De plaats waar de toekomstmuziek klinkt

Gemeenschap: een christelijk-theologische visie

Abstract

Steeds als de discussie over een dubbel paspoort oplaait, verbaas ik mij erover dat de leden van de christelijke fracties in de Tweede Kamer niet opstaan en zeggen dat wat hen betreft een dubbel paspoort helemaal geen probleem is. Christenen hebben per definitie een dubbel paspoort. Met een formulering die zo vertrouwd is geworden dat velen denken dat zij in de Bijbel te vinden is, stelt de tweede-eeuwse Brief aan Diognetus dat christenen voor de samenleving zijn wat de ziel is voor het lichaam: ‘Hoewel de ziel zich in het lichaam bevindt, behoort zij er niet toe. Zo zijn de christenen in de wereld, zonder van de wereld te zijn.’ Dat zij burger zijn van een staat is voor christenen nooit de primaire, maar een secundaire realiteit. Zij zijn primair burgers van hun hemels vaderland (vgl. Filippenzen 3:20).

Bij de kerkvaders is de redenering te vinden dat christenen (christianoi) de meest waardevolle burgers (chrestostatoi) zijn, omdat zij uiteindelijk niet loyaal zijn aan een concrete menselijke gemeenschap en hun cultuur, maar aan de liefde en rechtvaardigheid zoals die in Jezus Christus zichtbaar zijn geworden. Dit maakt ze tot ‘vreemdelingen en ballingen’ waar ze ook zijn (1 Petrus 2:11), hetgeen ze zich logischerwijze verbonden moet doen voelen met anderen die evenmin vanzelfsprekend burgerschap genieten. Het maakt het logisch dat zij zich inzetten om uiteenlopende groepen met elkaar te verbinden met het oog op het vergroten van de rechtvaardigheid. De Franse filosoof Jean-Luc Marion heeft recent gepleit voor het herstel van een dergelijk door hem ‘katholiek’ genoemd moment in de politiek en de opbouw van de samenleving.

Marion legt hiermee de vinger op de zere plek. Dat de christelijke traditie bijzondere zorg heeft voor gemeenschap is duidelijk, maar wat is de achtergrond daarvan? Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw heeft het communitarisme in de lijn van het werk van Amitai Etzioni veel invloed gekregen. Het communitarisme presenteert zich als noodzakelijk tegenwicht tegen het liberale individualisme en onderstreept de verantwoordelijkheid van het individu niet alleen voor zijn eigen welzijn en welbevinden, maar ook voor die van de gemeenschap. De opbouw van de gemeenschap is volgens hen een politiek-morele plicht om te voorkomen dat het individualisme zelfdestructief wordt. Dit maakt het communitarisme uiteindelijk constructivistisch en Etztioni’s oproep terug te keren naar een ‘wij’ heeft als vooronderstelling dat mensen ontologisch gesproken de individuen zijn waar ook het liberalisme van uitgaat. Op basis van een beeld van de gemeenschap en haar belang wordt op grond van een haast Hobbesiaanse redenering vervolgens onderwerping aan de gemeenschappelijk cultuur gevraagd om te voorkomen dat mensen als absolute concurrenten elkaar naar het leven gaan staan en het recht van de sterkste gaat gelden.


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.