met een eigen ambtelijke organisatie, erkend door de ‘herder van de herders’? Overigens gaat het niet om een terug naar Rome maar om een bekering van ons allen tot de ene Heer van de kerk. Is de overweldigende heerlijkheid, majesteit en liefde van Christus niet zo sterk dat we daardoor elkaar weer ontmoeten en herkennen als leden van zijn ene lichaam?

Noodconstructies
Is dat echter niet heel veel moeite voor weinig baat? Het antwoord daarop is dat geestelijk denken, leven en handelen nooit gemakkelijk is geweest. Het evangelie heeft echter steeds weer felle slagen mogelijk gemaakt. We zijn te zeer bevangen in een burgerlijke status quo. We denken onze vitaliteit beter te kunnen behouden in een gescheidenheid en zo ploeteren we voort. Zo onthouden we ons de diepe vreugde van de ene kerk in de ene Heer. Zo blijven we gevangen in de historie en luisteren liever naar de historische wetten dan gehoorzaam te zijn aan de wetten van de Geest.

De Heer zal wel zoveel geduld met ons hebben, dat er ook dan van echt kerkelijk leven sprake is. Maar waarom zullen we ons met noodconstructies redden? Hoeveel tijd denken we nog te hebben om tot vereniging te komen? Ontwaren we dan niet de bliksem die de kim verlicht? Raden we niet het naderbij komen van de openbaring van de bruid zonder vlek en rimpel die de Bruidegom in de armen valt? God geve dat we ons daarop richten als oude en toch nieuwe kerk, een kerk die raakt aan haar oorsprong en zich uitstrekt naar haar toekomst. De kerk van Christus.

Dr. A. J. Plaisier is missionair predikant in Apeldoorn. Van 2008 tot 2016 was hij scriba van de PKN.