‘We zitten in blessuretijd’

René Cuperus wantrouwt de secularisatie

Abstract

Hoe moet het verder met een seculiere samenleving, die niet alleen vervreemd is van, maar vooral ook totaal onbekend is met de christelijke traditie als een van haar bronnen? De babyboomgeneratie heeft de kerk massaal verlaten, en voelt zich daar wel bij. De aanhoudende en nog aanzwellende stroom van misbruikschandalen in de Rooms-Katholieke Kerk onderstreept nog eens de juistheid van deze ontwikkeling ‘aan religie en in het bijzonder aan het christendom voorbij’. De post-babyboomgeneratie weet heel weinig meer van de christelijke verhaal- en geloofstraditie. God en kerk zijn gewoonweg geen item voor het nu toonaangevend en spraakmakend deel der natie. Dus is de verdwijning van het christendom uit onze culturele en maatschappelijke context zeker geen zaak om je erg druk over te maken.

Wie dat wel doet is René Cuperus (1960), columnist bij de Volkskrant, na een lange staat van dienst bij de PvdA – onder andere als beleidsmedewerker van diverse partijvoorzitters en als senior wetenschappelijk medewerker van de Wiardi Beckmannstichting, denktank van de sociaal-democratie. Tot voor kort was hij werkzaam als Scholar in Residence op het ministerie van Buitenlandse Zaken en als gastonderzoeker bij het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is hij verbonden aan Instituut Clingendael.

Cuperus heeft diezelfde beweging gemaakt als de generatie van de babyboomers vòòr hem. Maar met dit afscheid van christelijk geloof, kerk en misschien wel van institutionele religie überhaupt, zijn we er niet. Cuperus is te veel historicus en cultureel antropoloog om naïef te veronderstellen dat het bij majeure maatschappelijke veranderingen vanzelf wel goed komt met een samenleving. En de veranderingen die onze samenleving doormaakt zijn majeur: nieuwe ongelijkheid tussen hoog- en laagopgeleiden; verdwijnende beroepen en banen; een energietransitie zonder precedenten; massa-immigratie, met inbegrip van veel moslims – aanhangers van een in onze polder nieuwe en andere godsdienst; als gevolg daarvan reacties van afweer en van rancune, stem gegeven in populistische partijen en bewegingen.

Voorwaar een geduchte uitdaging en een verantwoordelijkheid voor wie nu geroepen zijn om het samenleven in goede banen te leiden. De oude structuur van de zuilen en partijfamilies waarbinnen ‘het volk’ zijn belangen, zijn morele oriëntatie en zijn sociale veiligheid geborgd wist bij de voormannen en -vrouwen aan de top, is voorbij. Met het verscheiden van CDA-coryfee Hannie van Leeuwen (2 aug. 2018) zagen we dat tijdperk verder in de achteruitkijkspiegel verdwijnen. De seculiere meerderheid is nu aan zet. Die seculiere meerderheid en de leidinggevenden uit haar midden, de politici, maar evengoed leidinggevenden in maatschappelijke organisaties en bedrijven – zij zijn het adres bij de publicaties van Cuperus.

Er is geen enkele reden om seculier achterover te leunen, omdat het in een wereld ‘after God’ vanzelf goed of wellicht zelfs beter gaat. Moet ook seculier Nederland niet hernieuwd contact maken met de bronnen waaruit het eertijds dronk? ‘Het is toch vreemd dat we op de gymnasia onze slimste kinderen eindeloos lastigvallen met de klassieken, de bestudering van onder meer de dode talen uit de Oudheid, maar dat ze nul komma nul meekrijgen over de christelijke traditie sinds de Oudheid?’ (…) ‘Hoe geven we die beschavingsoverdracht en -continuïteit vorm? Christendom-gymnasia?’ Aanleiding genoeg om door te spreken met Cuperus, een man die weet waar hij het over heeft. 


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.