Met de ogen open in een put vallen

Broeder Ezel, geschikt om de ziel te sjouwen

Abstract

 ‘Het zou een prachtig melodrama worden, al kon ze maar beter nergens op rekenen.’ (26) Een heel goed boek moet of heel dik zijn, men besteedt er dan een maand aan en woont tijdelijk geestelijk elders, of niet zo dik, en dan is men er na drie avonden voorzichtig lezen doorheen, maar wel voor langere tijd van de kaart. Van een boek als een voetreis, langzaam, met kleine stapjes omhoog en omlaag, door het verleden en door Italië, met onderweg de nodige pijn, waar je dan plotseling ook ernstig om moet lachen. Met wolven, schapen, een postbode onder de douche, en met een slang. Zoals in het boek van Liesbeth Goedbloed, Broeder Ezel. Waarin het geheel van de bagage van Anna, de held, moedig wordt meegetorst door een metgezel, die veel verdraagt.

Ook zij bewandelde een slechte weg, maar broeder ezel ging haar voor. Eigenlijk kon ze er dus niets aan doen. Als (de ezelverhuurder) haar achterna zou komen en haar zou vragen wat ze hier deed, dan kon ze naar broeder ezel wijzen en zeggen: ‘Die ezel die gij mij gegeven hebt.’ (25)

De taal van het verhaal is de taal van vandaag, van een sterke jonge vrouw, die dwingend kan formuleren. En in haar hoofd staat een klankkast vol flarden Statenvertaling, en met die poëtische mengeling oefent ze haar pleitreden en overwegingen op haar grijze metgezel.

Ze vroeg zich af waar de postbode nu zou zijn (...) hing zijn zwarte uniform netjes over een hangertje voor het raam, terwijl hij zich onder de douche stond in te zepen: zijn grote geaderde handen vol zeepsop, (…) die wit en mismaakt naar zijn kruis gingen. (27)

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.