We hoeven niet te slagen om toch te ondernemen

Lees af en toe Bavinck en ga aan het werk

Abstract

Het besef in een tijd van grote veranderingen te leven is in de afgelopen twee eeuwen het deel geweest van vrijwel elke generatie in de westerse cultuur, en misschien kunnen we zelfs zeggen: van elk persoon. De meest diepgaande verandering is ongetwijfeld de meest omvattende: die van de verandering van de verhouding tussen religie en cultuur.

De orde van de werkelijkheid – de seizoenen, de sociale verhoudingen en de kennis daarvan – die tot de negentiende eeuw algemeen als een vast gegeven werd beschouwd dat rechtstreeks met de regering en instandhouding door God van deze wereld in verband stond, is geen gemeengoed meer. De werkelijkheid wordt niet meer zozeer als ordelijk beleefd en geleid door een persoonlijke God, maar als dynamisch en anoniem. Het is een en al beweeglijkheid wat de klok slaat en vaste ijkpunten in onze kennis en beleving van de werkelijkheid zijn er niet of nauwelijks meer. De werkelijkheid is van niemand en tegelijk van ons allemaal, maar we hebben er geen grip op.

De toevlucht van christenen in deze als dynamisch en vaak onoverzichtelijk ervaren werkelijkheid is de belijdenis: maar God regeert. Hij bestuurt in en boven het geharrewar van onze werkelijkheid, zijn Woord staat vast. Maar hoe dan en waar dan? De hand van God die vroeger in onze werkelijkheid beleefd, gezien en erkend werd, is geen realiteit meer. En dat geldt over de hele breedte van ons bestaan. Het christelijke geloof is daadwerkelijk een zaak van vertrouwen geworden, maar het is geen overeenstemming meer met de stand van zaken, geen zaak meer van weten. Het mechanische, toevallige of gesloten wereldbeeld van de moderne tijd domineert, en de oude bewijzen van het godsbestuur – zoals de wisseling van seizoenen en de erkenning van Gods hand in ramp en voorspoed – gelden niet langer in onze cultuur.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.