Het beroep op ‘schepping’ in de ethiek

De hakken in het zand of meebewegen?

Abstract

In de afgelopen tijd is er in de stille, nu en dan oplaaiende discussie binnen orthodox-protestants Nederland over hoe om te gaan met homoseksualiteit ineens een steen in de vijver gegooid die voorlopig nog wel de nodige kringen zal veroorzaken. Die steen heeft een element in de discussie gebracht dat weliswaar niet nieuw is, maar – als ik het goed zie – niet prominent meespeelde. Het ene ‘kamp’ beriep zich vooral op de Bijbel, waarin nergens in positieve zin over homoseksueel geslachtsverkeer gesproken wordt. Het andere schermde met hermeneutiek en betoogde dat hoe wij vandaag seksualiteit beleven als horend bij onze identiteit zo sterk verschilt van wat we in de Bijbel tegenkomen dat we er met een direct beroep op de Heilige Schrift niet uitkomen. Nu is er dan via de zogenoemde Nashville-verklaring ineens het beroep op de schepping: God heeft de mens als man en vrouw geschapen en ‘dus’ is het huwelijk van een man en vrouw de ‘scheppingsorde’ en zijn andere relatievormen contrabande. In dit artikel wil ik bij die benadering enige kanttekeningen plaatsen.

Als we ons afvragen of er ‘scheppingsordeningen’ zijn, en zo ja, wat we daaronder moeten verstaan, en welke dat dan zijn, komt het huwelijk inderdaad als eerste – en naar mijn overtuiging ook als enige – in aanmerking. Protestantse christenen hebben in de afgelopen eeuwen de overheid wel als scheppingsordening bestempeld, om daarmee een sterke staat te legitimeren tegenover de uitholling van overheidsgezag die men met lede ogen aanzag. Het gevolg was dat allerlei onrecht dat door de overheid werd uitgeoefend buiten de kritiek van het spreken van de Schrift hierover kon worden gehouden. Het waren voor een deel dezelfde christenen die ook het volk wel als een scheppingsordening aangemerkt hebben, en met behulp daarvan slavernij, kolonialisme en apartheid van de nodige wijding voorzien. In het geval van volk en staat was het zogenaamde Schriftberoep altijd problematisch, om het vriendelijk te zeggen, maar ten aanzien van het huwelijk ligt dat toch anders.

Ook al bestempelt men vandaag het huwelijk, ook in kerkelijke stukken, wel als niet meer dan een ‘sociaal construct’, dat dus voor rekening van mensen komt, Genesis 2 spreekt toch echt andere taal: Adam en Eva die elkaar ontvangen uit Gods hand en herkennen als wezenlijk bij elkaar behorend. Ik merk nog wel met nadruk op dat het huwelijk als geschenk van God iets anders is dan de man-vrouwverhouding in het algemeen. Zo betekent het woord ‘hulp’ in Genesis 2:18 niet iets als ‘ondergeschikte’ of zo, maar verwijst het naar een sterkere die een zwakkere te hulp komt! Waar een ‘onderdanige’ positie van de vrouw met een beroep op de schepping verdedigd wordt, speelt dus een ‘ongedoopte’ visie op ‘heersen’ en ‘onderdaan zijn’ mee die we ook bij ‘scheppingsordeningen’ als volk, staat, ras en dergelijke tegenkomen.


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.