Gierig in dankbaarheid?

Over de betekenis van Brian Brocks wonderlijke verwonding

Abstract

‘Papa, kent deze mijnheer de Here God?’
Het is zondagmiddag. Ik lig op de bank. Wakker genoeg om te horen wat mijn dochtertje ook hoort: Bachs koraalvoorspel Nun komm’ der Heiden Heiland in de pianotranscriptie van Busoni en gespeeld door Vladimir Horowitz. Van een verzamelplaatje dat ik meer of minder toevallig in mijn bezit heb. En dat ik af en toe opzet vanwege het muzikale spel van Horowitz. Net op het moment dat ik verder wegzak in een verwonderdoezel stelt zij haar vraag.
‘Weet ik niet,’ antwoord ik.

‘Maar dan denk ik wel dat God hem helpt.’

Ik maak een geluid dat het einde inluidt van haar kleine overpeinzing. Zij speelt verder. En ik peins: waarom associeert een kind deze muziek met God? Ik besef: als gelovige ouders doen mijn vrouw en ik aan geloofsinwijding. Het zal onze kinderen duidelijk zijn dat wij verschil maken tussen muziek en muziek: in het ene geval is eerbied voor God belangrijk, in het andere niet. Horowitz die Bach speelt zonder tekst valt in de laatste categorie. Zou ik zeggen… maar zo eenvoudig ligt het bij haar niet. Wordt hier een vraag gesteld bij mijn ‘onttovering van de wereld’, die in een protestantse variant moeite heeft met al te makkelijke verwijzingen naar God? Een vraag bij de manier waarop ik denk dat God in deze werkelijkheid aanwezig is? In het gepeins over dit soort vragen werd ik geholpen door een boek dat ik de lezers van Wapenveld graag wil voorleggen.

Eind vorig jaar verscheen Brian Brocks Wondrously Wounded. Theology, Disability, and the Body of Christ. Brock is een theoloog van Amerikaanse origine die momenteel morele en praktische theologie in Aberdeen (Schotland) doceert. In Wapenveld werd hij in 2010 voorgesteld aan het Nederlandse publiek in de serie over ‘tegendraadse theologen over kerk en ethiek’. In dat interview ging de aandacht vooral uit naar zijn boek Singing the Ethos of God (2007). Daarin ontwikkelt Brock een christelijke ethiek die voorbij allerlei abstracte principes ontspringt aan de (zingende) omgang met God. Daarnaast komt ook zijn Christian Ethics in a Technological Age (2010) ter sprake. Zijn ambivalente houding ten opzichte van technologie verwoordt hij aan de hand van de foto op de voorkant van dat boek:

‘een baby in een couveuse, met slangen en buisjes uit bijna al zijn lichaamsopeningen. Dat is Adam, mijn zoon, toen hij vier dagen oud was en medisch gesproken in kritische toestand verkeerde (…) dankzij die couveuse, en dankzij geavanceerde chirurgische techniek, kon hij, om zo te zeggen, opnieuw geboren worden. Je begrijpt, als vader van Adam ben ik de laatste om moderne technologie te veroordelen. Maar diezelfde technologische cultuur drong aan op abortus toen het vermoeden rees dat Adam niet “normaal” zijn.’

Met dit citaat zijn we direct bij het hart van Wondrously Wounded. De relatie van de auteur met zijn zoon loopt als een rode draad door het boek heen. Het is niet de eerste keer dat Brock over Adam en handicap schrijft. Hij verhoudt zich al langer tot wat disability theology genoemd wordt, de theologische reflectie op het verschijnsel handicap. Dat zou een reden kunnen zijn om dit boek terzijde te leggen als enkel relevant voor hen die zich om professionele of persoonlijke redenen met ‘gehandicapten’ bezighouden. Brock laat echter zien dat de lens van handicap een bredere relevantie heeft. Bovendien blijft hij weg van een sentimentele vertelstem die bij dit onderwerp zo vaak gehoord wordt. Brian Brock is wondrously wounded en het is de moeite waard om hem daarover te horen. Dat doe ik onder de – aan een zinnetje van Wende Snijders ontleende – titel ‘Gierig in dankbaarheid?’ Zij brengt daarmee het effect onder woorden dat Brocks boek bij mij sorteerde of beter gezegd de vraag: heb ik mijn dankbaarheid voor wat God geeft niet op een gierige manier ingekaderd?

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.