Redactioneel

De Sint bracht mij dit jaar een voorleesboek met wonderverhalen. Volgens het gedicht was ik daar hard aan toe. Samen met mijn kinderen kreeg ik de smaak snel te pakken. Wonderverhalen vragen om een glimlach en verwondering. Maar mijn zoon wilde voor het slapen gaan nog wel even weten of dat roodborstje nu echt bij het kruis van Jezus was geweest. Gelukkig lukte het om hem snel terug te laten keren naar zijn kinderwereld. Toen we de andere dag lazen waarom de moeder van Petrus niet kon terugkeren uit de hel – het lukte haar niet, anderen lief te hebben – viel er een stilte. De verbeelding deed haar werk.

Er zijn tijden waarin de harten van vaders en moeders moeten gaan lijken op die van de kinderen. Wonderverhalen kunnen daarbij helpen. Maar die niet alleen. De deuren van het hart die in kinderliederen geopend worden, laten ouders zelden onberoerd. In dit nummer interviewen we Elly en Rikkert over hun bekende oeuvre. De liederen van dit duo hebben generaties overleefd.

Erik Oevermans schrijft over twee manieren om over transcendentie te spreken. Hij vergelijkt transcendentie met verlangen naar een schijnbaar onbereikbare oceaan. Voor sommige denkers, de levensfilosofen, is de oceaan een onuitputtelijk gebeuren dat zich telkens meldt, al kun je er met je verstand geen vat op krijgen. Anderen, de rede-filosofen, proberen de dicht gestoven weg naar de oceaan toch weer open te maken: redelijke kennis over transcendentie bestaat immers. Voor wie dit allemaal abstract vindt, vergelijkt Oevermans de levensfilosoof met Johan Cruijff, die al draaiend en pingelend de bal in het doel krijgt. En de rede-filosoof lijkt op Arie Haan (voor de onwetenden: Haan is ook een voetballer) die met een grote uithaal het doel weet te treffen.

Op sommige punten is er overeenkomst tussen de twee denkwijzen van Oevermans en de discussie die Bert de Leede en Gijsbert van den Brink voeren over het boek Oer. Beiden willen geloof en evolutie met elkaar verbinden, de een houdt de ruimte tot het doel klein, de ander waagt een afstandsschot. De Leede meent dat Van den Brink geloofskennis en wetenschappelijke kennis te dicht bij elkaar brengt. Volgens Van den Brink gaat in die kritiek iets belangrijks verloren: de eenheid van het leven. Hij prikkelt de gelovige verbeelding om Gods aanwezigheid voorstelbaar te maken in de miljarden jaren voordat Gods weg met mensen begon.

Ger Groot heeft ons twee jaar lang in elk nummer verrast met zijn kritische doordenkers. Hij neemt afscheid met een paukenslag. Groot laakt de toenemende overheidsbemoeienis in de privésfeer. De democratie heeft een volledige cirkel beschreven, van gebondenheid naar vrijheid en weer terug. Food for thought. Wij zijn deze erudiete tijdgenoot dankbaar voor zijn bijdrages aan ons blad.

Op 24 november promoveerde ons redactielid Wim Dekker aan de Vrije Universiteit op een proefschrift over het gezin. Wim voert een pleidooi voor de betekenis van het gezin in het sociaal werk. We feliciteren Wim van harte met deze mijlpaal. En we denken stiekem dat Wapenveld de ideale springplank is voor dit soort prestaties.

Dit redactioneel eindigt met een verdrietig bericht. Op 9 november overleed onze administrateur, Mart Flink. Vier jaar lang heeft hij nauwgezet en toegewijd de financiën en abonnementen van Wapenveld beheerd. In de zomer ging ik vaak bij hem en zijn vrouw Willie op bezoek. We spraken nooit lang over de administratie. Al snel vergleed het gesprek naar boeken, kerkgeschiedenis en de hervormde theologen in zijn boekenkast. Mijn laatste bezoek stond in het teken van zijn naderende einde. Ruim een uur lang spraken we over sterven, geloven en het achterlaten van geliefden. Mart kon dat doen met een vrome nuchterheid die ik niet zal vergeten. Bij zijn graf werd gezongen: ‘U zij de glorie!’ We wensen Willie en de kinderen veel sterkte toe in de komende tijd.