Psalm 78, het Wilhelmus en het Horst Wessellied

Bijbelschets bij het jaarthema

Abstract

In de liturgie van de zondagse eredienst wordt het leven, of ‘de werkelijkheid’, tot de essentie teruggevoerd. In die zin leidt de liturgie ons in de waarheid. Het lied van schuldbelijdenis voert mij in de waarheid van mijn eigen leven voor God en mijn naaste. Mijn daden komen in het Licht en daarmee aan het licht. De lofprijzing van Psalm 33 leidt mij al zingend in de waarheid dat het gewone niet gewoon is maar gave van de Schepper.

Wanneer er dingen gebeuren die te gruwelijk zijn om over te praten, en er mensen zijn die die dingen doen, zijn er de wraakpsalmen als 94. Uit eigen geschiedenis heb ik ze nog nooit hoeven zingen, omdat ik zulke dingen niet zelf heb meegemaakt. Maar ik begrijp er iets van wanneer ik lees wat er gebeurde wanneer zwarte medemensen op de plantages de liederen zongen van de bevrijding van Israël uit Egypte. Gods vijanden vergaan. ‘Wanneer je het zingt, is het zo’. Vertelde mij een oude broeder over het moment dat hij met zijn vrouw en hun andere kinderen achter de baar van hun zoontje – bij vuurtje-stoken omgekomen – de kerk in kwam terwijl de gemeente zong: ‘Maar de Heer zal uitkomst geven, Hij die ’s daags zijn gunst gebiedt’.

Edward van ’t Slot en ik zullen in de komende nummers rond het jaarthema Liturgische bewustwording daarom Psalmen lezen, niet voor niets hart van de liturgie. Ik geef de aftrap met Psalm 78, over (Israëls) geschiedenis, de waarheid daarvan en hoe die te vertellen.

Psalm 78 is lang, met stip op nummer twee na 119. In de gemeentezang echter zwaar onderbedeeld in vergelijking met nummer één. Het houdt meestal op met de eerste drie coupletten, bij de opening van het catechese-seizoen: als een oproep aan de gemeente om de Bijbelverhalen en de christelijke leer door te geven aan de volgende generatie. ‘Laat ons wat onze vaderen vertelden, doorgeven en aan onze kind’ren melden.’ De verdere psalm laten we meestal liggen, al die coupletten over de Bijbelse geschiedenissen uit de boeken Exodus tot en met Jozua. In de onberijmde tekst vers 12 tot 64. Dat lijkt zoiets als: opa vertelt, en weet niet van ophouden.   

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.