Ritueel leven

Benedictijnse impulsen tijdens de crisis

Abstract

In het voorjaar van 2020 kreeg menigeen het gevoel in een ‘onvrijwillig klooster’ te zijn beland. Door de pandemie met vreselijke wereldwijde gevolgen werd ook in onze samenleving een ‘lockdown’ aan de bevolking opgelegd. Sommigen waren blij met hun ineens lege agenda en de ruimte die dat bood; anderen klaagden al snel over een ‘zee van tijd’ waarin ze verdronken. Wanneer de vanzelfsprekendheden van het alledaagse leven wegvallen, de grote en kleine rituele ankerpunten binnen onze dagorde, gaat de tijd soms ongemerkt voorbij. De dichter Jan Wit heeft hier een mooie regel over: ‘Wie de getijden verwaarloost, wordt door het getij overspoeld’.

Het woord ‘getijden’ doet inderdaad aan een klooster denken. Getijden zijn daar de liturgische vieringen die de kloosterlijke dagorde bepalen. Zou het kunnen dat – overdrachtelijk gesproken – een gebrek aan liturgische getijden maakt dat de tijd ons als zand door de vingers glipt? Alleen wanneer er ankerpunten zijn, krijgt alles wat we doen houvast. Afgesloten van de waan van alledag heb je de kans om een stevig anker voor je tijd uit te werpen. Dat is één van de doelen van het kloosterleven. Maar toegegeven, een kloosterling kiest daar vrijwillig voor. Voor de lockdown heeft niemand zelf gekozen. Dat maakt de vraag nijpend: hoe kun je midden in de crisis ritueel leven?

Een tweede woord dat in datzelfde voorjaar in onze woordenschat werd opgenomen, is ‘social distancing’. Ook daar heeft niemand zelf voor gekozen. Dat je niet zomaar bij mensen op bezoek mag gaan en je in het publieke leven anderhalve meter afstand van elkaar moet houden, brengt weer ademruimte die op het eerste gezicht prettig gevonden kan worden. Menigeen stoorde zich wellicht aan de soms kunstmatige nabijheid: ‘Ik ben blij dat ik niet iedereen meer drie keer hoef te zoenen’, hoor je zeggen. En: ‘Een heleboel sociale verplichtingen vallen ineens weg.’ Toch is het bij nader inzien voor iedereen een verarming, soms met tragische gevolgen, dat bijvoorbeeld ouderen niet meer bezocht mochten worden, sommigen in de laatste fase van hun leven. Ook al zijn er telefoon en internet, mensen voelen weer het belang van fysiek contact. Dat heeft niet alleen maar een functionele kant om het contact effectiever te maken. Ook bij een online vergadering kun je een agenda heel efficiënt afwerken.

Er moet meer zijn, en dat kan opnieuw vanuit ritueel perspectief in het vizier komen. Socioloog Erving Goffman wijst op het belang van interactierituelen die constitutief zijn voor ons samenleven: ‘Voor de organisatie van het samenleven zijn tijdelijk begrensde samenkomsten van mensen van belang en interacties die daardoor kunnen ontstaan.’ Die interacties zijn een bron van betekenis die niet van tevoren vastligt en ook niet altijd dezelfde blijft, aldus Goffman: ‘Dat is noodzakelijkerwijs dynamisch en vergankelijk, want het ontstaat pas door het arriveren en door het weer weggaan.’ Ook hier blijft een nijpende vraag: hoe kunnen we ons met elkaar verbonden voelen wanneer we afstand moeten houden?

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.