Waarom God zonder dogma dood is

Nogmaals John Henry Newman

Abstract

Enkele jaren geleden bracht Arjan Plaisier in dit blad een bescheiden ode aan de negentiende-eeuwse Engelse theoloog John Henry Newman (1801-1890). Ze ontsprong aan een hernieuwde kennismaking, waarbij Plaisier met de nodige fijngevoeligheid de krijtlijnen van Newmans ontwikkeling en zijn theologische betekenis schetste. De reden dat Plaisier opnieuw met Newman kennismaakte, was Eric Bouters proefschrift Geloven op gezag. Bouter zelf diepte in het vorige nummer van Wapenveld een aantal van Newmans kerngedachten (traditie, geweten, oikonomia) verder uit, met bijzondere aandacht voor de plaats van de liturgie in het gelovige leven. De katholiek (geworden) Newman komt er dus zeker niet bekaaid af in dit toch onversneden protestantse blad.

In deze bijdrage bespreek ik Newmans op het eerste gezicht paradoxale overtuiging dat een dogmatisch geloof de voorwaarde is voor een persoonlijke relatie met God. Dat kan niet zonder eerst een bekentenis af te leggen. In 1845 bekeerde Newman zich tot de Rooms-Katholieke Kerk. Van zijn Nederlandse protestantse fans volgden sommigen, zoals Cornelia de Vogel, zijn voorbeeld. Anderen weerstonden die verleiding, zij het soms met de nodige moeite. Zo vertelt Plaisier hoe J.H. Gunning jr. afscheid moest nemen van zijn hele Newmanbibliotheek om de lokroep van de moederkerk te kunnen trotseren. Ikzelf ben daar niet in geslaagd. Of dat als disclaimer geldt voor wat volgt of juist tot aanbeveling strekt, mag u zelf uitmaken.

In wat volgt beperk ik me hoofdzakelijk tot werk dat Newman schreef als anglicaan, maar de ideeën die ik bespreek verdedigde hij ook als katholiek. De opmerkelijke consistentie in zijn gedachtegoed voor en na zijn bekering zorgde er overigens voor dat hij een steen des aanstoots was en is gebleven. Toen hij nog anglicaan was vonden zijn mede-protestanten hem te katholiek. Toen hij katholiek was geworden vonden zijn roomse geloofsgenoten hem te protestants. Je zou denken dat die tweespalt in oecumenischer tijden opgelost zou raken, maar de ervaring leert dat Newman vandaag de dag nog altijd zulke gevoelens oproept. De constructieve lezing van Newman door Plaisier en Bouter is dus opmerkelijker dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

Plaisier noemt Newman ‘een groot getuige in een eeuw waarin de secularisering van de samenleving in een stroomversnelling raakte’. Ik val hem daarin bij. Wat Newman bijzonder maakt is zijn haarscherpe visie op alles wat, binnen en buiten de kerk, afbreuk doet aan het christelijk geloof. Het resultaat van zijn polemiek was een geloofsopvatting die velen – toen al – te dogmatisch en streng vonden en die nu zeker gemakkelijk als onbuigzaam kan worden afgedaan. Wat ik betoog is dat het juist die toewijding aan het dogma is, die een ruimte creëert waarin God als persoon kan verschijnen.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.