Adam zwemt

Persoonlijke gedachten bij de jaarserie

Wat betekent het om een lichaam te hebben, om lichamelijk in de wereld te zijn? Hendrik Mosterd werd voor deze vragen gesteld toen zijn lichaam hem tot de orde riep. Luisteren naar zijn lichaam werd een belangrijke weg naar herstel. Een persoonlijke reflectie op het thema van de jaarserie: Geloven met lijf en leden.

December 2019 – Vanaf de bank in onze woonkamer zie ik voor de zoveelste keer die lege witte muur. Dit keer kom ik in actie. Ik struin het internet af op zoek naar kunst die niet snel verveelt en blijf hangen bij Adam zwemt van Janpeter Muilwijk. Het gaat om een gouache met potlood uit 2019 dat dient als een ontwerp voor een wandtapijt.[1] Tussen twee blauwgroene liggende stroken zie ik vriendelijk kabbelend water. Lichtblauwe golfjes bespelen een zandkleurige bedding. In transparant water zie ik schuin van boven een liggende poedelnaakte man. Zijn lichaam bevindt zich onder water, zijn opgeheven hoofd steekt er vanaf de lippen bovenuit. Waterplanten worden door de stroom dezelfde kant op gebogen. Ter hoogte van zijn rechterbil zie ik een felblauwe ijsvogel die naar beneden duikt naar één van de kleine visjes die Adam vergezellen. Een trotse witte zwaan zwemt ter hoogte van zijn onderbenen, een bruine zeehond doet een poging tot een gesprek. Het is alsof hij met zijn voorvinnen Adam verwelkomend begroet, en maakt Adam van zijn kant nu een omarmend gebaar?

Wat treft mij zo in dit beeld? Welk verlangen wordt hier aangeraakt? Is het de mens die helemaal in zijn element is, in harmonie met zijn eigen lijf en de tastbare wereld die hem omringt? Maar hoe zou water het element kunnen zijn waar ik mij in thuis voel? Ben ik geen landdier dat de aarde bewandelt met zijn voeten? Verlang ik naar het zwevende en bijna gewichtsloze van deze Adam? Voel ik mij aangetrokken tot zijn naaktheid en de vrijheid die dat ademt? Herken ik misschien iets van de spanning tussen dat wakkere en waakzame hoofd dat boven het wateroppervlak uitsteekt en het lichaam dat zich vanaf de lippen onder water bevindt? Of herinnert het water mij ergens diep vanbinnen aan de zilte warme binnenzee van de moederschoot? Adam zwemt heeft geen plekje gekregen in de lege witte ruimte waarmee mijn zoektocht begon, maar het werk fascineert me dermate dat ik een foto ervan gebruik als bureaublad achtergrond op mijn computer. Ik zie hem iedere dag even in een flits voordat ik met mijn werk begin en als ik mijn geopende bestanden aan het einde van de werkdag weg klik komt hij weer tevoorschijn.

Met lijf en leden

In een van zijn betere covers zingt Peter Gabriel ‘My body is a cage. It keeps me from dancing with the one I love.’ Deze mystieke regels worden aan het einde van het liedje nog eens aangezet: ‘Set my spirit free. Set my body free.’

Geloven met lijf en leden, een jaarserie over lichamelijkheid dus. Een opmerkelijk thema voor een tijdschrift dat zich vooral toelegt op de dingen van de geest. Maar al denkend en reflecterend worden we soms opeens ingehaald door het lijfelijke. Peter Gabriel zingt erover. En het is wat Hendrik Mosterd aan de orde stelt in het openingsartikel van deze jaarserie.

De verhouding geest en lichaam is op veel meer manieren actueel. De Amerikaanse filosoof Judith Butler stelt dat lichamen slechts constructies zijn. Ze spitst dit toe op mannelijkheid en vrouwelijkheid. Je kunt niet om haar heen als het gaat over genderproblematiek. Een thema waar we ook bij willen stilstaan.

Onlangs verscheen Lower than the Angels, A History of Sex and Christianity van Ierse kerkhistoricus Diarmaid MacCulloch. De kerk heeft altijd een ambivalente verhouding gehad tot seksualiteit en het lichamelijke. Een geschiedenis waar we in willen duiken om ons te bezinnen op de betekenis van onze lichamelijkheid.

Wellicht is het zo dat de kerk een tekort aan lichamelijkheid heeft, in elk geval de protestantse traditie. Maar in de huidige wetenschap wordt veel, zo niet alles juist teruggebracht tot het lichamelijke of het materiële. Je kunt lichamelijkheid ook overdrijven.

We gaan dus op zoek naar een goede omgang met het lichamelijke. In balans. Echt een onderwerp voor een blad dat 75 jaar bestaat. Want wie oud wordt, wordt zich pas echt bewust van zijn lichamelijkheid.

De redactie


Maart
2022 – Voor het gemak heb ik het de naam van een burn-out gegeven, achteraf denk ik dat een depressie de lading beter dekt. Terugblikkend weet ik dat het alles te maken had met de manier waarop ik mij verhield tot mijn lichaam. Mijn hoofd stak boven het wateroppervlak uit en draaide overuren om maar niet te voelen wat het lichaam onder de waterspiegel mij wilde vertellen. Ik verweerde mij tegen buitensporige angsten met eindeloos piekeren, maar wakkerde het op die manier alleen maar aan. Mijn denkende hoofd was mijn één en mijn al, mijn lichaam verschrompelde waar ik bij stond. Voor het eerst in mijn leven ben ik eerder wakker dan dat mijn wekker gaat, ik val af en besterf het van de kou. Ik heb er mijn dikste winterjas ooit aan overgehouden.

Gebrand Bakker vertelt in Knecht, alleen hoe een depressie je tot een schim kan maken van wie je bent, voor jezelf maar ook voor je omgeving.

Als je diep depressief bent, ziet niemand je. Je kunt lopen, fietsen, in een tram, bus of trein zitten, zonder dat het iemand opvalt. Je had net zo goed niet op de fiets of in de trein kunnen zitten. Je bent niets en in het Niemandsland waar je woont, kijken de andere inwoners straal door je heen. Als het je beter gaat, soms zelfs zonder dat je dat zelf meteen zo ervaart, beginnen mensen je weer aan te kijken. Alsof ze verbaasd zijn dat ze je zien. Niet iemand anders, nee, jou, specifiek jou. Nu je niet langer niets bent, is je lichaam er ook weer, letterlijk. Een lichaam, een gezicht dat gezien wordt of gezien kan worden door anderen. Die witte hond van onlangs, waarom kwam dat beest luid blaffend recht op mij afrennen en liep hij niet naar zijn bazin? Omdat hij me zag. Ik was een entiteit, ik was iets. De hond en ik leefden in dezelfde wereld.[2]

Om het piekeren te begrenzen en meer in contact te komen met mijn lichaam wordt mij aangeraden iets te doen met mindfulness. Ik sta open voor alles wat helpt en abonneer me op de app Headspace. Zittend of liggend concentreer ik mij op het rijzen en dalen van mijn borstkas begeleid door een diepe mannenstem of een vriendelijke vrouwelijke evenknie. Ik word uitgenodigd het gewicht van mijn lichaam te voelen, de punten waarop het contact maakt met de ondergrond waarop ik lig. Hoe voelt mijn lichaam vandaag aan? Is het zwaar of licht, verstild of rusteloos? Ik scan mijn lichaam van boven naar beneden om te voelen wat er te voelen is en kom uiteindelijk weer uit bij de het ritme van de adem die in- en uitgaat.

Er komen oefeningen voorbij bij die religieus aandoen. Zo word ik uitgenodigd mij een constante stroom van warmte en zonlicht voor te stellen die van bovenaf mijn lichaam doorstroomt. Ik zie hoe dit vloeibare licht van mijn hoofd naar mijn voeten stroomt. Vanaf mijn tenen begint het langzaam mijn lijf te vullen. Vanuit de voeten stijgt het via de onderbenen naar de knieën, van de bovenbenen naar de onderbuik, vooral daar voel ik het, en door naar mijn borst. Het licht vult mijn armen, mijn handen en mijn vingers, het kruipt naar boven door mijn hals, het trekt langs mijn gezicht tot het dak van mijn schedel bereikt is. Ik voel hoe mijn verkrampte spieren zich ontspannen en mijn koude lichaam warm wordt. Het overkomt me regelmatig dat ik in slaap val nog voor het licht mijn kruintje bereikt heeft. Als het wiel van mijn denken even stilstaat voel ik hoe moe ik ben en komt er ruimte voor de heling van de slaap.

Wat mij opvalt is dat geest en lichaam niet zonder elkaar kunnen. Mindfulness begint met aandacht en Headspace begint met het hoofd. Ik zal nooit samenvallen met mijn lichaam zoals een pasgeboren baby dat doet en dat is ook helemaal niet mijn ambitie. Aandacht en concentratie worden niet buitenspel gezet, maar omgebogen en in contact gebracht met de werkelijkheid van mijn lijfelijke en emotionele bestaan. Ik negeer mijn lichaam niet langer en voorzie het actief van een nieuwe inhoud en een positievere betekenis. Het is niet langer een zwart gat maar een van licht en warmte vervulde ruimte, alsof de kachel wordt aangezet in een huis dat veel te lang niet bewoond werd. Het heeft wel iets weg van incarnatie.

§

Augustus 2022 – In de laatste week van de zomervakantie stap ik over de drempel van het nieuwste zwembad van Amersfoort. Ik ben er met de auto heel vaak langsgereden. Door de grote raampartijen heen zag ik vanaf buiten de zwemmers, de startblokken en de duikplanken in een wit-blauwe ruimte. De laatste keer dat ik zelf een zwembad vanbinnen heb gezien was dertig jaar geleden tijdens het afzwemmen voor mijn B-diploma op de basisschool. Dat was een functionele aangelegenheid want je moet jezelf toch een beetje kunnen redden in het water. Voor zwemmen als recreatie was er in mijn kinder- en tienerjaren geen ruimte. Grieken en Romeinen waren fervente baders, maar met de intrede van het christendom is er eeuwenlang niet tot nauwelijks gezwommen. De Here God heeft onze eerste voorouders niet voor niets van dierenvellen voorzien, het vaste land en de zee zijn niet voor niets van elkaar gescheiden.

Niets lijkt verder af te staan van de kabbelende stroom waar Adem in zwemt dan het hypermoderne zwembad waar ik me voorzichtig in laat zakken. De waterwildernis is hier gevangen in een wit betegeld bassin en de vrijheid van de zwemmer wordt aan banden gelegd door golfbrekende zwemlijnen. Ik ben het zwemmen niet helemaal verleerd, maar niettemin ben ik na één baantje van vijftig meter toch buitenadem. Mijn lichaam moet wennen aan het koude water en eenmaal los van de kant heb ik te veel haast om de andere kant te halen. Ik herken me in wat Kirsten van Santen schrijft: ‘Zwemmen is een ambivalente ervaring, want in het water horen we tegelijk wel en niet thuis. We laten ons hoopvol en met angstig hart in een ander universum zakken, belanden in een verraderlijke omgeving waar onheil op de loer ligt, maar ook intens genot. Dat maakt zwemmen tot iets intiems en kostbaars.[3]

Ik besluit me de schoolslag opnieuw eigen te maken aan de hand van instructies die gegeven worden in YouTube filmpjes. Later vervolg ik met een groepscursus borstcrawl gegeven door een zwemcoach. Het blijkt een lastige slag om onder de knie te krijgen vanwege de combinatie van verschillende lichaamsbewegingen tegelijkertijd. Ze worden daarom één voor één ingeoefend. De borstcrawlbenen oefenen we door de handen te laten rusten op een zwemplankje, de armen krijgen vrij spel door een pullboy tussen de benen te klemmen en het stroomlijnen oefenen we door ons steeds weer opnieuw af te zetten van de kant. Rustig en met vertrouwen uitademen onder water blijkt de grootste uitdaging. Het kost me uiteindelijk acht weken om de overkant van het vijftigmeterbad te halen en daarna kost het me een jaar voordat ik een kilometer aaneengesloten deze slag zwem.

Op deze manier maak ik mijzelf een vaardigheid eigen die mij niet vanzelfsprekend toebehoort. Het heeft er veel van weg dat willen en denken hier het lichaam domineren door het iets vreemds op te dringen. Maar zwemmen laat zich niet reduceren tot een lichamelijke activiteit die door het hoofd wordt aangestuurd. Het lichaam heeft in het water een eigen intuïtie, een eigen intelligentie, een eigen geheugen dat langzaam wordt opgebouwd.[4] Om me te kunnen afzetten tegen het water moet mijn lichaam voelen waar het water weerstand biedt. Mijn bewustzijn is hier niet analyserend of controlerend, maar eerder volgend en op de achtergrond aanwezig. Soms val ik door te bewegen in het zwembad even helemaal samen met mijn lichaam. Als het zonlicht dan door de ramen valt en op de bodem van het bad bewegende figuren tekent, voel ik me gelukkig. Het is door te bewegen in het zwembad dat ik voor het eerst weer het gevoel heb dat ik besta en meer dan een schim ben. Onderaan het startblok begint een waterbuurvrouw zomaar tegen mij te babbelen.

§

Oktober 2022 – Vanaf mijn veertigste verjaardag draag ik aan mijn linkerarm bij dag en nacht een zwart sporthorloge. Een eerste voor de hand liggende functie van dit horloge is het meten van mijn eigen sportieve prestaties. De resultaten kan ik vergelijken met eerdere resultaten van mijzelf en van anderen via digitale platforms als Strava. Ik ben niet ongevoelig voor dit vergelijkende onderzoek. Er zijn heuveltjes in en rond Amersfoort die mij op de racefiets uitdagen om mijn maximale hartslag op te zoeken en toch weer een paar seconde af te snoepen van mijn beste tijd tot nu toe. Het in een getal uitgedrukte resultaat vat ik op als een uitnodiging de uiterste grenzen van mijn kunnen op te zoeken. Het risico is niet denkbeeldig dat ik pas tevreden thuiskom als ik goede resultaten aan mezelf kan overleggen met voorbijgaan aan het plezier dat bewegen in zichzelf kan geven.

Datzelfde sporthorloge gebruik ik echter ook om goede grenzen in acht te nemen. Het maakt een inschatting van mijn algehele lichamelijk welzijn en zet dat niet alleen om in getallen, maar ook in adviserende teksten. Zo worden diepe slaap, remslaap, lichte slaap en momenten van wakker zijn gemeten en omgezet in een inzicht dat helpend zou kunnen zijn. Uw slaap was wat kort, maar uw lichaam is voldoende opgeladen. Uw training van gisteren heeft goede invloed gehad op uw slaapkwaliteit. Vroeger op de dag actief zijn, vooral buiten, brengt uw lichaamsklok in balans en helpt u dieper te slapen. Als ik na zo’n korte nacht wil gaan hardlopen adviseert het horloge mij een dag over te slaan, of een lichte in plaats van een zware training te doen.

Lichaamsbewustzijn van binnenuit (proprioceptie) is uiteraard te prefereren boven de waarneming van het lichaam van buitenaf (exteroceptief)[5], maar gegeven het feit dat ik zelf toch nog steeds te makkelijk aan mijn lichaam voorbijloop, zie ik mijn horloge als een welkome reminder aan mijn lichamelijk bestaan en de grenzen die daarmee gegeven zijn. Ik ken meerdere mensen met long covid die een sporthorloge hebben gebruikt om de signalen en de grenzen van hun lichaam serieuzer te leren nemen omdat ze vanuit zichzelf steeds meer hooi op de vork namen dan goed voor hen was. In het ideale geval maakt het horloge zichzelf uiteindelijk overbodig voor deze Adam en voel ik zelf van binnenuit hoe mijn nachtrust geweest is en wat daaruit volgt voor de dag die ik voor de boeg heb.

§

Januari 2023 – Een laatste ervaring die mij wegtrekt uit mijn hoofd is de emotionele en lijfelijke confrontatie met onze kinderloosheid. Lange tijd heb ik onderschat wat dit gemis voor mijzelf betekende, maar mijn pogingen dit weg te denken hielden geen stand. Via de huisarts komen we terecht bij het fertiliteitscentrum van het ziekenhuis. De zwangere buiken die bij het betreden van de afdeling in de wachtkamer zitten zijn confronterend. De wand met geboortekaartjes laat zien waar ze het hier allemaal voor doen. Naakt voel ik mij hier en kwetsbaar, alleen al door het op tafel leggen van onze vraag, meer nog dan door het overhandigen van potjes sperma in het vervolg. Gynaecologen en artsen zijn fijngevoelig, maar de taal die ze gebruiken stuit me soms tegen de borst. Mijn mannelijke bijdrage aan het onderzoek en de behandeling bestaat uit het ‘produceren’ van zaad, eicellen worden in deze omgeving ‘geoogst’.

Wat de behandeling ons oplevert is duidelijkheid dat het ons niet gegeven is. Dit einde van hoop en vrees schept ruimte voor rouw en verdriet. Dit missen heeft voor mij ook een lijfelijke dimensie. Ik mis de warmte die uitgaat van zo’n klein bundeltje mens in mijn armen, ik mis het afvegen van snottebellen, ik mis het ongedwongene van een kleuter die zomaar onverhoeds bij mij op schoot zou kunnen springen, ik mis het gestoord worden bij het lezen van een boek, ik mis dat onlosmakelijk en onherroepelijk aan elkaar gegeven zijn, ik mis het vanzelfsprekende contact met de mensen van morgen, maar met geen van deze beelden kan ik helemaal zeggen wat ik mis, want dat is nu juist het punt van dit missen, dat er iets is wat ik niet van binnenuit zal kennen. Wat ik erbij voel is er niet minder om. Het verdriet dat soms opvlamt heeft een eigen welsprekendheid.

Een geboorte wordt door middel van een kaartje gedeeld met familie en vrienden en krijgt een ieder jaar terugkerende plek op de verjaardagskalender. Van een overlijden wordt de omgeving op de hoogt gesteld door middel van een advertentie of een rouwbrief zodat iedereen kan meeleven. Kinderloosheid is een leegte die niet op deze manier gemarkeerd is. Er zijn geen vanzelfsprekende rituelen waarmee het gearticuleerd wordt. Het wordt je gaandeweg duidelijk, het dringt langzaam tot je door, je omgeving gaat het geleidelijk aan vermoeden en weet er zich vaak geen raad mee, het krijgt maar zelden taal. De meerwaarde van de mislukte behandeling is dat we een concrete aanleiding hadden om ons verdriet expliciet te maken. We hebben het gedeeld met familie en vrienden met als resultaat veel troostende knuffels, meer taal en diepere verbondenheid.

§

Maart 2024 – Het was een langgekoesterde droom om in de eigen kerkelijke gemeente de Paasnacht te vieren. Buiten is het donker, binnen schijnt het licht van de zojuist ontstoken nieuwe Paaskaars. We lezen het evangelie van de opstanding van de Heer. We zingen over het hert dat verlangt naar water en voegen ons daarmee in een lange stoet van mensen die vanaf de vroege kerk dit lied gezongen hebben in de nacht van hun doop. We bidden het doopgebed waardoor het glinsterende water in het doopbekken alles tegelijk wordt. Dit water is het water van het oordeel waar Noach uit behouden werd, dit water is de Rode Zee waar het volk van de slaven doorheen trok, dit water is de doodsjordaan waar Jezus in werd ondergedompeld. Ik ben door de doop met de Heer in dit water begraven om met hem op te staan tot nieuw leven. Ik doop mijn vingers in het water en teken er een kruisje mee op mijn voorhoofd. God wil dat ik leef, dat wordt zintuigelijk aan mij verkondigd.

Als ik vanuit dat perspectief nog een keer naar het water kijk waar Adam in zwemt dan valt het mij op dat dit geen doodswater is. Het is niet donker en zwart, maar helder en transparant als het water van het leven. De schaduw van de dood is eruit weggenomen. Een eerdere tentoonstelling van Janpeter Muilwijk in Zwolle kreeg als titel in paradisum mee. In de begeleidende uitgave in boekvorm[6] vertelt hij dat hij met deze titel verwijst naar een goede oorsprong waarvan je in flitsen en fragmenten soms iets ziet oplichten in het leven. Maar de naam van deze tentoonstelling verwijst ook naar de goede bestemming waarover wordt gezongen in de requiemmis voor de doden. Ergens tussen dat goede begin en dat wenkend vergezicht in leef ik zoekend en tastend mijn lijfelijke bestaan. Adam kijkt zwemmend in het water met een schuine blik naar boven. Dat oriëntatiepunt heb ik nodig om mij met vertrouwen te kunnen bewegen in het water dat mij omringt.

H.S. Mosterd MA is redactielid van Wapenveld en predikant in de Adventkerk (PKN) in Amersfoort.

  1. Verwijzing naar de QR-code.
  2. Gerbrand Bakker, Knecht, alleen, Prive Domein nr. 309, Uitgeverij de Arbeiderspers, Amsterdam 2020.
  3. Kirsten van Santen, Water pakken, Een zwemgeschiedenis, Atlas Contact, Amsterdam 2022.
  4. Aldo Houterman, Wij zijn ons lichaam, Wat sport en beweging ons vertellen over menselijk gedrag, Ambo/Anthos, Amsterdam 2019.
  5. Bregje Hofstede, De herontdekking van het lichaam, Cossee, Amsterdam 2016.
  6. Janpeter Muilwijk, in paradisum, over de kalmte van de ziel, Middelburg 2014.