Het duister helder als het licht

Over depressie en leven

Abstract

‘We schamen ons toch ook niet voor een hernia?’ Met deze woorden lanceerde toenmalig minister van Volksgezondheid Edith Schippers in 2016 een campagne om depressie eerder te signaleren. Een speerpunt van deze campagne was het bespreekbaar maken van depressie. Nu, ruim twee jaar later, wordt er meer dan ooit over depressie gesproken. In diverse tv-programma’s werden gedeprimeerden uitgebreid aan het woord gelaten en verschillende bekende Nederlanders hebben gesproken over hun worsteling met depressie. Aan aandacht geen gebrek dus.

De vraag die opkomt bij al die aandacht is of we nog wel de woorden weten te vinden die recht doen aan de ervaring van de gedeprimeerde. Neem nu het citaat van minister Schippers. Kunnen we depressie zomaar vergelijken met een hernia? Alleen al het onderscheid in ons taalgebruik – we hebben een hernia, maar we zijn depressief – toont aan dat depressie veel dieper in ons bestaan ingrijpt dan een hernia. De laatste betreft een lichamelijke aandoening, de eerste grijpt ons aan tot in onze ziel. Voor de zielsdimensie van ons bestaan vinden we echter steeds moeilijker woorden. Depressie is, in het gangbare vertoog, niets meer dan wat verkeerde stofjes in het brein of een verkeerd denkpatroon. In deze reductie verschilt depressie inderdaad weinig van een hernia, maar tegelijkertijd wordt er aan de ervaring van de gedeprimeerde – namelijk dat zijn of haar bestaan tot in de kern is aangetast – geen recht meer gedaan.

Ons dagelijkse leven lijkt zich doorgaans nu eenmaal prima te laten begrijpen zonder verwijzing naar een zielsdimensie. Het succes van een wetenschap die de mens ziet als een louter materiële entiteit is hier een voorbeeld van. Pas een radicale inbreuk op het ‘gewone leven’ kan de tekortkomingen van dit wereldbeeld blootleggen. Om opnieuw toegang te krijgen tot de zielsdimensie en daar woorden aan te geven, zullen we bij zo’n grenservaring moeten beginnen. Depressie is in onze tijd de grenservaring bij uitstek, die ons confronteert met de grenzen van ons kunnen – een scherp contrast met de schier grenzeloze maakbaarheid van het moderne leven. Terug naar de ervaring dus, om van daaruit nieuwe woorden te vinden voor het onpeilbare mysterie van onze individualiteit, ons zelf-zijn, onze ziel.

Om te begrijpen hoe ons zelf zich onttrekt aan de moderne, natuurwetenschappelijke blik zal ik me laten leiden door de Franse fenomenoloog Michel Henry. Hij stelt zich als doel te onderzoeken wat we bedoelen met ‘ik’ of ‘mij’ wanneer we over onszelf spreken. Daarbij is het hem niet te doen om een psychologische vraag naar wat het ‘ik’ is, maar hij vraagt naar het ‘hoe’ van onze zelfervaring. Fenomenologie houdt zich immers bezig met het ‘hoe’ van de ervaring, waarbij het ‘wat’ dat in die ervaring gegeven is op de tweede plaats komt. Juist in depressie dringt het ‘hoe’ van de zelfervaring zich op.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.