‘Jezus weet het beter dan ons kwade geweten’

De theologie van dr. J. Koopmans

Abstract

Vorig jaar om deze tijd rondde ik het manuscript af van mijn proefschrift over dr. J. Koopmans (1905-1945). In december vorig jaar verdedigde ik het aan de VU. En nu schrijf ik naar aanleiding van dat boek voor Wapenveld. Het biedt me een goede gelegenheid om te reflecteren op het traject van onderzoek en op de vragen die mij gesteld zijn. Een soort retractatio dus. Wat heb ik geleerd? En waarmee blijf ik bezig? Wat zou ik vanuit Koopmans vandaag in kerk en theologie aan de orde willen stellen?

 Wie een promotietraject naast zijn gewone werkzaamheden wil doen, zal één ding nauwelijks kunnen ontberen. En dat is: affiniteit met het thema en het gevoel dat hierover een boek geschreven móet worden. Daaraan ontbrak het me niet. Om twee redenen lag het publieke spreken van Koopmans tijdens de bezetting me na aan het hart.

Allereerst natuurlijk vanwege de persoon van Koopmans zelf. Ik merkte dat ik in mijn werk als predikant steeds weer terugkwam bij zijn boeken – en dan met name bij zijn drie Postilles (boeken die steeds voor de gang van het kerkelijk jaar voor iedere zondag een preekschets bieden). Ik vind bij hem allerlei dingen die me helpen om de boodschap van het Evangelie vandaag te vertolken. Om te beginnen: een diepe verworteling in het getuigenis van de Schrift. ‘Voor een kort ogenblik in de geschiedenis stond de theologie op de vaste grond van Gods openbaring, in plaats van op de dubbele grond van een natuurlijke godskennis met een bijkomstige openbaring.’

Ik vind dat een trefzekere typering van de dialectische theologie die de grote aandacht voor de Bijbel binnen deze theologie verklaart. Op allerlei manieren heeft Koopmans zich ingezet voor uitleg van de Bijbel. Naast zijn Postilles valt dan te denken aan de op zijn initiatief opgestarte commentarenreeks: Prediking van het Nieuwe Testament en zijn latere oudtestamentische evenknie. In hoeveel pastorieën staat die serie niet in de kast? En dan is er zijn werk voor de redactie van de homiletische schetsen die de Hervormde synode tijdens de bezetting aan predikanten verstrekte. Voortdurend was hij dus bezig met Schriftuitleg. Daarbij ging het hem erom te verstaan wat de Schrift vandaag zegt. Om die reden vind je bij hem ook fundamentele teksten over hermeneutiek: hoe horen we de Schrift zo, dat we het ‘tegenwoordigheidskarakter’ van de teksten op het spoor komen?

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.