“God staat aan het begin”. Komt Hij ook aan het einde?

Spreken over Gods toekomst in een neodarwiniaans wereldbeeld

Abstract

Deze eschatologische verwachting is de substantiële invulling van het derde deel van de klassieke belijdenissen van de vroege kerk. In de gemeenschap van de ene, heilige, katholieke kerk geloven wij door de werking van de Heilige Geest dit geloof en leven wij met deze verwachting in deze wereldtijd. Bij deze dingen leeft men. In dit vertrouwen kan een mens in deze soms zo verschrikkelijke wereld God, de naaste en zichzelf liefhebben. Dit geloof geeft ons de kracht om het kwade te overwinnen door het goede. In deze hoop kan een mens de ongewisse toekomst uit handen geven en tegemoet gaan. In dit geloof kan een mens sterven.

Wat hebben wij – gelovigen in de 21e eeuw, predikers van het Evangelie anno 2017, en ouders c.q. opvoeders van een volgende generatie – nodig om dit geloof steeds opnieuw uit te spreken, door te geven, te vieren bij het Avondmaal, en met overtuiging uit te spreken op de begraafplaats? Die vraag kan in dit themanummer over spreken over God voor mensen in een neodarwiniaans wereldbeeld niet achterwege blijven. Het is wel een kolossale vraag. Dat werd mij heel duidelijk toen ik deze zomer drie boeken simultaan las: twee bestsellers van de hand van Yuval Noah Harari, als historicus verbonden aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. De titels zijn welluidend en veelzeggend: Sapiens: een kleine geschiedenis van de mensheid (2012, Ned. vert. 2014) en Homo deus: een kleine geschiedenis van de toekomst (2015, Ned. vert. 2017).  Parallel aan deze beide las ik het inmiddels ook veel verkochte boek van Gijsbert van den Brink: En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie, over geloven in God als Schepper in een neodarwiniaans wereldbeeld. De lezing van deze drie boeken zetten mij op scherp: Wat geloof ik wanneer ik dit geloof in de (toe-) komst van de Heer belijd en vier?

(...)

Harari geeft in zijn tweede bestseller een kleine geschiedenis van de toekomst van homo deus, de mens die god wordt. De Bijbel pakt uit in grootse visioenen van Góds toekomst, nieuwe hemelen en nieuwe aarde, veel donderend geweld ook, want er moet nogal wat uitgezuiverd worden, beelden van strijd en overwinning, over satan, zonde en dood, en dat liegt er niet om. Dat laat zich begrijpen, want deze machten waren en zijn zo verwoestend. Het bloed van Abel roept overal van de aarde. Deze verhalen in de Openbaring van Johannes vol tonen van de oudtestamentische profeten, maar ook met flarden van mythologische voorstellingen, die ik ook uit andere bronnen ken, zijn perspectivisch. Ze beschrijven niet hoe het allemaal zal gaan, maar verkondigen hoe het zal zijn, en nog nauwkeuriger gezegd: hoe het ten diepste al is. Zij verbeelden dat het goed komt, omdat het goed is. Christus is opgestaan.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.