God als ultimate concern

Theologie komt voort uit gefascineerdheid

Abstract

De afgelopen twee jaar was ik gastschrijver voor Wapenveld. Dit is het zesde stuk in een serie, waarin ik aandacht vroeg voor primaire woorden van het christelijk geloof. Woorden die zo gemakkelijk vergeten kunnen raken of overgroeid kunnen worden door ‘a thousand qualifications’ maar die zo onweerstaanbaar zijn, dat ze steeds weer in hun kracht en glorie oplichten. De basis van al die woorden is God. Daar wil ik het in deze afsluitende bijdrage over hebben. Daarin komen thema’s uit mijn vorige bijdragen terug en worden erin tot een synthese gebracht.

God is de meest werkelijke werkelijkheid. God is de hoeder van de taal. God is het fundament van het verstand. Dat wordt met een blik op de universiteit duidelijk. De idee van de universiteit stamt uit de Middeleeuwen. De drijvende kracht erachter was het christendom. De universiteit kende een breed curriculum. Op basis daarvan was het mogelijk om rechten, medicijnen of theologie te studeren. Het was ondenkbaar om God uit te sluiten van de universiteit. In feite was het bestaan van God de samenbindende factor van de universiteit.

Wij leven intussen in andere tijden. Theologie als aparte universiteit of faculteit bestaat nog wel maar in de marge, en voor hoelang? Met de val van de theologie is ook de idee van een universiteit verdwenen. Wat rest is een bonte verzameling faculteiten en studies.

Theologie is out en heeft geen opvolger, tenzij deze gezocht moet worden in een een materialistische levensbeschouwing. Die levert misschien wel cement waarmee voor het oog alles aan elkaar is, maar geeft geen ziel.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.