Jaarseries

Om een gemeenschappelijk huis — jaargang 69, 2019

Wat is in een populist era het actuele belang van een christelijk perspectief op gemeenschap? Dat is de vraag die Wapenveld dit jaar wil agenderen. Het antwoord zou wellicht behulpzaam kunnen zijn om uit een negatieve spiraal van angst te kunnen geraken, toch niet bepaald een christelijke deugd. Hoopvolle perspectieven zijn meer dan welkom, alleen al als antidotum tegen het cynisme en een soms nakende stammenstrijd. De samenleving een beetje in balans houden, is dat te veel gevraagd?

Om een gemeenschappelijk huis

Pieter Jan Dijkmanjaargang 69, nummer 1, februari 2019

Op Oudejaarsdag toog ik, de kou trotserend, samen met dochter en zoon naar het strand bij Duindorp om de opbouw te bekijken van het houten gevaarte dat in de nacht van Oud en Nieuw voor een vlammenzee moest zorgen. Een kilometer verderop, bij de rivalen van Scheveningen, zou het vreugdevuur die nacht een angstaanjagende vuurregen worden. Wij aanschouwden de torenbouw. De vreugdevuren werden in 2014 nationaal erfgoed en je gunt je kinderen toch een culturele opvoeding.

https://wapenveldonline.nl/artikel/1447/om-een-gemeenschappelijk-huis/

Lees verder

De plaats waar de toekomstmuziek klinkt

Erik Borgmanjaargang 69, nummer 2, april 2019

Steeds als de discussie over een dubbel paspoort oplaait, verbaas ik mij erover dat de leden van de christelijke fracties in de Tweede Kamer niet opstaan en zeggen dat wat hen betreft een dubbel paspoort helemaal geen probleem is. [1] Christenen hebben per definitie een dubbel paspoort. Met een formulering die zo vertrouwd is geworden dat velen denken dat zij in de Bijbel te vinden is, stelt de tweede-eeuwse Brief aan Diognetus dat christenen voor de samenleving zijn wat de ziel is voor het lichaam: ‘Hoewel de ziel zich in het lichaam bevindt, behoort zij er niet toe. Zo zijn de christenen in de wereld, zonder van de wereld te zijn.’ Dat zij burger zijn van een staat is voor christenen nooit de primaire, maar een secundaire realiteit. Zij zijn primair burgers van hun hemels vaderland (vgl. Filippenzen 3:20).

https://wapenveldonline.nl/artikel/1458/de-plaats-waar-de-toekomstmuziek-klinkt/

Lees verder

De herroeping van elk onderscheid

Ariën Voogtjaargang 69, nummer 2, april 2019

Het idee van een ‘joods-christelijke identiteit’, zoals dat sinds het nieuwe millennium door populisten wordt gebezigd, is al vaak genoeg belachelijk gemaakt. Het is vooral ironisch dat het christendom, met kernwaarden als barmhartigheid en zelfopoffering, na de secularisatie weer van stal wordt gehaald om een uitgesproken wij-zij-politiek mee te funderen. Maar hoe kunnen we, als alternatief op de populistische interpretatie, op een juiste manier denken over christelijke identiteit? Of is vanuit christelijk perspectief dat spreken over identiteit zelf misschien problematisch? Bestaat er een gemeenschapsdenken voorbij de noodzaak van identiteit?

https://wapenveldonline.nl/artikel/1467/de-herroeping-van-elk-onderscheid/

Lees verder

Eigenbelang en gedeeld belang

Jelle van Baardewijkjaargang 69, nummer 3, juni 2019

Er is de laatste tijd nogal wat geschreven over de vermeende immoraliteit van het bedrijfsleven. Naar voorbeelden hoeft men nooit lang te zoeken, het nieuws wemelt ervan: Heineken kwam recentelijk in opspraak vanwege bierverkoop in Afrika met inzet van prostituees. Een rechter oordeelde dat Deliveroo zijn fietsbezorgers te weinig betaalt. Unilever doet pogingen om te vergroenen maar blijkt toch primair gericht op aandeelhouderswaarde. En dan is er nog het onthutsende beeld dat de Panama Papers van Nederland schetsen: ons land blijkt een belastingparadijs van het kaliber Kaaimaneilanden te zijn, waarin zelfs Shell – toch lange tijd ’s lands economische trots – in 2018 überhaupt geen belasting betaalde over een miljardenwinst. [1]

https://wapenveldonline.nl/artikel/1469/eigenbelang-en-gedeeld-belang/

Lees verder

Werken als wedstrijd

Martijntje Smitsjaargang 69, nummer 4, augustus 2019

De flexibilisering van het arbeidscontract is geen onbedoeld bijverschijnsel van onze arbeidsmarkt, maar een logisch gevolg van een consistente managementformule, gebaseerd op een competitief mensbeeld. Die formule, afkomstig uit het bedrijfsleven, is vanaf circa 1990 diep en zonder al te veel protest binnengedrongen in dienstverlenende instellingen. Dit gebeurde met name in Nederland, dat zich in Europa verrassend opwerkte tot kampioen flexwerk. Werknemers zouden de zeggenschap moeten heroveren over de criteria voor de kwaliteit van hun werk. En hun werkplek moet niet langer als een strijdperk van competitieve individuen worden gezien.

https://wapenveldonline.nl/artikel/1480/werken-als-wedstrijd/

Lees verder