Handig ter vermijding van profiteurs

Sciëntisme en religie

Abstract

Wetenschap is de enige gids tot de waarheid. Deze stelling, die steeds meer opgeld doet, staat bekend als sciëntisme. In dit artikel wil ik kritisch kijken naar de manier waarop aanhangers van sciëntisme omgaan met religie. In een sciëntistische kijk op religie is religie niets meer dan een toevallig resultaat van cognitieve en evolutionaire processen of een bijproduct daarvan. De Nederlandse filosoof Herman Philipse claimt zelfs dat het christendom zijn succes grotendeels dankt aan een meteorietinslag. Vaak hoor je ook dat religie al lang is doodverklaard door de psychologie. Ik betoog dat dit beeld geen recht doet aan de eigen aard van het wetenschappelijk onderzoek naar religie en conclusies trekt die niet onderbouwd worden door de wetenschap.

Voor ik kijk naar sciëntisme en de manier waarop aanhangers ervan religie zien, beschrijf ik kort enkele recente wetenschappelijke theorieën over religie. Ze worden vaak gevat onder de noemer Cognitive Science of Religion (CSR). In het bestek van dit artikel is het onmogelijk om recht te doen aan de tientallen leerstellingen die op dit vlak in omloop zijn. Daarom houd ik het bij drie invloedrijke theorieën.

Een eerste bekende theorie stelt dat religieus geloof (mede) het resultaat is van een menselijke neiging om makkelijk wezens te detecteren. Mensen zijn snel geneigd om patronen of tekenen te zien als sporen van een levend wezen. In een kronkelende tak meent men al gauw een slang te herkennen en wie geritsel van bladeren hoort, denkt dat er iets of iemand nadert. De neiging om (te) snel te concluderen dat er een wezen in de buurt is, zou evolutionair voordelig zijn. Voor onze prehistorische voorouders vormden wezens (menselijk en dierlijk) een voortdurend gevaar. Het was daarom zaak op je hoede te zijn. Te veel wezens detecteren leidt hoogstens tot tijd- en energieverlies, maar één wezen te weinig detecteren kon fatale gevolgen hebben. Vandaar dat mensen een hyperactieve gevoeligheid voor wezens ontwikkeld zouden hebben.

Hoe leidt dit tot religieus geloof? De hyperactieve neiging wezens te zien zorgt ervoor dat mensen vaak het gevoel krijgen dat iets of iemand in de buurt is. We checken vaak of er daadwerkelijk iets is en kunnen zo dat gevoel onderdrukken. Wanneer er niets gevonden wordt, kan dit gevoel leiden tot het idee dat er een onzichtbaar wezen in de buurt is dat geluiden voortbrengt of patronen produceert. Hiervandaan is het een kleine stap naar geloof in geesten en dit zet de mens dan weer op weg naar geloof in God of goden.

Een van de bekendste verdedigers van deze theorie, Justin Barrett, schrijft dat religieus geloof hierdoor slechts gedeeltelijk wordt verklaard. Hij claimt dat geloof ook door andere processen kan gevormd, worden zoals cultuur en opvoeding. De theorie lijkt ook beter te verklaren waarom mensen in geesten of spoken geloven dan in de trinitaire God of Allah. Zoals elke theorie in CSR wordt deze (lang) niet algemeen aanvaard. Eén prominente CSR-wetenschapper, Pascal Boyer, argumenteert dat het gevoel dat iets in de buurt is te vaag en te vluchtig is om te leiden tot religieus geloof. Verder blijft empirische bevestiging vooralsnog achterwege.


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.