‘En toen stopte de muziek’

Naar een duurzame mondiale economische orde?
Duurzaamheid – meer dan eens kwam dit onderwerp de afgelopen jaren in Wapenveld aan de orde. In deze jaargang doen we dat structureel, en daar is alle reden toe. Herman Oevermans toont dat ondubbelzinnig aan in de brede uiteenzetting waarmee hij deze jaarserie opent. Detaillering volgt in de komende nummers!

In een van de laatste scènes van de indrukwekkende film The Autobiography of Nicolae Ceausescu houdt kameraad Nicolae een toespraak voor het Roemeense parlement. Hij is dan net terug van een bijeenkomst van het Warschau-pact. En je ziet – als je die periode bewust hebt meegemaakt – al die bekende hoofden. Gorbatsjov natuurlijk, maar ook generaal Jaruzelski uit Polen, met altijd die enorme zonnebril en Erich Honecker uit de DDR. Het broeit in de jaren tachtig in Oost-Europa. Gorbatsjov weet dat hij de race met Verenigde Staten economisch onmogelijk vol kan houden en streeft naar hervormingen van binnenuit. Glasnost en perestrojka zijn de trefwoorden. In Polen is Lech Walesa met zijn onafhankelijke vakbond Solidarnosc een factor van betekenis geworden. Tijdens die topbijeenkomst in 1987 proberen de leiders van het Warschau-pact een strategie uit te zetten om het tij te keren of op zijn minst te kanaliseren.

Ceausescu ontvangt een daverend applaus in het Roemeense parlement als hij aangeeft dat de kans dat Roemenië kapitalistisch wordt net zo groot is als de kans dat een ‘varken leert vliegen’. Al voegt hij er met een knipoog aan toe dat ‘ontwikkelingen in de genetica wel snel gaan’. Nog meer gelach.

We weten hoe het is afgelopen. Met de spreekkoren op de pleinen van Timisoara en Boekarest. Met het wanhopige verzet van het echtpaar Ceausescu en hun uiteindelijke terechtstelling tijdens de kerstdagen in 1989. Het communisme bleek definitief te falen als alternatief maatschappijmodel voor het westers kapitalisme.

Na de val van het communisme bleef dat westers kapitalisme als enig overtuigend maatschappijmodel over. Het einde van de geschiedenis kon beginnen. De hogepriesters van Wallstreet werden onaantastbaar. In feite zelfs tot nu toe. In het systeem mag dan sprake zijn van ontsporingen, het systeem als zodanig wordt door de key-players niet echt ter discussie gesteld. De gangbare opvatting is toch dat we met vereende krachten het systeem moeten herstellen. En onuitgesproken is de gedachte – of de hoop? - dat we dan weer op de oude voet verder kunnen.

Hoe komt dat toch? Een belangrijke oorzaak is waarschijnlijk dat we collectief in een soort staat van bedwelming verkeren. De laatste twintig jaar is er sprake van een geweldige  materiële vooruitgang voor de meeste mensen in het Westen. In combinatie met individualisering, consumentisme, gevoel van vrijheid, verre vakanties, toegang tot de hele wereld via de digitale mogelijkheden, doorgaande secularisatie, is er een levensstijl ontstaan die verslavend werkt. Kishore Mahbubani schreef in zijn bestseller De eeuw van Azië (2008) - die eeuw is net begonnen - niet voor niets dat het dit westerse voorbeeld is dat Azië in beweging heeft gebracht. Hij maakte in zijn leven de overgang mee van wonen in huizen zonder wc’s, naar de welvaart van dit moment in zijn regio. En de miljoenen Arabische jongeren dromen hier ook van. Juist het digitale tijdperk maakt de westerse levensstijl voor iedereen op deze wereld zichtbaar en begerenswaardig.

De vraag die Wapenveld zich in de jaarserie 2012 wil stellen is echter welke utopische trekken dat westerse kapitalisme – nu mondiaal geworden – zelf heeft. En als dat mogelijk zo is, wat zijn dan de contouren van een mondiale economische orde die wel rechtvaardig en ecologisch verantwoord is? In dit openingsartikel zal deze vraag nader ontwikkeld worden.

Occupy
Weinig Wapenveld-lezers zullen gekampeerd hebben in een Occupy-tentenkamp. De Sloveense filosoof Slavoj Žižek geldt een beetje als de wijsgerige spreekbuis van de Occupy-beweging. Hij noemt zich marxist, maar het is goed om te weten dat hij tijdens het communisme in Joegoslavië niet mocht doceren en werkloos was. We hebben te maken met een dwarse denker die niet zomaar is in te delen.

Volgens hem is de gedachte dat wij Nederlanders leven in het beste systeem ooit – ‘de kapitalistische democratie met elementen van de verzorgingsstaat’ - een nogal betwistbare overtuiging. Dat merk je volgens hem als je lastige vragen gaat stellen naar de levensvatbaarheid op langere termijn van onze manier van leven. Zijn er bijvoorbeeld problemen die het systeem niet kan oplossen?

‘Die zijn er overduidelijk. Neem de ecologische crisis. Is het u ook opgevallen hoe op klimaattoppen steeds niks wezenlijks gebeurt? De wereld is op dit moment simpelweg niet in staat maatregelen te nemen om een ecologische ramp te voorkomen. Of neem de biotechnologische revolutie. Fukyama zei geen Fukuyamist meer te zijn wegens de vragen die biogenetica oproept. Komt er een klassenmaatschappij, gebaseerd op genen? Wat als de levensverwachting in het Westen dramatisch stijgt? Al deze vragen zijn zo groot, dat je ze niet kunt overlaten aan overheden die alleen de korte termijn overzien, laat staan aan de vrije markt. Eigenlijk moet je concluderen dat het Westen geen geloofwaardige oplossing heeft voor de economische crisis.’ [1]

Žižek zal het niet snel schoppen tot adviseur van een kapitalistische regering, vermoed ik. Voor de Maleisiër Chandra Nair, de Brit Tim Jackson en de Nederlander Herman Wijffels geldt dat wel. Opvallend is dat zij in de kern op ecologisch gebied (over biotechnologie laten ze zich niet uit) de analyse van Žižek delen. Nair, bekend van zijn onlangs verschenen Consumptionomics, is directeur van GIFT (Global Institute For Tomorrow), en adviseur van bedrijven en overheden rond allerlei met duurzaamheid samenhangende thema’s [2]. Jackson is bekend van zijn werk als econoom voor de door de Britse regering ingestelde commissie voor Sustainable Development. De commissie publiceerde in 2009 het gezaghebbende rapport Prosperity without Growth. Jackson schreef naar aanleiding van dit rapport een gelijknamig boek [3]. En Wijffels is nu hoogleraar ‘duurzaamheid en maatschappelijke verandering’ aan de Universiteit Utrecht. Als voorzitter van de SER en informateur van het vorige kabinet zat hij dicht bij het bestuurlijk centrum. Dat vorige kabinet had het kabinet kunnen zijn dat de transitie naar een duurzaam Nederland echt zou hebben ingezet. Bos en Balkenende hebben die kans echter vakkundig voorbij laten gaan [4]. En Rouvoet had niet de invloed om het tij te keren.

Consumptionomics
Nair stelt dat in 2008 bij hem de schellen van de ogen vielen. Azië  kreeg toen twee naar zijn mening radicaal tegengestelde verzoeken uit het Westen. Het moest meer gaan consumeren om zodoende de vraag naar producten en diensten aan te wakkeren. Dat zou leiden tot economische groei, nodig om de economie uit het slop te trekken, en dus tot inkomsten om de opgebouwde schulden af te betalen. Aan de andere kant kreeg Azië tijdens de milieutop in Kopenhagen het verwijt niet mee te willen werken aan de vermindering van de uitstoot van CO2.

‘Wat een hypocrisie. Toen besloot ik naar buiten te treden en mijn boek te schrijven. Dat westers verhaal deugt niet. Het is gebaseerd op ongebreidelde consumptieve groei. In Azië zie je nu al de gevolgen. Schoon zoet water raakt uitgeput, onze steden zijn grote vuilnisbelten. Er zijn meer mobiele telefoons in omloop dan er toiletten zijn. Is dat vooruitgang? De werkelijke productiekosten van die almaar groeiende consumptie worden afgewenteld op de samenleving.’ [5]

Nair is helder. Het Westen heeft de verkeerde afslag genomen. Het Westen heeft de verkeerde afslag genomen Azië zal het anders moeten doen, een ander verhaal moeten kiezen. Al ziet ook Nair dat de opkomende Chinese middenklasse gewapend met creditcards de wereld over gaat en vrolijk schulden maakt.

‘Een verhaal dat zegt dat we minder gaan consumeren, maar dat ook zegt dat de armoede gaat verdwijnen. Het gaat om voedselzekerheid – landbouw wordt de belangrijkste bedrijfstak – toegang tot schoon water, goed sanitair, behoorlijke huisvesting, onderwijs en betaalbare zorg. Dat alles in een duurzaam jasje verpakt. Het zal lang duren maar ik weet één ding zeker: het Westerse verhaal met die vermeende magische combinatie van vrije markt en technologie zal dit nooit oplossen.’ Voor dat andere verhaal is volgens Nair een sterke staat nodig, met zelfs een ‘welwillende vorm van autoritair leiderschap’. Westerse politici – vooral bezig met hun herverkiezing – schieten voor deze taak in zijn ogen tekort. Een boeiend inkijkje biedt Nairs opmerking dat hij niet zomaar naar buiten durfde te komen met zijn verhaal. ‘De Westerse orthodoxie overheerst zo. Zeker in de economie, met het IMF, de Wereldbank, de Wereldhandelsorganisatie. Daar komt de tirannie van de Engelse taal nog eens bij. Die wordt door Aziaten slecht gesproken en begrepen. Er was dus lang een grote aarzeling om vraagtekens te zetten bij westerse ideeën.’  

De grote getallen zorgden bij Nair de afgelopen twintig jaar echter langzamerhand voor het inzicht dat westerse overconsumptie in Azië niet reëel is. ‘De wereld telt nu 800 miljoen auto’s. En hoewel autobezit in China nog erg laag is, is het al wel de grootste automarkt van de wereld. Op elke 1000 inwoners telt China 150 auto’s, in India is dat 30 op de 1000, maar in het Westen 750 per 1000 inwoners. Als China en India op westers niveau zouden zitten, betekent dat tussen de anderhalf miljard en twee miljard auto’s alleen al in de komende dertig jaar. Je hebt dan de totale olieproductie van Saoedi-Arabië nodig om ze te laten rijden. Als China op westers niveau kippenvlees gaat consumeren, zijn jaarlijks 120 miljard kippen nodig. Voor één land. Er moet dus iets gebeuren.’

CO2-uitstoot
De grote getallen spelen ook in het verhaal van Tim Jackson een belangrijke rol. Hij neemt zijn uitgangspunt in de mondiale CO2-uitstoot. De atmosfeer trekt zich niet zoveel aan van de aardse verdeling in continenten en (natie)staten. Die uitstoot is een eenvoudige functie, gerelateerd aan bevolkingsomvang, gemiddeld inkomen en een CO-2-coëfficiënt per eenheid product. De makke is nu dat de eerste twee variabelen veel harder omhoog gaan dan de laatste omlaag. Anders gezegd, de technologische innovatie is indrukwekkend maar in absolute termen gesproken gaat de CO2-uitstoot nog steeds mondiaal omhoog. En dat gaat in niet misselijke getallen. Sprak de wereld in 1997 – toen het Kyoto-verdrag werd getekend – nog af dat in 2010 de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 met vijf procent gedaald moest zijn, in werkelijkheid was die uitstoot met veertig procent gestegen. Overigens geen nieuws dat leidt tot alarmerende krantenkoppen. Voor het grote publiek is duurzaamheid niet een begrip dat veel interesse wekt.

Op dit moment is de jaarlijkse CO2-uitstoot ongeveer 30 miljard ton. Dat was in 1990 nog 21 miljard ton.  Dat komt vooral door stijging van de wereldbevolking en de toenemende welvaart. Wat betreft de stijging van de wereldbevolking, ook hier zijn de getallen indrukwekkend.

In 1927 overschrijdt de mensheid – vrijwel zeker voor het eerst in de wereldgeschiedenis – de grens van 2 miljard bewoners.
In 1959 gaan we de grens van 3 miljard over.
In 1974 wordt de grens van 4 miljard geslecht.
In 1987 begroet de wereld de 5-miljardste bewoner.
In 1999 is dat de 6-miljardste.
In 2011 de 7-miljardste.

De laatste drie sprongen kosten steeds slechts ruim één decennium. Vermoedelijk stabiliseert de wereldbevolking zich in 2050 op 9 miljard. Volgens inzichten van de Wereldbank halveert het kindertal in ontwikkelingslanden als iedereen op aarde minimaal een jaarinkomen van 2000 dollar heeft. Een volgende halvering kan tegemoet gezien worden als ook vrouwen in ontwikkelingslanden onderwijs genieten. Welbegrepen eigenbelang maakt mondiaal eerlijker delen al verstandig.

Dat die Kyoto-doelstellingen niet gehaald worden is dus niet zo vreemd. Maar het lijkt erop dat de aarde absolute grenzen stelt. Wetenschappelijk zo ongeveer onomstreden is dat om de temperatuurstijging in 2050 mondiaal maximaal 2 graden te laten zijn – en dat is qua gevolgen al niet niks – de CO2-uitstoot terug moet naar jaarlijks maximaal 4 miljard ton (is nu dus 30 miljard). Of nog weer anders gezegd, om op het volgens het IPCC (het International Panel on Climate Change van de VN) maximale aantal deeltjes CO2 van 450 per miljoen te komen mogen we tot 2050 nog 1000 miljard ton CO2 uitstoten. Van dat ‘budget’ hadden we in 2008 al ongeveer dertig procent verbruikt. Willen we de doelstelling halen is vanaf nu tot 2050 een jaarlijkse reductie van vijf procent noodzakelijk (de afgelopen twintig jaar was er echter sprake van jaarlijks twee procent groei). Maar dan zou de wereldbevolking stabiel op 7 miljard moeten blijven. Die groeit echter naar 9 miljard.

Tegelijk gaat ook nog het mondiale jaarinkomen omhoog. De wereldeconomie is nu vijfmaal zo groot als in 1950. Gaan we in dit tempo door dan is dat in 2100 tachtig maal zo groot als in 1950 [6]. Deze getallen brengen een mens aan het duizelen. Jackson constateert dan ook dat ‘dit buitenproportioneel opjagen van de economische bedrijvigheid in de wereld geen historisch precedent heeft’ [7].

Overshoot
Herman Wijffels maakt de schaal van de problematiek duidelijk aan de hand van het begrip ‘overshoot’ (overbelasting). Het Global Footprint Network (Californië) heeft een maat berekend voor wat de aarde ecologisch aankan [8]. Dan hebben we het dus niet alleen over CO2-uitstoot, maar ook over afnemende biodiversiteit, toenemende druk op ecosystemen en verbruik van grondstoffen [9]. Ergens in de jaren tachtig is de mensheid een grens over gegaan. Sindsdien valt Overshoot Day niet meer op 31 december maar al eerder in het jaar. Afgelopen jaar viel Overshoot Day op 27 september. Dat betekent concreet dat we elk jaar niet meer kunnen leven van de ecologische rente maar interen op de hoofdsom. En dan maakt ook Wijffels een rekensom. Als de wereldbevolking van 6 miljard in 2000 naar 9 miljard in 2050 gaat en de productie ook nog eens verdubbelt, dan is in 2050 de ecologische druk verdrievoudigd ten opzichte van 2000. En in 2000 kon de aarde die druk al niet aan. ‘Dan hebben we dus wat te doen’, constateerde Wijffels - met een understatement - tijdens het uitspreken van de tweede Henk van Luijk-lezing aan Nyenrode Business-University, in mei 2010 [10].

Wat we te doen hebben, daar gaat het over in deze Wapenveld-jaarserie. Jacksons boek bijvoorbeeld biedt een richting van denken en handelen, uitlopend op concrete beleidsadviezen, hoe een ‘economie van het genoeg’ eruit zou moeten zien. Wat is daar op beleidsniveau voor nodig? Wat betekent het bestuurlijk? Wat betekent het voor de rol van de overheid? Hoe ziet een economie eruit waarin technologische vooruitgang niet voortdurend leidt tot uitstoot van arbeid? Wat betekent dat voor de rol van wetenschap en techniek?  Wat betekent het voor de internationale arena? Hoe te komen tot mondiaal eerlijk delen? Maar ook, en vooral, welke gedragsverandering is er in het Westen nodig om af te komen van de verslaving – dat woord bedoelt Jackson tamelijk letterlijk - aan steeds meer en meer. Wijffels zegt het wat deftiger en heeft het over de noodzaak tot ‘ont- materialiseren’. Maar hij bedoelt hetzelfde. Wat we te doen hebben, in zijn ogen, is ons economisch systeem zo om te bouwen dat we de ketens gaan sluiten. Want de natuur blijkt geen oneindig reservoir, niet wat grondstoffen betreft, en ook niet als vuilnisbelt. De natuur is geen oneindig reservoir

Utopie
Aan de thema’s die hier worden aangesneden zitten ook nog wat diepere dimensies dan alleen economische of politiek-bestuurlijke. Wat is de eigen aard en dynamiek van het westerse avontuur met wetenschap en techniek dat het een wereld oplevert die met zulke immense problemen krijgt te kampen? Juist nu het land van materiële overvloed door de voorhoede van de mensheid bereikt is, en binnen handbereik voor het deel dat volgt, juist nu begint de aarde zelf te protesteren. Wat zegt dat over de motor van de dialectiek van de vooruitgang? Wat zegt dat over de aard van die vooruitgang zelf?

Hannah Arendt geeft het laatste hoofdstuk – dat gaat over de revolutie van de natuurwetenschappen in de moderne tijd en de gevolgen ervan - van haar hoofdwerk The Human Condition (1958) het volgende motto mee, een woord van Franz Kafka, en het lijkt me een variatie op het bekende Faust-motief: ‘Hij heeft het punt van Archimedes gevonden, heeft het echter tegen zichzelf gebruikt; blijkbaar heeft hij het slechts onder deze voorwaarde mogen vinden’. Met het punt van Archimedes bedoelt zij het punt in het heelal van waaruit we de aarde uit zijn voegen kunnen lichten. Voor haar staat de uitvinding van de telescoop symbool voor het punt van Archimedes. ‘Drie grote gebeurtenissen staan op de drempel van de moderne tijd en hebben zijn karakter bepaald: de ontdekking van Amerika en de daarop gevolgde exploratie van de gehele aarde; de Kerkhervorming, die met de onteigening van kerkelijke en kloostergoederen de stoot gaf tot het tweeledige proces van individuele onteigening en cumulatie van maatschappelijke rijkdom; de uitvinding van de telescoop en het tot ontwikkeling komen van een nieuwe wetenschap die de aardse natuur beziet vanuit de gezichtshoek van de kosmos.’ [11]

Dat het kapitalisme een bijzonder avontuur is, verbonden met de bovengenoemde door Arendt genoemde gebeurtenissen, en dat de ‘markt’ in de moderne zin een absolute laatkomer is bij de vormgeving van het aloude economische vraagstuk van productie en verdeling, dat is een inzicht waar Robert Heilbroner in zijn befaamde boek over de ontwikkeling van de economische samenleving de ogen voor opent [12]. Heilbroner is bekend geworden als economisch historicus en zijn boek is voor generaties economen in de jaren zestig en zeventig verplichte kost geweest [13]. Ik las vorige zomer de geheel herziene druk uit 1977. In deze editie is nadrukkelijk de echo van het rapport van de club van Rome (1972) te horen.

Heilbroner laat op heldere wijze zien hoe de samenloop van de vrije markt in combinatie met de wetenschappelijke revolutie een fascinerende historische periode heeft ingeluid van toename van maatschappelijke welvaart voor grote groepen mensen in het Westen. Tegelijk laat hij zien dat de komst van de markt met veel geweld gepaard is gegaan. En hij laat zien – en dat maakt herlezing van zijn werk zo actueel – dat een oneindige welvaartsgroei, zeker op wereldschaal, absoluut zal stuiten op natuurlijke grenzen. Het Westers ideaal van een hoge levensstandaard is in zijn ogen onmogelijk op wereldschaal te realiseren (Heilbroner trok veerig jaar geleden dus al dezelfde conclusie, op basis van vrijwel dezelfde overwegingen, als Chadran Nair) [14]. In zijn optiek zijn nieuwe idealen nodig ‘van stabiele in plaats van steeds stijgende maatstaven van materieel succes’. Misschien wel een nieuwe inhoud van wat heet ‘een ontwikkelde samenleving’. Heilbroner schreef dit medio jaren zeventig [15]. Wat volgde was de neoliberale periode van Margaret Thatcher en Ronald Reagan, de val van de Muur, het einde van de geschiedenis in de jaren negentig en de crash van 2007.

Bob Goudzwaard en Hans Achterhuis hebben in recente publicaties gewezen op het ideologische en utopische karakter van het westers kapitalisme, zeker in zijn neoliberale gedaante. In zijn De utopie van de vrije markt (2010) liet Achterhuis  zien dat het hameren op de zegeningen van de markt op alle terreinen van het leven – met een gelijktijdige minimalisering van de rol van de overheid – dezelfde kenmerken vertoonde – nadruk op maakbaarheid, totale verandering, zuiverheid, etc. – als het utopisch experiment aan het andere einde van het spectrum, het communistische [16]. Zette dat alle kaarten op het collectief, in het neoliberale universum bestaat uiteindelijk alleen het rationeel economische individu voor wie alle betrekkingen in het leven op geld waardeerbaar zijn [17]. Maar zelfs als ‘filosoof van links’ kostte het Achterhuis naar eigen zeggen grote moeite om het utopisch karakter van het neoliberalisme te onderkennen. Zo vanzelfsprekend is het geworden. Ook neoliberalisme is een utopie Achterhuis doet aan het eind van zijn studie een oproep om het dilemma van markt en overheid in een breder perspectief te plaatsen, het perspectief van wat hij met Aristoteles ‘het goede leven’ noemt. Er is naar zijn overtuiging ‘dringend behoefte aan nieuwe aansprekende maatschappijbeelden en aan overtuigende morele en politieke idealen’ [18].

Als je Achterhuis goed leest, wordt het niet helemaal duidelijk of hij met utopie vooral de neoliberale variant van het kapitalisme voor ogen heeft of toch het kapitalisme als zodanig. De focus ligt vooral op het neoliberalisme, maar in zijn slotverzuchting en zijn teruggrijpen op Aristoteles zoekt hij het toch dieper en lijkt hij te beseffen dat met een zeker eerherstel van de rol van de staat de problemen niet zijn opgelost. Maar als verlichte sociaal-democraat graaft hij toch niet dieper. Een eventuele religieuze dimensie komt bij hem niet in het spel.

Afgoderij
Die religieuze dimensie is bij Bob Goudzwaard wel te vinden. Voor hem is er in het moderne kapitalisme sprake van afgoderij. Hij verdiept de analyse van Achterhuis door de financiële crisis te verbinden met de andere crises, die van voedsel, veiligheid en milieu (thema’s die bij Achterhuis impliciet wel aanwezig zijn). Hij deed dat uitgebreid in zijn Wegen van hoop in tijden van crisis (2009) en in zijn Groen van Prinsterer-lezing uit 2010 [19]. Het gaat er niet alleen om de markt weer te laten corrigeren door de overheid, nee er is een fundamentelere koerswijziging nodig wil het leven op aarde leefbaar blijven. En dan leefbaar voor iedereen. Goudzwaard is vooral bevreesd dat degenen die geen toegang hebben tot de welvaart, nog steeds de meerderheid van de wereldbevolking, het kind van de rekening worden. In zijn lezing voorspelde hij overigens al de eurocrisis van dit moment.

Goudzwaard is niet de enige met deze zorg. Volgens Jacques Attali, adviseur van diverse Franse presidenten, was de twintigste eeuw de eeuw ‘waarin de armen zich ontdeden van de rijken door de dekolonisatie en wordt de eenentwintigste de eeuw waarin de rijken zich ontdoen van de armen. Ontdoen de rijken zich in deze eeuw van armen? De eeuw van het egoïsme, individualisme, gebrek aan solidariteit.’  Dat was al te zien volgens hem in de opsplitsing van Tsjecho-Slowakije, omdat de Tsjechen niet wilden betalen voor de arme Slowaken. ‘Je ziet het ook in België met de Vlamingen en de Walen. Hetzelfde gebeurt op wereldniveau.’ In zijn ogen is het kiezen voor deze route overigens niet zo slim. De have not’s zullen terugkomen als terroristen. Hij pleit voor een ideologie van ‘altruïsme uit eigenbelang’[20].

Ook de Duitse filosoof Peter Sloterdijk gebruikt op zijn manier religieuze metaforen. Net als bij Arendt is voor hem de globalisering begonnen met de ontdekkingsreizen, met als mooi markeringsmoment het jaar 1492, het moment waarop Columbus uitvoer. Als je eenmaal wetenschappelijk aanneemt dat de aarde niet plat is maar rond, dan moet je eromheen kunnen varen. En als je daarmee eenmaal begint, dan komt er ook een moment waarop de hele aarde ontdekt is. Eigenlijk is dan de aardigheid en avontuur er af en zit er niks anders op dan een modus te vinden om mondiaal samen te kunnen leven.

Maar hoe is een ‘kristallen paleis’ denkbaar voor de hele wereldbevolking? Sloterdijk gebruikt hier bewust de verwijzing naar Crystal Palace, ontworpen voor de eerste Wereld Tentoonstelling in 1851, in Londen. Daar werden oogverblindend alle schatten van de toenmalige stand van wetenschap en techniek getoond. De fase van welvaart en consumptie voor grote groepen mensen – in het Westen - stond voor de deur [21].

Volgens Sloterdijk is de kracht van religies tanende en hebben zij niet meer de kracht van het ‘Volg mij!’ van Jezus. Religies zijn in zijn ogen niet in staat ons te laten afkicken van onze consumptieverslaving. Bekering is alleen nog mogelijk door ‘godin Weltkrise’ zelf. ‘Sinds de wereldwijde catastrofe is begonnen zich gedeeltelijk te onthullen, is er een nieuwe gedaante van de absolute imperatief in de wereld, die zich in de vorm van een scherpe vermaning tot allen en tot niemand richt: ‘Verander je leven!’ Anders zal vroeg of laat de volledige onthulling jullie laten zien wat jullie in de tijd van de voortekenen verzuimd hebben.’ [22]

Begeren
De bestuursvoorzitter van een van de grootste banken van de Verenigde Staten, de Citigroup, zei het in de zomer van 2007, net voor de uitbraak van de kredietcrisis zo: ‘Als de muziek stopt, dat wil zeggen de liquiditeit wegvalt, dan worden de zaken gecompliceerd. Maar zolang de muziek speelt, moet je opstaan en dansen. Wij zijn nog aan het dansen.’ Een paar weken na deze nietsverhullende uitspraak, kwamen de berichten over de verbijsterende manier waarop in de Verenigde Staten hypotheken waren verstrekt en de manier waarop de risicohypotheken waren opgeknipt en verhandeld op mondiale financiële markten. De virtuele economie bleek met nog maar een heel dun draadje met de reële economie verbonden te zijn. Het was het begin van een duizendklapper, die nog steeds niet aan het eind van zijn geknetter is. Want op talloze andere terreinen waren ook geweldige risico’s genomen. 

Terugkijkend zou je kunnen zeggen dat het Westen een periode van ongekende welvaart gekocht heeft met een gok op de toekomst. Nu blijkt dat die gok verkeerd uitpakt – en dat hadden we kunnen weten als we de signalen uit de jaren zeventig van Heilbroner c.s. serieus hadden genomen - en het hele bouwwerk in elkaar dreigt te storten, moet de overheid de zaak redden met wederom een beroep op de toekomst, door voor ongekende bedragen te lenen. Je zou dus nog scherper kunnen stellen dat we kostbare tijd en investeringsruimte om daadwerkelijk over te schakelen naar een duurzame economie hebben verknoeid.

De NRC-journalisten Egbert Kalse en Daan van Lent schreven in 2009 een leesbaar boek over de financiële crisis. In een afsluitend hoofdstuk ‘Schuld en Boete’ gaan ze na wie de schuldigen zijn. De financiële sector komt natuurlijk aan de orde. De gewone banken, de grote zakenbanken, de centrale bank, de kredietbeoordelaars, de overheden, maar ook de gewone consumenten. Wij dus. ‘Elke samenleving krijgt de financiële sector die zij verdient. De Westerse wereld is na de Tweede Wereldoorlog massaal gaan consumeren. Materialisme werd de maatstaf, kapitalisme het systeem waarbinnen de burgers gelukkig konden worden, zo was het algemene idee. En alsof de jaren van groei op zichzelf niet voldoende waren om al deze behoeften te bevredigen, stortte de westerse wereld zich de laatste decennia ook nog eens massaal in de schulden. De welvaart werd voor een steeds groter deel ‘op de pof’ gekocht.’ [23] Dat was ook het signaal dat het Planbureau voor de leefomgeving in 2011 afgaf bij de presentatie van de Duurzaamheidsmonitor Nederland 2011 [24].

Ook Kalse en Van Lent gebruiken – net als Jackson – het beeld van de verslaving. “De afgelopen dertig jaar hebben westerse samenleving zichzelf in zekere zin voor de gek gehouden. De hefboom [van de steeds ruimere kredietmogelijkheden, HO] werd de heroïnespuit van de Westerse economie en het is de vraag of we nu zonder kunnen.’ [25]   En dat – nogmaals – in de periode na de waarschuwingen van de Club van Rome. We dachten – aldus NRC-columnist Henk Hofland – dat Meadows c.s. van het wat sombere soort waren, ‘intussen kunnen we ook zeggen dat ze hun tijd vooruit waren’ [26]. Wat speelt zich af in onze wereldtijd?

In deze jaarserie gaan we op een aantal niveaus in op de in dit artikel aan de orde gestelde thema’s. Wat zijn de voorwaarden voor een duurzame mondiale economische orde?  Ondanks alle niet geringe inspanningen is er nog geen stabiel ecologisch evenwicht bereikt, zelfs nog niet in zicht. Is het eigenlijk (nog) wel haalbaar?

Op welke manier is onze fase van de wereldgeschiedenis te duiden? Nog nooit in die wereldgeschiedenis was er sprake van zoveel onderlinge afhankelijkheid. En dus onderlinge verantwoordelijkheid. Welke Bijbelse en geschiedfilosofische beelden kunnen ons helpen zicht te krijgen op wat er zich in onze wereldtijd afspeelt? 

En, niet in de laatste plaats, en misschien ook wat dichter bij huis, als wij onszelf op een bepaalde manier als “junks” moeten verstaan, hoe kicken wij dan af? Wat is het goede leven anno 2012, met een ecologische voetafdruk die binnen de perken blijft? Welke innerlijke gesteldheid en gerichtheid is daar voor nodig?  En wat zou ons dan mogelijk ten deel kunnen vallen?

  1. NRC Handelsblad, 30 december 2011.
  2. Chandran Nair, Consumptionomics – Asia’s role in reshaping capitalism and saving the planet, John Wiley & Sons (2011).
  3. Prosperity without Growth , Earthscan, 2009/2010, in het Nederlands vertaald als Welvaart zonder groei – Economie voor een eindige planeet, Jan van Arkel, 2010.
  4. Dat Wouter Bos wel degelijk wist wat er op het spel stond, blijkt uit zijn Den Uyl-lezing 2010.
  5. Nair in een interview in Trouw, 14 oktober 2011.
  6. Deze getallen haal ik uit Welvaart zonder groei, p. 27 e.v. en p. 83 e.v.
  7. Welvaart zonder groei, p. 28.
  8. http://www.voetafdruk.eu/nieuws/_20110923_earthovershootday.html
  9. Ook Jackson noteert dat ‘een geschatte 60% van de diensten die de ecosystemen van de wereld ons leveren in waarde achteruit gegaan zijn, of overmatig zijn geëxploiteerd sinds het midden van de 20e eeuw’, Welvaart zonder groei, p. 28.
  10. Prof.dr. Henk van Luijk (1929–2010) was grondlegger van de bedrijfsethiek in Nederland. http://www.bedrijfsethiek.nl/news/henk-van-luijk-overleden
  11. Hannah Arendt, De mens – bestaan en bestemming, Aula-pocket, 1968, p. 250. In 2009 verscheen bij Boom een nieuwe vertaling onder de titel De menselijke conditie.
  12. Robert Heilbroner, De ontwikkeling van de economische samenleving, Aula-pocket, 1977 (tweede, herziene druk).
  13. Heilbroners boek vormt – samen met The great Transition van Karl Polanyi – een belangrijke pijler onder het betoog dat Hans Achterhuis in De utopie van de vrije markt opbouwt.
  14. De ontwikkeling van de economische samenleving, p. 285.
  15. Is de Ontwikkeling van de economische samenleving een nuchter, wetenschappelijk boek, in zijn Onderzoek naar onze toekomst (1974), Heilbroners persoonlijke verwerking van de inzichten van de Club van Rome, bezigt hij een veel dramatischer toon.
  16. Voor een grondig onderzoek naar de kenmerken van westerse utopieën, zie Achterhuis’ De erfenis van de utopie, Ambo, Amsterdam, 1998.
  17. Achterhuis laat zien dat in de Verenigde Staten het werk van Ayn Rand – leermeester van onder anderen Alan Greenspan – een ongelooflijke invloed heeft verworven. Voor Rand zijn alle menselijke betrekkingen op geld waardeerbaar. Haar utopische roman Atlas Shrugged is na de Bijbel het meest verkochte boek in de Verenigde Staten.
  18. De utopie van de vrije markt, p. 299.
  19. Zijn Groen van Prinsterer-lezing had als titel: ‘Crisistijd – Naar een andere waardering van markt en overheid’. Co-referent was dr. Peter Mulder, als econoom verbonden aan de VU.
  20. Trouw, 13 augustus 2011.
  21. Sloterdijk heeft zijn theorie van de globalisering ontvouwd in Het kristalpaleis – een filosofie van de globalisering, SUN, 2006. Het kristalpaleis bouwt weer voort op zijn Sferen-trilogie.
  22. Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen, Boom, 2011, p. 460.
  23. Egbert Kalse en Daan van Lent, Bankroet – Hoe bankiers ons in de ergste crisis sinds de Grote Depressie stortten, Prometheus, Amsterdam, 2009, p. 293.
  24. NRC Handelsblad, 2 september 2011.
  25. Bankroet, p. 302.
  26. NRC Handelsblad, 2 november 2011.