De hervormer hervormd

Luther en Kierkegaard

Abstract

Niets is heilig, behalve God en wat God zegt en doet. Dit is het uitgangspunt van de Reformatie. Ze begon officieel met Luthers optreden op 31 oktober 1517, maar had voorlopers en groeide na 1517 uit tot een internationale beweging. Wat de Reformatie voorstond, is nergens zo mooi te zien als op de schilderijen van Pieter Saenredam (1597-1664): grote kerkruimten zonder meubels, beelden of schilderingen, het enige meubelstuk de preekstoel, van waaraf het goddelijke Woord wordt verkondigd. De mensen die Saenredam afbeeldt, zijn klein in de grote ruimte. Ze lopen alleen of staan in een groepje te luisteren onder de preekstoel.

Wie een schilderij van Saenredam bekijkt, stelt zich vroeg of laat de vraag: zien we hier leegte of zien we volheid? Neem als voorbeeld zijn schilderij van de Buurkerk in Utrecht (1654). Het is aannemelijk dat die immense gotische ruimte voor de protestant Saenredam verwees naar het typisch protestantse idee van Gods geestelijke nabijheid. God was aanwezig onder de mensen, maar op zijn wijze en onder zijn voorwaarden. De lege kerkruimte getuigt van Gods af- en aanwezigheid tegelijkertijd. Roomse tijdgenoten zagen die lege kerk niet als een beeld van de hervorming van het geloof en al helemaal niet van de hernieuwde presentie van God in de wereld. Het woord dat zij met de Reformatie verbonden was secularisatie. De wereld had zich meester gemaakt van gebouwen, mensen en privileges die eerder aan de kerk en daardoor aan God toebehoorden. Protestantisme opende de weg naar de verdwijning van het christendom.
Historisch gezien is het onloochenbaar dat de Reformatie in twee richtingen heeft gewerkt. Ze heeft geleid tot een vorm van christendom waarin Gods transcendentie op de voorgrond kwam te staan en zijn immanentie vooral als een geestelijke zaak werd beschouwd – het protestantisme. Tegelijkertijd betekende de afwijzing van de wereldlijke macht van paus en clerus en de afschaffing van een zichtbare en tastbare sacrale sfeer ruim baan voor een seculier verstaan van de wereld.
De vraag is, vijfhonderd jaar na 1517, hoe stevig de protestantse spiritualiteit nog in haar schoenen staat. Waar aanvankelijk protestantisme en secularisme gelijk op gingen of keerzijden waren van dezelfde medaille, is het protestantisme nu bijna door het secularisme verzwolgen. Het protestantisme lijkt het secularisme vrij spel gegeven te hebben door alle aanspraken op wereldlijke macht en immanente sacraliteit af te wijzen. Niet voor niets zoeken vele protestanten in deze tijd hun toevlucht tot het evangelicalisme met zijn wondergeloof en zijn ongecompliceerde ideeën over levensheiliging. Daarnaast groeit de sympathie voor rooms-katholieke categorieën als traditie en apostolische successie.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.