Het leven volgens de geest

Paulus onder filosofen

Abstract

Wie rondkijkt in de hedendaagse continentale filosofie en in het werk van diverse auteurs als Martin Heidegger, Jacob Taubes, Alain Badiou, Giorgio Agamben en Slavoj Žižek speurt naar een gedeelde interesse zal snel tot de nogal verbazingwekkende conclusie komen dat deze vooral te vinden lijkt te zijn in de brieven van de apostel Paulus. Sinds het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw en in het spoor van deze vijf denkers is er veel over de betekenis van Paulus’ brieven voor de filosofie van vandaag geschreven. Deze internationale discussie is slechts mondjesmaat beschikbaar in het Nederlandse taalgebied. Dat is jammer omdat de wending tot Paulus direct aansluit bij diverse maatschappijbrede discussies die ook in onze samenleving het publieke debat bepalen.

Deze discussies betreffen politieke vraagstukken rondom identiteitspolitiek en uitsluitingsmechanismen, rondom het kapitalistische, neoliberale economische model dat in onze samenleving werkzaam is, maar ook meer ethische vragen naar de ware levenskunst en het menselijke (on)vermogen om een leven te committeren aan de goede zaak.

Ook vanuit meer intern filosofische overwegingen is de wending tot Paulus zeer opmerkelijk te noemen. In negatieve zin is deze opvallend omdat de auteurs het geloof in de Christus die Paulus verkondigt niet delen. In positieve zin blijkt echter dat deze denkers in Paulus’ brieven bepaalde basiselementen uit hun eigen filosofisch-systematische overwegingen terugvinden. Zo blijkt bijvoorbeeld in de befaamde doodsanalyse van Heidegger, die in zijn hoofdwerk Zijn en tijd een cruciale rol speelt om het menselijke bestaan te begrijpen, al geanticipeerd te worden op zijn interpretatie van de parousia zoals Paulus die in (vooral) 1 Thessalonicenzen aan de orde stelt. En zo blijkt Badiou in de brieven van Paulus bijna een blauwdruk te vinden van de begrippen die het conceptuele hart vormen van zijn belangrijkste systematische geschrift Zijn en gebeurtenis, zoals militantisme, gebeurtenis, subjectiviteit en waarheid.

Vanuit het oude spreekwoord ‘elke ketter heeft zijn letter’ kan de vorige alinea gemakkelijk de nodige argwaan wekken: herkennen deze denkers hun eigen werk in Paulus niet vooral omdat zij hun eigen denkbeelden op Paulus projecteren? Het is een bekend hermeneutisch principe dat wij teksten uit het verleden met onze eigen ‘vooroordelen’ en met de vragen uit onze tijd tegemoet treden en niet als context-loze, neutrale lezers.  Niettemin zegt hetzelfde hermeneutische principe dat die oude teksten, of deze nu van Homerus, Plato of Paulus zijn en ook al stammen ze uit een tijd gevormd door andere vragen en vooroordelen, ons nog steeds iets te zeggen hebben. Een van de redenen hiervoor is dat deze teksten eeuwenlang geschiedenis gemaakt hebben door steeds opnieuw lezers aan te spreken. Het blijken onuitputtelijke bronnen van betekenis die ook hedendaagse lezers iets te zeggen hebben. De vraag die met betrekking tot de hedendaagse filosofische lezers van Paulus opkomt is dan natuurlijk welke betekenis deze brieven voor hen hebben: Wat is het filosofische potentieel van Paulus? 

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.