De gehele zee is in elke golf

Openbaring in een tijd van maakbaarheid

Abstract

Voor mij ligt Gelatenheid in de kunst – Nijhoff, Braque, Kawabata – Van gesloten naar open vormen, tweede deel in een trilogie – Deo Volente, eigen woorden van de auteur – van filosoof Gerard Visser (geb. 1950). Een pil van bijna 600 pagina’s, verschenen in april dit jaar. Tien jaar geleden verscheen het eerste deel – waarvan nu een tweede druk uit is. Gelatenheid – Gemoed en hart bij Meister Eckhart – Beschouwd in het licht van Aristoteles’ leer van het affectieve. In zijn inleiding zegt Visser dat zijn boek een werk van dankbaarheid is. De Nederlandse dichter Nijhoff, de Franse schilder Braque en de Japanse romanschrijver Kawabata hebben hem begeleid en op koers gehouden, schrijft hij.

Vijfentwintig jaar geleden reisde ik voor het eerst naar Leiden om colleges bij hem te volgen. Sindsdien heeft Visser als weinig anderen mij op koers gehouden. Hij hielp mij bijvoorbeeld de grootst mogelijke eerbied te hebben voor de individuele levensloop van wie ik ook maar ontmoet. Een mens is namelijk geen ‘wat’, maar een ‘wie’, een aanspreekbaar persoon met een eigen verhaal. Dat is ook professioneel niet onbelangrijk. Wil een team resultaten boeken, dan is een bepaalde mate van onderlinge vertrouwdheid essentieel. Belangrijke kiemen voor professioneel handelen blijken altijd verbonden met de eigen levensloop.  Die levensloop is, nog wat fundamenteler, te typeren met Plato’s beeld van het leven als reis,  een beeld dat voor Visser ‘het grootste bereik aan levenservaringen en verschijnselen weet onder te brengen’. Evangelisch gesproken mag deze gang verstaan worden als een weg van afsterven en opstaan. In een nieuw leven. Juist deze existentiële (niet sentimentele) bewogenheid van het leven herkende ik als fundamenteel en bood de mogelijkheid om sluimerende noties, verborgen onder vaak sleetse taal, eveneens te laten opstaan in een nieuw leven.

In dit artikel wil ik een impressie geven van dit boek, dat de lezer uitnodigt mee op reis te gaan in het ‘derde land’ (titel van een gedicht van Martinus Nijhoff). Ik wil een aantal ‘merkstenen’ aanduiden die de weg kunnen wijzen. Ik zal Gelatenheid in de kunst situeren in het geheel van Vissers werk en me beperken tot Nijhoff.

Wat maakt dat we de weg in het ‘derde land’ nog niet zo weten? Nijhoff – die niet alleen dichter was maar ook recensies en essays schreef – zegt het zo, in 1937: ‘Daar waar de gedachte-achtergrond zwevend wordt, biedt onze taal nog niet voldoende houvast.’ In de uitleg van Visser: ‘Wat hij hier zegt is zo opmerkelijk, omdat het van toepassing is op de substantiverende aard van denken die alle Europese talen parten speelt en die het zo lastig maakt de zwevende bewogenheid te articuleren die niet slechts eigen is aan de religieus-mystieke ervaring van Eckhart en de poëtische van Nijhoff, maar in feite aan elke bestaansverhouding’. Kun je bijvoorbeeld vrijheid vastpakken? Nee, het is ‘een schat die, gelijk lucht, bijna onwaarneembaar is, zolang wij hem niet missen’. Zegt Leslek Kolakowski, die opgroeide in communistisch Polen.


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.