Idealen, idolen en ijdelheden

Betekenisvol organiseren

Abstract

We staan voor ingrijpende veranderingen en de wetenschap heeft hier een belangrijke rol in. Niet alleen doordat mijn generatie voor het eerst geconfronteerd wordt met krachten uit de natuur die heel ons leven op zijn kop zetten en we koortsachtig zoeken naar oplossingen. Niet alleen omdat we al decennia aankijken tegen de problematiek van de uitputting van de natuur en opwarming van de aarde en een transitie niet snel genoeg gaat. Niet alleen omdat de ongelijkheid in de wereld en de gevolgen daarvan, zoals migratie, roepen om meer rechtvaardigheid.

Verandering is nodig omdat de vraag hoe we als mensen samenleven en samenwerken in het centrum van deze en andere problemen staat. De Covid-19-pandemie heeft daar ook alles mee te maken. Er is een directe link tussen het duurzaamheidsvraagstuk en de manier waarop we leven en onze producten vervaardigen. En wereldwijde ongelijkheid is onder meer het gevolg van eeuwenlange patronen van handel. Deze samenwerking tussen mensen, met een bepaald doel of met een bepaalde betekenis, vormt de kern van de organisatietheorie. Over die doelen wil ik het hebben en met name over de vraag hoe we betekenisvol kunnen organiseren. 

In het Engelstalige managementjargon is het woord purpose belangrijk: dat geeft aan dat het om de richting gaat, de reden waarom een organisatie bestaat en waar de organisatie naartoe gaat. Betekenis is wat breder, omdat organiseren meerdere betekenissen kent. Alle organisaties hebben betekenis of meervoudige betekenis. De vraag is of het een goede betekenis is.

Dat brengt me bij de idealen waarmee we organiseren en zo bepaalde betekenis nastreven. Govert Buijs verdeelt menselijk handelen, en daarmee de doelen van dat handelen, in drie categorieën: verzorgen, transponeren en faciliteren van leven. Verzorgen gaat over het onderhouden van het leven: verzorgen van voedsel voor onszelf en tegelijkertijd zorgdragen dat het leven in de omgeving in stand blijft. Natuurlijk omvat dit ook zorg voor kinderen, zieken, ouderen en anderen die hulp nodig hebben, evenals het overdragen van het leven door bijvoorbeeld onderwijs.

Transponeren gaat over het veraangenamen van het leven, bijvoorbeeld door technologie. Ook het verrijken van het leven door kunst, vormgeving et cetera hoort hierbij. Door het leven te proberen te begrijpen, zoals in de filosofie of religie, wordt het leven ook verrijkt. De derde categorie, faciliterende activiteiten, betreft het besturen van het leven en het financieren en crediteren ervan, waarbij dat laatste ook de handel insluit. Deze drie activiteiten kunnen ook een zekere hiërarchie hebben: faciliteren maakt bijvoorbeeld verzorgen en transponeren mogelijk.

Als we gebruikmaken van de categorieën van verzorgen, transponeren en faciliteren lijkt het erop dat in de bedrijfskunde faciliteren vaak het hoofddoel is, in plaats van het gebruiken van faciliteren voor het ondersteunen van verzorgen en transponeren. Bekende vragen in de bedrijfskunde zijn: hoe kunnen we efficiëntie van activiteiten vergroten? En hoe geeft dat de meeste winst voor de eigenaars, de shareholders, van de onderneming? Doelen in de zin van verzorgen en veraangenamen van het leven verdwijnen dan uit het oog.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.