Verstoorde relaties kunnen worden hersteld

Een contextuele uitleg van het Jozefverhaal

Van alle bijbelse verhalen is de geschiedenis van Jozef een van de meest aansprekende. Het verhaal beschikt over een zeer doordachte structuur.Eerst leidt het menselijke handelen tot wraak, maar God neemt deze menselijke wraak2  op in een groter plan, waarbij dit menselijk handelen zelfs een randvoorwaarde is voor een latere ontwikkeling. Na een weloverwogen beslissing om zichzelf kenbaar te maken, geeft het slachtoffer aan dat God de verkeerde intenties van zijn broers gebruikt heeft om er een positieve wending aan te geven.3

In dit artikel wordt het Jozefverhaal contextueel dichtbij gebracht. Het contextueel uitleggen van de Bijbel gebeurt vandaag ook wetenschappelijk. Prof. dr. Peter Ben Smit werd op 1 september 2016 benoemd tot ‘Hoogleraar Contextuele Bijbelinterpretatie op de Dom Hélder Câmara leerstoel’. Een prikkelende uitspraak van hem is: ‘Het gaat over wat de Bijbel echt betekent, voor echte mensen die deze teksten lezen met het oog op het echte leven’. Peter-Ben Smit is dus op zoek naar een diepere laag en dat is ook precies wat ondergetekende in deze geschiedenis wil belichten: Wat bevindt zich nu eigenlijk onder de oppervlakte van dit verhaal? Hoe zit het verhaal echt in elkaar? Wat heeft het ons vandaag speciaal te zeggen? Een laatste vraag is: Laten belangrijke exegeten uit de Vroege Kerk, zoals Chrysostomus, zich ook leiden door zo’n contextuele benadering, of volgen ze een andere route bij de uitleg van de Schrift?

Het polygame huwelijk van Jakob heeft onmiskenbaar gevolgen gehad voor de relaties tussen de zonen onderling. Naar Jozef toe was deze relatie – vanuit  een aantal broers bezien – zelfs zeer vijandig. Dit aspect wordt in veel interpretaties van het Jozefverhaal onderbelicht; vaak wordt deze vijandigheid geheel verklaard vanuit de hautaine houding die Jozef zichzelf zou hebben aangemeten. Hierbij gaat men voorbij aan de complexe situatie van het gezin van Jakob, die in hetzelfde gezin gelijktijdig een relatie met vier vrouwen onderhield. Het oudtestamentische Jozefverhaal vertoont daarmee zeer treffende overeenkomsten met het moderne meeroudergezin, waarin halfbroers en halfzussen elkaar soms nooit hebben gezien of zelfs niet eens willen zien vanwege de opstelling van hun ouders. Niet zelden wordt die opstelling bepaald door onderlinge afgunst. Partijdigheid of een sterke voorkeur voor het eigen kind bij de verschillende partners (eerste, tweede en derde partner bij dezelfde vader) doet hieraan geen goed. Het beïnvloedt de relationele verhoudingen tussen de kinderen van de verschillende partners. Het Jozefverhaal laat overigens zien dat juist door de verzoening die Jozef teweegbracht verstoorde relaties toch kunnen worden hersteld. Er is reden genoeg om Jozef aan te duiden als ‘het slachtoffer’ van de onderlinge afgunst en wedijver die er met name was tussen de twee eigenlijke partners van Jakob: Lea en Rachel. Het plan om Jozef te vermoorden kan men dan zien als het moment waarop allerlei negatieve gevoelens van Lea en haar kinderen, die zij jaren lang hadden opgekropt, in één keer tot een ongekende eruptie van geweld leidden. Deze gevoelens zochten op een gewelddadige manier een uitweg.

De bredere context: Wat ging eraan vooraf?
Het Jozefverhaal begint formeel in Genesis 37. De uitzonderlijke wijze waarop Jakobs gezin zich in de voorafgaande periode ontwikkeld heeft is dan echter al in al zijn afzonderlijke facetten aan de orde geweest. In feite begint bij Genesis 37 dus eigenlijk een soort van ‘vervolgverhaal’ over het gezin van Jakob, een gezin dat we uit de vorige hoofdstukken van Genesis al hebben leren kennen. In moderne termen zou men kunnen spreken over ‘Het gezin van Jakob voorbij de puberteit’. Weliswaar verkeert Jozef nog in de periode van de puberteit, hij is 17, maar de andere broers – uitgezonderd Benjamin  – zijn, in moderne termen gesproken, al ‘adolescenten’. Ten onrechte zwijgen veel commentaren in de exegese van Gen. 37-50 over belangrijke details uit de vorige hoofdstukken en wordt de Jozefgeschiedenis van A tot Z als een losstaand verhaal benaderd. In dit artikel willen we dit juist niet doen en laten zien hoeveel de details uit de vorige hoofdstukken bijdragen aan een juist verstaan van deze geschiedenis.
   Het Jozefverhaal begint dus eigenlijk al in Genesis 29. Hier vinden we het verslag van de huwelijkssluiting met zowel Lea als Rachel. Opvallend is het door Laban gepleegde bedrog, waardoor Jakob in een soort ‘patstelling’ terechtkomt. Hij kan Lea niet meer naar huis sturen, maar krijgt – als een soort van compensatie – de vrouw op wie zijn oog het eerst viel ‘er ook alvast bij’. Een wel heel ongelukkige constructie, zo blijkt. In ditzelfde hoofdstuk wordt beschreven hoe Lea vier zonen krijgt. De tekst van Genesis is veelzeggend: God zag dat Lea gehaat was. Vervolgens opent God haar baarmoeder, terwijl Rachel nog steeds onvruchtbaar blijft.[1]  Veelzeggend is ook het verlangen dat Lea uitspreekt na de geboorte van haar derde zoon: ‘Nu zal mijn man zich deze keer bij mij voegen, omdat ik hem drie zonen gebaard heb.’ Uit deze uitspraak wordt duidelijk dat Jakob niet met Lea samen woont, al heeft hij regelmatig seksueel contact met haar, wat leidt tot de geboorte van de drie oudste zonen Ruben, Simeon en Levi.
In het begin van Genesis 30 richt de schrijver van Genesis de aandacht eerst op Rachel. Rachel plaatst Jakob voor de keus: Of jij geeft mij kinderen, of ik ben dood.[2] In het verloop van het hoofdstuk komt naar voren hoe Rachel via haar slavin Bilha twee kinderen als haar eigen kinderen claimt: Dan en Naftali.[3] In hetzelfde hoofdstuk wordt verder kort beschreven hoe Lea hetzelfde doet als haar zus: via haar slavin Zilpa claimt Lea Gad en Aser als haar eigen zonen, waarna ze ook zelf weer zwanger wordt en het leven schenkt aan haar vijfde en zesde zoon en aan een dochter: Issaschar, Zebulon en Dina.[4]
Na deze gebeurtenissen wordt de geboorte van Jozef beschreven. Jozef is Jakobs elfde zoon en opvallend is dat God genoemd wordt als Degene die Rachel haar zoon schenkt.[5] Na de geboorte van Jozef richt de schrijver de aandacht in dit en het volgende hoofdstuk op een ander onderwerp, namelijk op de verhuizing van Jacob naar Kanaän.[6] In hoofdstuk 32 en 33 volgt de ontmoeting en verzoening met Ezau.

In alle staten
In hoofdstuk 33 volgt onmiddellijk op het verhaal van de verzoening ook de beschrijving van het gezin van Jakob. Bij deze kennismaking met Ezau lezen we niets meer over de claim dat de kinderen van de slavinnen kinderen zijn van Lea en Rachel. Ook rept Jakob met geen woord over de onderlinge verhoudingen. Het enige wat hij zegt is: ‘Dit zijn de kinderen die God uw knecht genadig verleend heeft.’ Hij erkent God, ondanks alle spanningen die zich tussen de partners in zijn gezin hebben voorgedaan.
Hoofdstuk 34 beschrijft de verkrachting van Dina door Sichem, en de reactie van haar broers hierop. In vers 7 wordt beschreven hoe de broers woedend worden en in alle staten zijn wanneer ze horen wat er gebeurd is.[7] Simeon en Levi doden uiteindelijk alle inwoners van de stad, een daad waaraan het risico van vergelding verbonden is. Jakob wijst hen hier vol angst op als het kwaad al geschied is.[8] Als reactie hierop vragen de broers aan hun vader of het dan beter zou zijn geweest dat Sichem Dina als een hoer had behandeld zonder hiervoor straf te krijgen.[9]
In hoofdstuk 35 roept God Jakob op om naar Bethel te gaan.[10] Jakob vraagt zijn huisgezin en allen die bij hem zijn om de vreemde goden uit hun midden weg te doen.[11] In Luz wordt het verbond met God hernieuwd. Jakob bouwt een altaar en brengt God een offer.[12] In het vervolg van het hoofdstuk wordt op een beknopte manier de geboorte van Benjamin en het overlijden van Rachel beschreven.[13] In vers 22 wordt verteld dat Ruben bij Bilha, de slavin van Rachel, gelegen heeft en dat Jakob hiervan hoort. In het afscheid vlak voor zijn dood komt Jakob hierop terug. Hij zegt dan tegen Ruben: ‘Snelle afloop als der wateren, jij zult de voortreffelijkste niet zijn, want jij hebt je vaders bed beklommen; toen heb jij het geschonden; hij heeft mijn bed beklommen.’[14] Uit deze zegeningen is overigens –contextueel gezien, maar dan met terugwerkende kracht – ook nog de nodige andere informatie te halen. We verwijzen hier alleen naar de uitspraken van Jakob over zijn beide zonen Simeon en Levi. Die zijn duidelijk genoeg.[15]
   In het laatste gedeelte van hoofdstuk 35 wordt Jakobs nageslacht nog een keer genoemd, gevolgd door zijn ontmoeting met Izak, diens dood en de gemeenschappelijke begrafenis samen met Ezau. In hoofdstuk 36 volgt het geslachtsregister van Ezau. In hoofdstuk 37 begint het Jozefverhaal, of beter gezegd, maken we een tijdsprong en zien we hoe het meeroudergezin van Jakob met vier vrouwen functioneert. Met name de onderlinge verhouding tussen de zonen komt voor het voetlicht. In het eerste gedeelte van het hoofdstuk (vers 1-11) lijkt het vooral over Jozefs dromen te gaan. In de marge komen echter andere belangrijke gegevens naar voren, die bijdragen aan een juist begrip van de geschiedenis. Ze worden hieronder kort toegelicht.
De relatie van Jozef met zijn broers kan worden getypeerd als 'verziekt'
In Gen. 37: 2 blijkt dat Jozef het kleinvee weidt met de zonen van Bilha en Zilpa. Kennelijk levert deze samenwerking geen problemen op. De zonen van Lea zijn hier echter niet bij. Jozef vertelt verder aan zijn vader het kwade gerucht dat van zijn broers uitging. Het maakt hem niet geliefd.[16] De voorkeursbehandeling die Jozef van Jakob krijgt (vers 3-4) valt al helemaal verkeerd bij de broers. Hetzelfde geldt voor zijn dromen die hij openlijk aan zijn broers vertelt. De Bijbelschrijver vat de gevoelens van de broers samen in Gen. 37:4: ‘Toen zijn broers zagen dat hun vader hem meer liefhad dan al zijn broers, haatten zij hem en konden geen vriendelijk woord meer tegen hem spreken’ en in vers  8: ‘Daarom haatten zij hem nog meer, om zijn dromen en om zijn woorden.’ Tenslotte spreekt de schrijver van Genesis dezelfde gedachte nog een keer uit in vers 11: Zijn broers waren jaloers op hem, maar zijn vader hield deze zaak in gedachten. Het is niet te veel gezegd wanneer men de relatie van Jozef met zijn broers typeert als ‘verziekt’. Een probleem is echter wel dat Jakob vanuit zijn eigen positie als weduwnaar van Rachel, haar kind te veel aandacht geeft, in ieder geval onevenredig veel ten opzichte van zijn andere kinderen. Bovendien is het feit dat Jozef dromen krijgt een teken dat God een bijzondere weg met hem gaat bewandelen. Dit ziet Jakob wel, maar zijn andere zonen zijn hier blind voor. Benjamin speelt in deze fase van het verhaal geen rol. Hij lijkt ook niet actief bij het weiden van de schapen betrokken te zijn.


Goed bewaard familiegeheim?
Het zijn zeer waarschijnlijk de zonen van Lea die Jozef willen vermoorden, althans enkele van hen. Het lijkt – gezien de context – aannemelijk om Simeon en Levi als de bedenkers van de moord aan te wijzen.[17] Ze hadden al de nodige ervaring opgedaan in Sichem. Ook konden ze de moord voor hun idee onzichtbaar maken. In vers 19-20 wordt hun plan beschreven: Zij zeiden tegen elkaar: Zie, daar komt die dromer aan. Nu dan, kom, laten we hem doodslaan en hem in een van deze putten gooien. Dan zullen we zeggen: ‘Een wild dier heeft hem opgegeten’ en zullen we eens zien wat er van zijn dromen terechtkomt.’ Dit plan, waarin de haat tegen hun broer overduidelijk naar voren komt en waaruit zelfs hun moordlust blijkt, wordt niet gedeeld door Ruben. Hij wil Jozef niet doden, maar juist ‘uit hun hand bevrijden’, om hem uiteindelijk bij zijn vader terug te brengen.[18] Het is ten slotte Juda die het oorspronkelijke plan om Jozef te vermoorden weet om te buigen in een ander plan: een ‘geweldloze verkoop’ van zijn broer aan de Ismaëlieten. Uit de tekst wordt duidelijk dat dit initiatief bij Juda vandaan komt. Daarmee wordt Jozef in de toekomst ook onzichtbaar, maar hij wordt in ieder geval niet vermoord. Dit alles gebeurt buiten het weten van Ruben om. Als Ruben ziet dat Jozef uit de put verdwenen is, scheurt hij onmiddellijk zijn kleren.[19] Uit de tekst van Gen. 37 wordt niet duidelijk of Ruben weet wat er werkelijk gebeurd is. Ook in Gen. 42:22 wordt dit niet opgehelderd. Het lijkt erop dat alleen Simeon, Levi en Juda het bedrog met het kleed hebben gepleegd, zonder aan Ruben iets te zeggen over wat er werkelijk gepasseerd was. Mogelijk is dit decennia lang het best bewaarde en volledig doodgezwegen ‘familiegeheim’ van de drie broers geweest, waar niemand ooit een vinger achter heeft gekregen. Geen hond, behalve deze drie broers, wist waar Jozef werkelijk gebleven was.

Definitief keerpunt
Men kan zich afvragen of Jozef aanvankelijk wel van plan is geweest om zich te verzoenen met zijn broers. Zijn aanvankelijke optreden is zonder enig compromis. Hij beschuldigt zijn broers zwaar en zet hen stevig onder druk. Zijn eis om Benjamin te brengen verplicht hem niet tot een verzoening. Hij had Benjamin in Egypte kunnen houden, zonder ooit te vertellen wie hij zelf was. Toch gaat het anders. Het ontroert Jozef wanneer hij merkt dat zijn broers hun schuld inzien en uitspreken en wanneer hij hoort hoe Ruben tegen hen zegt dat Jozefs bloed wordt teruggeëist. Hij laat hier echter  niets van merken.

Er komen bij Jozef steeds opnieuw momenten van ontroering. Maar hij geeft niet toe. Het verhaal met de beker zou ook zo uitgelegd kunnen worden dat hij Benjamin alleen bij zich wilde hebben, zich aan hem als eigen broer bekend wilde maken, maar de andere (half)broers naar huis wilde laten vertrekken, zonder dat ze wisten wie hij was. Dit zou ook ‘keurig’ zijn geweest, want ze kregen hun geld retour. Het gaat anders. Hij maakt zichzelf bekend als Jozef. Hij vergeeft aan iedereen alles. Hij verzoent zich volledig met ieder familielid en wil zelfs al zijn halfbroers en zijn eigen broer met zijn hoogbejaarde vader permanent bij zich hebben in Egypte. Hij geeft hun wagens met geschenken en land in overvloed. Ze hoeven geen honger meer te lijden. Hij wil dat ze voor altijd dicht bij hem zijn.
Mogelijk moet u als lezer nog even bijkomen van deze analyse. Het Jozefverhaal is in één keer heel anders geworden dan u misschien altijd dacht dat het was, dankzij deze contextuele analyse. Een vraag die we hieraan kunnen koppelen is: Heeft men in de Vroege Kerk ditzelfde principe gehanteerd, of volgt iemand als Johannes Chrysostomus (344-407) een andere exegetische route? Het antwoord op deze vraag is: Ja, Chrysostomus volgt een andere exegese. In zijn visie is Jozef een gelovige die zwaar beproefd wordt en daardoor gelouterd wordt. Een contextuele benadering treft men bij Chrysostomus niet aan, het gaat hem om de les die we uit de geschiedenis kunnen trekken. Die les is dat we in ons leven, in alle tegenspoed en beproeving die er kan zijn, toch op God blijven vertrouwen, zoals Jozef deed. Chrysostomus vergelijkt Jozef met een parel die in de modder terecht komt. Maar, zegt Chrysostomus, al gebeurt dit, de parel verliest zijn glans nooit. Het blijft een parel, dat verandert niet. Zo is het nu ook precies met de gelovige. Hij kan aan allerlei beproevingen worden onderworpen, maar zal uiteindelijk de overwinning behalen omdat God zijn helper is.

 

                                                                                                                                                            

Dr. M.A. van Willigen is classicus en filoloog. Hij promoveerde op de exegese van Ambrosius van Milaan.                                             

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                


 

  1. Zie Gen. 29:31: ‘Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar.’
  2. Op grond van het Hebreeuws is het meest aannemelijk dat Rachel aan Jacob aangeeft dat zij zichzelf van het leven zal benemen wanneer ze geen kinderen krijgt. De interpretatie dat ze zal sterven van verdriet staat haaks op de reactie van Jakob, die zeer verontwaardigd is en Rachel voorhoudt dat de vruchtbaarheid een gave van God is. Zie Gen. 30:1-2.
  3. Zie Gen. 30: 3-8.
  4. Zie Gen. 30: 9-13 en Gen. 30: 14-21.
  5. De Hebreeuwse tekst is sober en Jakob wordt niet genoemd: ‘God dacht ook aan Rachel; en God verhoorde haar en opende haar baarmoeder. En zij werd bevrucht en baarde een zoon; en zij zei: God heeft mijn smaadheid weggenomen. En zij noemde zijn naam Jozef, zeggende: De Heere voege mij een andere zoon daartoe.’ Zie Gen. 30:22-24.
  6. Zie Gen. 30:25-43 en Gen. 31.
  7. ‘En de zonen van Jakob kwamen van het veld, als zij dit hoorden; en het smartte deze mannen en zij ontstaken zeer, omdat hij dwaasheid in Israël gedaan had, Jakobs dochter beslapende, hetwelk alzo niet zou gedaan worden.’ Zie Gen. 34:7.
  8. Zie Gen. 34:30.
  9. Zie Gen. 34:31: ‘En zij zeiden: Zou hij dan met onze zuster als met een hoer doen?’
  10. Zie Gen. 35:1.
  11. Zie Gen. 35:2-5.
  12. Zie Gen. 35:6-15.
  13. Zie Gen. 35:16-20.
  14. Zie Gen. 49:4.
  15. Zie Gen. 49:5-7.
  16. Zie Gen. 37:2c.
  17. Jozef laat Simeon later in Egypte publiekelijk vastbinden, terwijl alle broers het zien. Misschien is dit een soort van revanche voor het delict dat Simeon Jozef persoonlijk heeft vastgebonden bij de verkoop aan de Ismaëlieten. De tekst van Genesis geeft overigens geen antwoord op de vraag wie Jozef heeft vastgebonden.
  18. Zie Gen. 37:21-22.
  19. Zie Gen. 37:29-30.