Om al uw tekens te verstaan

Introductie bij het jaarthema ‘liturgische bewustwording’

Abstract

Het komende jaar zullen we u en onszelf in Wapenveld bepalen bij een onderwerp waarover we in de redactie al veel gediscussieerd hebben. We hebben het op de noemer gebracht van ‘liturgische bewustwording’. Waar we dan aan denken, en wat de aanleiding voor dit thema is, moet in dit artikel duidelijk worden. Onze redacteur Edward van ’t Slot geeft de aftrap.

Sinds globaal 250 jaar zijn we in onze westerse verlichte wereld geneigd om de kosmos te zien als een in zichzelf genoegzaam, als vanzelf wel draaiend geheel. De grote kosmos, het heelal, heeft in onze ogen het uiterlijk gekregen van een onafzienbaar grootse tijdruimte waarvan de proporties weliswaar alle beschrijvingen tarten – maar desalniettemin: het is één kosmos die gehoorzaamt aan de door ons steeds beter gekende wetten van de natuur. Bij alle raadsels over uitdijing, donkere materie enzovoorts, zien we de kosmos als in zichzelf gesloten en vooral: kenbaar geheel.

En ook allerlei kleine ‘kosmosjes’ bekijken we met een dergelijke blik: het is wat het is, het gehoorzaamt aan wetten die we steeds beter kennen. De wereld van de natuur, de wereld van ons samenleven. Zelfgenoegzaam, objectief. Natuurlijk wordt de manier waarop wij samenleven niet helemaal verklaard door wetten, want er is ook vrijheid – maar de waargenomen werkelijkheid met haar min of meer beredeneerbare patronen doorbreken we niet, en dat beredeneren (zo veronderstellen we vaak) vertelt ons uiteindelijk met welke ultieme ratio wij hebben te rekenen: die van de empirie en de controleerbare ervaring. Iets anders hebben we niet nodig om de wereld te verstaan.

Maar kijken we zo wel goed? Deze westerse blik heeft al te vaak ook geleid tot een verplatting van het wereldbeeld. Kunnen we nog achter de genoemde ultieme ratio kijken: vragen naar wat er schuilgaat achter (of onder, of boven, of in) wat we zien en achter wat we kunnen uitrekenen, achter wat we in eenduidige begrippen kunnen vatten? Niet alleen gelovigen stellen zich zulke vragen naar het ‘transcendente’, bijvoorbeeld: is er niet een Schepper met een bedoeling die we weliswaar langzaam maar zeker over de randen van ons blikveld hebben geschoven maar die er wel gewoon is, groter dan ons kennen?

Ook vanuit meer seculiere kringen lijkt die vraag de laatste tijd steeds nadrukkelijker aan de orde gesteld te worden: is de wereld niet dieper dan ze op het eerste oog (ons eerste oog!) lijkt? Wat doen wij bijvoorbeeld wanneer we symbolen, gedichten, kunst, muziek ‘gebruiken’? Die uitingsvormen lijken een opmerkzaamheid voor diepere lagen in het bestaan te evoceren, lagen die er zijn zonder dat we ze helemaal in eenduidige cognitieve begrippen kunnen vatten. Dergelijke vragen zouden in onze samenleving nog veel breder aan de orde gesteld moeten worden, al was het maar vanwege de intellectuele integriteit. De wereld vraagt erom gekend te worden, zonder onnodig plat gemaakt te worden.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.