Ik geloof in God de Schepper

In geloof fragmentarisch kunnen leven

Abstract

Willem Maarten Dekker heeft een boeiend boek geschreven. Hij neemt mij in 240 pagina’s mee langs alle aspecten van het christelijk spreken over God als Schepper, en over mens en wereld als schepping, zonder de daarbij opkomende intellectuele, existentiële en culturele vragen uit de weg te gaan. Integendeel – hij pakt ze op, laat gedocumenteerd zien waar de knopen zitten die doorgehakt moeten worden. En Dekker doet dat vervolgens ook. Glashelder.

Waar hij mij overtuigt – en dat is vaak het geval – daar verrijkt zijn argumentatie mij. Waar ik met hem van mening verschil – en dat gebeurt ook – ben ik niet zomaar met hem klaar. Een enkele keer denk ik: dit is echt te kort door de bocht. Met als gevolg een uitglijder. Dat geldt vooral het laatste hoofdstuk: dat doet afbreuk aan het boek. Niettemin: hoed af! Ik gun zo’n boek iedere (aankomend) theoloog in handen als een voorbeeld van theologische existentie: gedurfd scherp aan de wind zeilen. En ik zou wensen dat er (meer) hoger opgeleide seculiere tijdgenoten die bij De wereld draait door met (terechte) bewondering luisteren naar de colleges van Robert Dijkgraaf over de geheimen van de ons omringende werkelijkheid, een boek als dit ter hand zouden nemen. ‘Lees dit nou ook eens: dit boek gaat over het échte leven’, zou ik er bij zeggen.

Na de Proloog en voor de twee slothoofdstukken geeft Dekker een compacte scheppingsleer in 12 bijbels-theologische schetsen. Dat is een mooie en overtuigende greep. Geloven in God als onze Schepper is in geloof fragmentarisch kunnen leven. Zoals het leven zelf fragmentarisch is, een opeenvolging van goede tijden en slechte tijden. Ja – was het maar een opeenvolging! Dan zat er nog lijn in. Vaak is er evenwel geen touw aan vast te knopen.

In de week dat ik dit artikel schrijf, staan mijn vrouw en ik bij een graf, met twee hoogbejaarde ouders die voor de vierde keer een van hun kinderen begraven. Op de terugweg denk ik: ik ben 67 jaar en wat heb ik nu eigenlijk meegemaakt tot nu toe? Maar tegelijk wel genoeg gezien in levens en werelden om ons heen. Leven in deze wereld is kunnen leven in en met een veelheid van tegenstrijdige ervaringen: van gezondheid en ziekte, van rijkdom en armoede, van voorspoed en tegenspoed, van vreugde en smart, van opgang en neergang, van gezegend worden en schuldig staan, van schoonheid en lelijkheid, van edelmoedigheid en valsheid, van lot en noodlot. Zo kan ik doorgaan.

Wie gelooft dat God de Schepper is, die zal al die tegenstrijdige ervaringen herkennen. Én hij mag die in vertrouwen onderbrengen in die twaalf ruimten die de Schrift ons opent, en die Dekker voor ons openlegt.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.