De barbaar in jezelf onderkennen

Welke dienst kan het christendom Europa bewijzen?

Abstract

De afgelopen decennia is de vraag naar identiteit in het Europese politieke en maatschappelijke debat steeds meer centraal komen te staan. Iemand die zich op allerlei manieren in dit debat mengt, is de Franse filosoof Rémi Brague (Parijs, 1947). Deze emeritus hoogleraar filosofie aan de universiteiten van Parijs (Panthéon-Sorbonne) en München verdient in Nederland meer aandacht. Zijn ideeën over de verhouding tussen Europa en het christendom werpen namelijk een nieuw licht op het huidige identiteitsdebat. Wat is het eigene van de Europese cultuur? En welke rol speelt het christendom daarin? In de zomer van 2016 bezochten wij Brague in Parijs, in zijn woning in het prachtige zestiende arrondissement.

‘Wat heeft Jeruzalem met Athene te maken?’, is de retorische vraag van Tertullianus uit zijn polemiek tegen de filosofie van de Academie. Vrij veel, volgens de Duits-Amerikaanse politiek filosoof Leo Strauss, die spreekt over een ‘antagonisme tussen Jeruzalem en Athene’, waarin de eigennaam Jeruzalem staat voor de joodse en later de christelijke traditie, en Athene de traditie van het antieke heidendom symboliseert. Samen vormen zij ‘het geheim van de vitaliteit van het Westen’, twee uitersten die nooit tot een synthese gekomen zijn maar die wel in verbinding staan: in het westerse denken is er een ‘blijvende spanning’ tussen geloof en rede.

In het denken van Brague is een duidelijke invloed van Strauss te zien. Brague wijst in zijn beschrijving van het wezen van de Europese cultuur echter op een derde dimensie: Europa is niet alleen Grieks en Hebreeuws, maar evenzeer Romeins. Jeruzalem heeft te maken met Athene, in die zin dat beide steden elkaar treffen in de houding die Rome kenmerkt. Europa is uniek omdat het zich op ‘Romeinse’ of ‘Latijnse’ wijze verhoudt tot de bronnen waaruit het put. Terloops merkt Brague op dat hij liever spreekt over ‘bronnen’ dan bijvoorbeeld ‘wortels’. De wortels van een boom kunnen niet veranderen, ze zijn statisch. Een bron is dynamischer, vereist een actievere houding: je moet ernaartoe om eruit te kunnen putten. ‘Europa als continent zal niet zo snel verdwijnen. Maar de Europese, Romeinse cultuur kan omvallen. Wanneer wij geen gebruik meer maken van de bronnen kan Europa zich niet meer onderscheiden van de rest van de wereld.’

De nadruk die hij legt op het Romeinse is opvallend. Er zijn twee volken die de Europeaan boven de barbarij hebben verheven: de Hellenen en de Israëlieten. De Romeinen waren hierbij slechts een doorgeefluik, zij zijn geen wezenlijke bron. Het bijzondere aan de wijze waarop de Romeinen de erfenis van de twee creatieve volken hebben doorgegeven, is dat zij niet iets nieuws hebben toegevoegd aan de inhoud, maar die inhoud juist als iets nieuws brachten. Zo wijst Brague op de Romeinse belevingswereld, waar het perspectief naar voren ligt. Wat wij een kruispunt noemen (een kruising tussen vier wegen), is in het Latijn een trivium: de Romein ziet drie wegen voor zich liggen, en kijkt niet achterom. Het is zoals in de mythe van Romulus, die Rome sticht op nieuwe grond, zonder – zoals een Griek wel zou doen – trots aanspraak te maken op een mythische oorsprong. Als het perspectief naar voren ligt, kun je makkelijk toegeven dat een andere cultuur beschaafder is, en daar vervolgens van leren. De Romeinse houding is dat je de barbaar in jezelf onderkent, terwijl je je door het classicisme laat vormen. Deze ‘romaniteit’ noemt Brague ook wel ‘secundariteit’, een houding waarin men een tweede plaats inneemt ten opzichte van een andere cultuur.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.