De geheime charme van de middelmaat

Topsort en het bovenmenselijke

Abstract

Er was veel mis bij de training van de turnsters uit het nationale Nederlandse team: jonge meisjes die werden klaargestoomd voor topprestaties op wereldniveau. ‘Fysieke en mentale mishandeling’ waren, zo wisten de media te melden, aan de orde van de dag. De coach bekende het ruiterlijk. ‘Het gedrag wat ik vertoonde, is op geen enkele wijze goed te praten. Ik wilde per se winnen, ten koste van álles, stelde mij spijkerhard op.’

Intussen schaamt hij zich diep, al voert hij verzachtende omstandigheden aan. ‘Nooit heb ik bewust de intentie gehad om te slaan, om te schelden, te kwetsen of te kleineren. Maar het gebeurde wél. Ik sloeg daarin door, dacht dat het de enige manier was om een topsportmentaliteit te kweken. Ik verwijt mezelf dat ik ben tekortgeschoten.’

Zulke excessen zullen niet meer voorkomen, heeft de leiding van de atletiekbond geschrokken laten weten. Ze kan moeilijk anders. Welke ouder zou zijn kind nog toevertrouwen aan een instituut waar vorming en opleiding gelijkstaan aan lichamelijke en geestelijke mishandeling? In welke reputatie kan een sport zich nog verheugen waarin achter sprookjesachtige sprongen en bijna onwereldse gratie het mombakkes van een meedogenloos trainingskamp grijnst?

De koepel van de Nederlandse atletiek – en van al die andere sporten waarover ons ongetwijfeld soortgelijke verhalen te wachten staan – moet het me maar niet kwalijk nemen, maar ik geloof daar weinig van. Niet omdat het in de sport allemaal monsters zijn die de dienst uitmaken, maar vanwege dat ene verraderlijke voorzetsel dat alles verklaart: ‘top’ – zoals in ‘topsport’ en ‘topsportmentaliteit’.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.