‘Een argeloos oog voor de sjeu van het enkeldaagse’

Jessica Voeten over kijken, schrijven en fotograferen

Abstract

In het huis van Jessica Voeten liggen de boeken en kranten hoog opgetast op de werktafel. Rechts naast de krantenstapel ligt de NRC van 28 februari 2019, opengeslagen bij het interview met haar moeder Marga Minco, laureate van de P.C. Hooftprijs 2019. Naast de krant ligt Moed en Overmoed. Leven en tijd van Mata-Hari. Een gedocumenteerde biografie van Jessica Voeten en Angela Dekker. Genoeg aanleiding tot een gesprek met Jessica Voeten over leven en werk.

Van de dichter Jacques Bloem herinnert Jessica Voeten zich vooral de fles met zuurtjes die hij tevoorschijn haalde als ze met haar zus bij hem langsging, ‘want om nu alcohol te schenken aan een kind; dat ging wat ver. In het Witsenhuis was het een komen en gaan van schrijvers en dichters. Mijn ouders waren bevriend met de oudere generatie – Victor van Vriesland, Ed. Hoornik, Adriaan Roland Holst, Gerrit Achterberg – maar ook met de Vijftigers als Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Bert Schierbeek, Lucebert, Remco Campert, en de zestigers Gerard Stigter (K. Schippers) en Hendrik Jan Marsman (Bernlef). Ed. Hoornik, een goede vriend van mijn vader, had drie dochters. De tweeling trouwde met Schippers en Bernlef. Zij werden mijn tantes en ooms. Ik had als kind een grootvader van vaderskant en een lieve oudtante, de tante van mijn vader. Van mijn moeders kant had niemand de Tweede Wereldoorlog overleefd.

Het gedeelde verleden van mijn ouders speelde zich af in Breda, een paar jaar voor de oorlog. Ze leerden elkaar kennen tijdens hun werk in de journalistiek, in 1938. Mijn moeder – toen nog Selma Minco – werkte bij de Bredasche Courant en mijn vader – Bert Voeten – was dichter en verslaggever bij het Brabantsch Dagblad. Een licht Brabantse tongval is nog wel een beetje hoorbaar bij mijn moeder. Mijn vader was katholiek van huis uit, mijn moeder joods. Beiden hadden op jonge leeftijd het geloof afgezworen. Mijn moeder hield zich wel aan de tradities, net als haar broer en zus. Haar ouders waren praktiserend, vooral haar vader en grootvader waren streng in de leer. Met hoge hoed en zwart pak naar de sjoel, waar haar vader parnas (bestuurslid) was. Haar moeder bestierde uiteraard een koosjer huishouden. Er was een verschil in randstedelijke en provinciale joden: de laatsten waren meestal traditioneler en minder seculier.


Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.