Meer dan een modaliteit binnen een veelkleurige kerk

De erfenis van ds. G. Boer
Dr. ir. J. van der Graaf

Abstract

Dr. Ir. J. van der Graaf verdient de complimenten, dat hij dit werk heeft verzameld en geannoteerd. Eerder verzorgde hij een biografie  van Ds. G. Boer:  Passie voor het evangelie (Heerenveen, 2005). Wie beide boeken naast elkaar legt krijgt een zeer goed beeld van de tijd waarin Boer leefde, de grote en kleine discussies die zich toen afspeelden binnen de kerken en binnen de Gereformeerde Bond in het bijzonder.
Hij zal beter kunnen begrijpen waarom de Gereformeerde Bond altijd in een tweespalt heeft verkeerd: helemaal trouw aan de  katholieke gereformeerde kerk van ons land (die toen Nederlandse Hervormde Kerk heette) en tegelijk anders. Meer dan een modaliteit binnen een veelkleurige kerk. In geest en waarheid  verbonden met veel afgescheidenen buiten de Hervormde Kerk, maar je omwille van het verbond van God met ons volk en zijn kerk, zelf niet kunnen en willen afscheiden. Je hoort bij wijze van spreken de hopeloos klinkende uitdrukking, die in de laatste fase van het ‘Samen op Weg-proces’ werd gebezigd, al aankomen: ‘We kunnen niet weg en we kunnen niet mee’.

Tegelijk komt de lezer in contact met een zeer begaafd en hartstochtelijk prediker, een van de beste vertegenwoordigers van een traditie waarin Calvijn en de Nadere Reformatie in elkaar vervloeiden. Bevindelijk gereformeerd, niet in de sociologische zin, maar in de letterlijke zin van het woord: iemand die dat wat in de gereformeerde belijdenisgeschriften staat zelf doorleefde en als ervaren waarheid predikte.

(...)

Een oppervlakkige beschouwer, zelfs een wat meer ingewijde, zou kunnen denken dat de Nederlandse Hervormde Kerk na de oorlog toch in een meer belijdend vaarwater was terechtgekomen. Waarom is Boer dan toch steeds zo somber over de koers van deze kerk – en dat niet alleen vanaf de jaren 60, wanneer de horizontalisering toeslaat, maar ook reeds daarvoor? Dat heeft alles te maken met de vigerende  midden-orthodoxe theologie. De term ‘midden-orthodox’ was gesmeed door Berkhof, die zichzelf daartoe rekende, maar die tegelijk een boekje schreef waarin hij de ernstige manco’s van deze hoofdstroom in de kerk aanwees  Berkhof meende dat er op dit punt van de Gereformeerde Bond te leren viel. Over de bezwaren van de Bond schrijft hij: ‘Hun bezwaren tegen ons zijn bezwaren tegen onze prediking. Zij vinden onze prediking te ‘voorwerpelijk’, ‘het wordt de mensen te gemakkelijk gemaakt’, ‘ze sturen je met een ingebeelde hemel naar de hel’, ‘de dominee zegt te gauw amen’(d.w.z. belangrijke elementen worden gemist), ‘de toepassing ontbreekt’, ‘er zit te weinig waarschuwing in’. Berkhof schrijft dan verder dat de Gereformeerde Bond met juiste intuïtie het geestelijk manco der midden-orthodoxie aanvoelt. ‘Het is diep te betreuren, dat wij de vragen van die zijde gesteld, tot nu toe met een soeverein gebaar ter zijde hebben gelegd’.
(...)
Het is mij zelf door het lezen en herlezen van zowel de preken als de theologische stukken in het verzameld werk van Boer nog duidelijker geworden dan voorheen, dat hier de grote verschillen lagen en opnieuw liggen. Maar dan niet meer tussen de Gereformeerde Bond en de grote middenstroom van de orthodoxie, maar nu ook dwars door alle kerken die gereformeerd heten heen en ook dwars door de Gereformeerde Bond heen.
De moeite van Boer met gereformeerd-zijn binnen de Nederlandse Hervormde Kerk na 1951 was ten diepste het feit dat dit gereformeerd-zijn werd beschouwd als een modaliteit, een wijze van geloven die er mocht zijn, maar gelijkgeschakeld werd aan andere wijzen van geloven. Waren die andere wijzen van geloven dan zo vrijzinnig? Nee, dat was zeker niet het geval. Maar voor Boer  was het grote manco van de vigerende  (midden-)orthodoxie, dat men ervan uitging dat God een liefdevolle en genadige God was zonder diep besef van zijn toorn en van de noodzaak van de Middelaar teneinde de toorn te stillen. Daarmee samenhangend: dat men het toepassende werk van de Heilige Geest verwaarloosde, waarin de schuldige mens met de Middelaar Christus verenigd wordt. Boer was er diep van overtuigd dat er alleen op deze wijze redding voor de schuldige mens mogelijk was. Daarvan getuigen al zijn preken.
(...)
at de eerste vraag betreft, we kunnen beginnen met te zeggen dat hij een charismatische leider was. Dat ben je of dat ben je niet.  God geeft aan zijn kerk van tijd tot tijd zulke mensen en Boer was een van hen.  Maar charismatische leiders kunnen de mist ingaan wanneer ze meer vertrouwen op hun vroomheid en communicatieve vaardigheden dan dat ze in alle nederigheid blijven studeren en dienstbaar zijn aan het geheel. Boer is hiervoor bewaard gebleven en zo tot grote zegen geweest. Het geheim van het gezag dat hij had naar veel gemeenteleden en jongere predikanten toe was dat hij het authentieke  geluid van de gereformeerde belijdenisgeschriften niet alleen theologisch  vertolkte, maar ook stem gaf in een prediking die grote uitwerking had op velen. Een begenadigd prediker was hij, die  de hoorders alle grond buiten Christus ontnam, maar hen dan ook in de ruimte zette van het heil en verder leidde op de weg van de heiliging, daarbij  de vragen van zijn tijd geenszins uit de weg gaande. 

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.