Om een gemeenschappelijk huis

Naar een christelijk perspectief op verbondenheid

Abstract

Op Oudejaarsdag toog ik, de kou trotserend, samen met dochter en zoon naar het strand bij Duindorp om de opbouw te bekijken van het houten gevaarte dat in de nacht van Oud en Nieuw voor een vlammenzee moest zorgen. Een kilometer verderop, bij de rivalen van Scheveningen, zou het vreugdevuur die nacht een angstaanjagende vuurregen worden. Wij aanschouwden de torenbouw. De vreugdevuren werden in 2014 nationaal erfgoed en je gunt je kinderen toch een culturele opvoeding.

Het viel op hoe eensgezind, vastberaden, constructief en fanatiek de Duindorpers te werk gingen. Het had iets van een religieuze cultus. De gemeenschapszin: ‘One team, one mission’ was het motto. Het respect voor hen die zijn voorgegaan: boven aan de pallettoren hing een spandoek met de foto van een overleden Duindorpse kameraad en de tekst ‘Gone… but still not forgotten’. De overgave: in april beginnen de voorbereidingen en in de laatste weken werken de Duindorpers dag en nacht aan hun bouwwerk, met strak georganiseerde ploegendiensten en een zorgvuldige taakverdeling. Het doorgeven van een traditie: de kinderen worden ingewijd in het mysterie van het stapelen. De zonen dragen dezelfde zwarte capuchontrui met het logo van Duindorp Vreugdevuur als hun vaders, de dochters en moeder de vrouw de roze variant. Zelfs aan het begeleidend snarenspel was gedacht: opzwepende housebeats van de dj denderden over het strand.

De moderne mens wordt gekenschetst door het streven naar erkenning, zo stelde Charles Taylor in de jaren negentig al eens. In een geglobaliseerde wereld wil die mens niet alleen erkend worden als een wezen met universeel-menselijke potenties, maar vooral ook als mens met een bijzondere, unieke, subculturele identiteit. Het streven naar erkenning duidt dan op de behoefte aan respect vanuit een vastomlijnde groepsidentiteit, die dan natuurlijk wel eerst als zodanig moet zijn geconstrueerd.

En ziedaar het ‘drama’ van het samenleven in een moderne, geglobaliseerde wereld. Want er moet een zeker zelfbesef van de gemeenschap ontstaan, maar dat gebeurt – zoals Taylor terecht opmerkt – vaak ten opzichte of zelfs ten koste van de ander. Met andere woorden: erkenning veronderstelt een tegenpartij, rivaliteit, strijd, het gevoel niet gekend te worden, miskend te zijn of geminacht te worden.

Op het zuiderstrand bij Duindorp was het allemaal te zien. Natuurlijk, de solidariteit, gemeenschapszin, de discipline, de ijver. Maar ook het vriend-vijand-denken en het slachtoffer-denken. De vijand – dat zijn de Scheveningers, het anti-zwartepietkamp (getuige het spandoek ‘Wij willen zwarte piet! Groeten uit Duindorp!’) en de overheid (die het op een bepaald moment waagde de toevoer van pallets te blokkeren). De slachtoffers – dat zijn de ‘gewone Duindorpers’, de pro-zwartepietbetogers, de bewaarders van de Duindorpse en oer-Nederlandse tradities. En daarmee manifesteert het Duindorpse gemeenschapsdenken zich vooral met een mengeling van constructivisme, vriend-vijanddenken en een zekere nostalgie over wat een gemeenschap tot een gemeenschap maakt.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.