Is er hoop voor Bygdaby?

Charles Taylor en het antropoceen

Abstract

Wat heeft het christelijk geloof de moderniteit te bieden? Als Charles Taylor deze vraag stelt, denkt hij bij moderniteit aan mensenrechten en democratie. Maar wat als de moderniteit, bij nader inzien, het tijdperk is waarin de mensheid bezig is Gods schepping te verwoesten? Hoe klinkt dan de vraag naar christelijk geloof en moderniteit?

Toen Charles Taylor in 1996 zijn lezing ‘A Catholic Modernity?’ hield, was het Klimaatakkoord van Parijs nog ver weg. Al was er een IPCC dat ook toen al verontrustende rapporten uitbracht over broeikasgassen in de atmosfeer, we vlogen in die jaren nog lachend de wereld over, mede dankzij prijsvechters die hun tickets bijna gratis weggaven. Sowieso waren de jaren negentig een tijd van optimisme, waarin de Koude Oorlog definitief beslecht leek in het voordeel van de democratie, het internet een belofte van vrijheid en gelijkheid in zich droeg en staten overal ter wereld gretig afstand deden van klassieke overheidstaken, vertrouwend op een markt die zowel eerlijk als doeltreffend zou zijn.

Als we Taylors voordracht 25 jaar na dato herlezen, daartoe aangespoord door de bundel Modernity and Transcendence,[1] doen we dat in een context die duidelijk grimmiger is. Al is het optimisme van de jaren negentig op vrijwel alle fronten geknakt, doorslaggevend is toch wel de klimaatontwrichting. De inconvenient truth dat de aarde hard op weg is een onbewoonbare planeet te worden, laat zich niet langer negeren. Al leggen we onze daken vol zonnepanelen en ruilen we onze benzineauto’s in voor exemplaren met stekkers, het is maar zeer de vraag of dit ons zal behoeden voor een scenario van meer dan anderhalve graad opwarming sinds het begin van wat we de ‘moderniteit’ noemen – het tijdperk dat begon met de Industriële Revolutie.

Mijn vraag is wat er gebeurt als we Taylors reflecties op de moderniteit lezen in het licht van deze inconvenient truth. Taylor denkt bij ‘modernity’ aan humanisme, liberalisme, zelfontplooiing, mensenrechten en democratie. Maar inmiddels heeft het begrip ‘modernity’ heel andere connotaties gekregen. Het schurkt aan tegen wat Paul Crutzen het antropoceen noemt: het tijdperk waarin de mensheid bezig is onomkeerbare schade toe te brengen aan het ecosysteem op aarde.[2] Als de moderniteit het antropoceen is, hoe zou de ‘Catholic modernity’ van Taylor er dan uit kunnen zien?

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.