In de schaduw van catastrofes

Introductie bij de jaarserie

Laten we maar met de deur in huis vallen: we leven in de schaduw van catastrofes. We kunnen dat met cijfers aantonen, maar het is evengoed een toenemend besef dat in de lucht zit. Juist de combinatie van die twee maakt deze tijd extra spannend. Sinds de coronacrisis kennen we allemaal de ervaring van iets dat opeens stopt. We zagen lege straten en hier en daar zelfs een run op voorraden. Opeens maakte angst zich van ons meester. Het zou zomaar vaker kunnen gebeuren. Welke film zal zich nog meer naar het dagelijkse leven gaan verplaatsen?

Want dingen kunnen opraken. Neem bijvoorbeeld het water dat uit de kraan komt. Als iedereen over de hele wereld evenveel zoetwater zou gebruiken als wij in het Westen, zou er bij lange na niet genoeg zijn. Bij de gemiddelde Nederlander gaat er gemiddeld 4000 liter per dag doorheen, bij de Amerikaan 7000. Er is echter ‘maar’ 2300 liter per dag voor iedereen, als we verantwoord leven. [1] Met een groeiende wereldbevolking komen we met onze huidige manier van leven alleen nog maar meer in de problemen. En voor wie denkt dat minder douchen helpt: het meeste zoetwater is nodig voor de productie van ons voedsel dat we uit de schappen van de supermarkt halen. En voor de kleding die we aanhebben.

In de nieuwe jaarserie van Wapenveld willen we dit besef van crisis afpellen. Het gaat ons daarbij niet alleen om de vraag naar voldoende water of de klimaatcrisis en de vermindering van de CO2-uitstoot. Of de vraag naar de snel afnemende biodiversiteit. Er zijn meer factoren die een rol spelen als het gaat over de houdbaarheid van onze planeet. Behalve de voorraden die kunnen opraken zijn er eindeloos veel vervuilingsprocessen die ons duur komen te staan als we ons leven niet veranderen. Wat is hier gaande? Wat zijn de achtergronden van deze crises?

Er bestaat een dominant discours waarin de redding wordt verwacht van technische innovatie. Maar juist de door de techniek gedreven exploitatie van onze leefomgeving heeft ons ook in de crisis gebracht. Als de geest van maakbaarheid een belangrijke oorzaak is van onze huidige problemen, moet dan hetzelfde frame ons uit het moeras helpen? De vermindering van de CO2-uitstoot bijvoorbeeld brengt een technologische en maatschappelijke transitie zonder weerga op gang. Onze verhouding tot dit discours is ambivalent. Ingrijpen is nodig, ongetwijfeld. Tegelijkertijd zorgen de maatregelen voor nieuwe problemen, die in potentie zelf weer tot een catastrofe kunnen leiden. Een van de vele voorbeelden: voor de productie van groene vormen van energie zijn metalen nodig, die worden gewonnen in mijnen ver weg. Dat gaat ten koste van het landschap en leidt tot uitbuiting van de lokale bevolking.

Aan een digitaal draadje
In dit kader is het programma van het veelbesproken World Economic Forum (WEF) interessant. Wie daarin leest, kan niet ontkennen dat het WEF terdege beseft dat we leven in de schaduw van catastrofes. De remedie die deze organisatie aanreikt snijdt ongetwijfeld hout, maar blijft toch ook gevangen in vooral technische oplossingen. Moeten we verlangen naar een wereld waarin iedereen vastzit aan een digitaal draadje, nog meer dan nu? Juist die digitale wereld houdt verband met de onrust die zich bevindt in de hoofden en harten van velen. En eenmaal verworden tot een systeem waarin menselijke verantwoordelijkheid een schimmig concept is, kan een gedigitaliseerde leefomgeving haar eigen makers verslinden. De gevaren van een surveillance-samenleving die ontspoort of in kwade handen terechtkomt, kunnen niet lichtvaardig worden weggewuifd.

In 2012 wijdde Wapenveld een jaarserie aan duurzaamheid onder de titel ‘Toen stopte de muziek’. De econoom Herman Wijffels stelde in een interview dat ‘de weg vooruit nooit de weg terug’ kan zijn, volgens hem de makke van de milieubeweging. [2] Hij was optimistisch: in principe is alle technologie beschikbaar voor de transitie naar een duurzame samenleving. Maar ondertussen is de tijd doorgegaan en dringen nieuwe ervaringen zich op. We noemen er twee. Allereerst: de catastrofes om ons heen zijn al zichtbaar. De extreme temperaturen van de afgelopen zomers droegen aan deze verdiepte ervaring bij. Net als de stroom van berichten in de media over wat er gaande is op onze planeet, in de diepe oceanen, op de polen, in de woestijnen. En tegelijkertijd ook: we zijn wat minder zeker dan Wijffels dat we de weg naar een duurzame samenleving al precies kennen. We gaan de opgaven die zich aandienen niet technologisch fiksen. Daarvoor zijn de problemen te complex.Waar blijft de deugd van het maathouden?

In de aftrap van deze jaarserie introduceren wij drie belangrijke gidsen: René ten Bos, Bruno Latour en Paul Kingsnorth. We brengen relevante noties uit hun werk voor het voetlicht die dienen als achtergrond. Twee daarvan noemen we alvast. Allereerst onze relatie tot de natuur. Daar heeft de moderniteit een afslag genomen die tekortschiet. Deze afslag lijkt alles te maken te hebben met de geest van maakbaarheid. En in de tweede plaats de vraag naar wat wij ‘het heilige’ noemen.

Is het verdwijnen van eerbied voor de natuur ook niet verbonden met ‘de dood van God’, de problematische verhouding tot transcendentie in de moderniteit? Als van de ‘drie-eenheid’ natuur, mens en God alleen de mens overblijft, waar blijft dan de deugd van het maathouden? Is maathouden niet verbonden met eerbied, voor alles wat leeft, voor God? Kan zo’n besef van het heilige, van de bescheiden plaats die de mens inneemt in het universum, samengaan met technologische innovatie? Of schuilt hier een spanning die onoplosbaar is?

Om te beginnen Ten Bos. Hij is als filosoof verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De vragen die ons bezighouden bespreekt hij vooral in zijn boeken Dwalen in het Antropoceen en Extinctie. Op zijn site vind je tal van video’s waarin hij zijn punt toelicht voor een divers publiek. [3] Steevast komt in zijn optredens het Antropoceen ter sprake. Die term is twintig jaar geleden voorgesteld door klimaatwetenschapper en Nobelprijswinnaar Paul Crutzen. Voor het eerst in de historie van de aarde is de mens volgens hem degene die de grootste invloed heeft op het welbevinden van die aarde.

Op de tast
Ten Bos, die grondig de weg weet in de wereld van geologen en klimaatwetenschappers, schrijft: ‘Hoe je verder ook over de naam denkt: er bestaat consensus over de gedachte dat een catastrofe zich aan het voltrekken is (...) steeds hebben we gezien dat de catastrofes in het Antropoceen buitengewoon complex zijn, maar dat ze zonder de mens waarschijnlijk niet of niet in die mate gebeurd zouden zijn (…) het onderliggende filosofische punt hier is dat catastrofes, in weerwil van alle pogingen tot het beheer en het managen ervan, ons verstand tarten (...) de mens is in het Antropoceen niet langer de ingenieur, de rentmeester, de soeverein. Dat betekent dat het ook niet helemaal duidelijk is hoe we moeten handelen en waarheen we moeten gaan. De grote kunst wordt het om een verantwoordelijkheid te accepteren die niet meteen richting inslaat of een vaste koers vaart.’

Het woord ‘catastrofe’ is gevallen. Ten Bos is een onderkoelde Twent, een nuchtere wetenschapper. Hij, en met hem vele anderen, geeft aan dat we de zesde grote extinctie in de geschiedenis meemaken. Dit keer richt de mens die zelf aan. De laatste keer was het een meteoriet. Ten Bos weet ook niet in welke richting we het precies moeten zoeken; hij is wars van grote woorden. In zijn ogen in ieder geval niet in de richting van grootschalige ‘geo-engineering’ waar we de gevolgen niet van overzien. Volgens Ten Bos dwalen we en zullen we moeten accepteren dat we op de tast de weg vinden.

Ten Bos ontleent zijn term ‘dwalen’ aan de film Stalker van de Russische cineast Andrej Tarkovski. Die speelt zich af in een verboden gebied in de oude Sovjet-Unie, een zogenaamde ‘zone’. Stalker weet zich te verhouden tot dit gebied, maar zijn beide makkers, Schrijver en Professor, niet. Die willen er zo snel mogelijk de weg vinden en verdwalen hopeloos. Ten Bos roept er, in alle bescheidenheid, toe op de ervaring van ‘dwalen’ en niet weten wat de goede weg is serieus te nemen. Dat noopt tot voorzichtigheid, tot gevoel ontwikkelen voor je omgeving en voor de impact van maatregelen. Kortom, tot prudentie. We hebben hier veel te leren.Natuur en cultuur lopen voortdurend in elkaar over

De onlangs overleden Franse socioloog en filosoof Bruno Latour (1947-1922) is eveneens een intrigerende denker die zich intensief heeft beziggehouden met de vraagstukken van milieu en klimaat in relatie tot de moderniteit. [4] Dat heeft hij met name gedaan in zijn in 2013 gehouden Gifford-lezingen in Edinburgh. Die lezingen zijn, in bewerkte vorm, uitgekomen in de bundel Oog in oog met Gaia – acht lezingen over het Nieuwe klimaatregime. We noemen een aantal noties uit zijn denken die de thematiek van onze jaarserie verdiepen.

Latour stelt fundamentele vragen bij het project van de moderniteit waarin het autonome subject zijn ruimte opeist. Degenen die dit project dragen noemt hij de Modernen. Latour ontwikkelt een diepgaande kritiek op het onderscheid tussen natuur en cultuur zoals dat in de moderniteit is ontwikkeld. De natuur wordt dan gezien als het ‘domein van objectieve, waardevrije, neutrale, inerte en voorspelbare objecten’. En de cultuur als ‘domein van de vrije, emotionele, creatieve en spontane subjecten’.

In het proces dat deze splitsing heeft veroorzaakt schuilt volgens Latour de dynamiek van de moderne tijd. Om deze rigoureuze splitsing mogelijk te maken moet veel uit de concrete werkelijkheid worden weggedacht. Bijvoorbeeld het feit dat we om de ‘natuur’ te kennen niet zonder apparaten kunnen die van alles meten. Dat zijn culturele objecten. En andersom zijn er weer tal van objecten nodig om onze vrijheid mogelijk te maken. Kortom, natuur en cultuur lopen voortdurend in elkaar over.

Bijgeloofverdelger
Maar juist de vermeende scheiding tussen natuur en cultuur heeft een aantal gevolgen. [5] Ten eerste mogen Modernen de scheiding graag inzetten als bijgeloofverdelger. Ze zeggen: ‘Wie denkt dat een religieus object een bepaalde macht heeft, dat bepaalde grond heilig is, dat bepaalde rituelen geneeskrachtige effecten hebben, zit ernaast.’ De objecten worden genaturaliseerd tot passieve entiteiten. De waarden die we aan de objecten toekennen worden teruggevoerd op sociale factoren.

In de tweede plaats legitimeert de scheiding van natuur en cultuur de vooruitgangsmachine. ‘Er moet ruim baan worden gemaakt voor een wereld die enerzijds wetenschappelijker, objectiever en technologischer is, en die anderzijds bevolkt wordt door mensen die geen enkele illusie meer hebben.’ Traditie en verbinding met de grond worden zo politiek verdachte sentimenten. Ten derde vormt de scheiding van natuur en cultuur de basis van een veroveringsapparaat. We eigenen ons het recht toe andere culturen te ‘helpen’ om ook modern te worden.Er is een tweede copernicaanse wending nodig

Als laatste fungeert de genoemde scheiding als een expertisevehikel. De Modernen proberen altijd de zogenaamde irrationele neigingen van het eigen volk op afstand te houden. De representatie van de natuur komt in handen van een kleine groep wetenschappers. Hetzelfde gebeurt met onze vrijheid: die wordt ‘beheerd’ door een even zo kleine groep politici en beleidsmakers. Latour wil aan deze absolute tegenstelling ontsnappen, niet door premodern of postmodern te worden maar door principieel te accepteren dat entiteiten nooit volledig natuurlijk of volledig sociaal zijn. Dat leidt tot zijn befaamde actor-netwerktheorie.

Deze theorie, al ontwikkeld in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw, past Latour nu ook toe op de vragen die de huidige crises op ons bordje legt. De natuur begint zich te roeren en blijkt niet te zijn wat we dachten, een zielloze achter- en ondergrond waar we onze gang mee konden gaan. ‘Wat vonden we het heerlijk om ons klein te voelen bij de aanblik van de overweldigende kracht van de Niagara-watervallen. Maar we kunnen niet langer naar een gletsjer, waterval of woestijn kijken zonder daar de sporen van ons eigen handelen in te herkennen.’ Het Antropoceen is het tijdperk waarin het de Modernen duidelijk wordt dat hun eeuwige vlucht naar voren niet langer mogelijk is. De modernisering is onlosmakelijk verbonden met een ongekende exploitatie en kaalslag van ecosystemen waar we vitaal van afhankelijk zijn.

Latour spreekt over de noodzaak van een tweede copernicaanse wending. Bij de eerste lukte het om ons van de aarde te verwijderen. En om naar de aarde te gaan kijken als een ‘globe’. Nu is precies de omgekeerde beweging nodig. De werkelijkheid is een oneindig complex verschijnsel van onderling afhankelijke weefsels, bestaand uit complexe actor-netwerken. Daarin is de mens niet een buitenstaander die de touwtjes in handen heeft, maar hij is als eindig mens onderdeel ervan. Maak dus liever ook geen landkaarten. Die suggereren netjes aangeharkte perken. De wereld bestaat echter niet uit keurig omlijnde gehelen, maar uit ‘intens verbonden lokaliteiten’. Ecologisch denken betekent dat je de verknooptheid van netwerken gaat onderkennen. En daar voorzichtig mee leert omgaan.

Voor Latour is de situatie uitermate ernstig. Wie de aarde trouw wil zijn, verkeert op voet van oorlog met de Modernen. Latour tilt het discours naar deze ‘oorlogstoestand’ omdat er geen universele arbiter is. De Modernen bewonen planeet Globalisering. Degenen die juist de beweging naar de Aarde willen maken, Latour noemt ze Aardbewoners, bewonen planeet Hedendaags. De inzet is de wereld waarin wij zullen leven. De wereld meer dan ooit beschrijven, ‘centimeter na centimeter, individu na individu’ en diplomatie, dat zijn de wapens die de Aardbewoners hebben.

Met het oog op dit laatste pleit Latour voor een ‘parlement der dingen’. Geef ook de zee een stem, de woestijn. De weg die Latour schetst, lijkt op die van Ten Bos. De situatie is ernstig, maar er is geen landkaart, geen blauwdruk om aan onze huidige conditie te ontsnappen. Doorgaan op de ingeslagen weg is funest.

Ingekapseld
Tenslotte de stem van de gewezen milieuactivist Paul Kingsnorth. Onlangs werd hij christen en liet hij zich dopen in de Roemeens-orthodoxe kerk. Jarenlang was hij actief in de Britse milieubeweging. [6] Hij is zijn geloof in de veranderende kracht van de milieubeweging verloren. Die is in zijn ogen te veel ingekapseld in de bestaande netwerken van wat Latour de Modernen noemt. Duurzaamheid als lifestyle is wat hem betreft niet de weg. ‘We staan aan het begin van een economische en sociale ineenstorting die tientallen jaren of zelfs eeuwen kan aanhouden – en die zich voltrekt tegen de achtergrond van een planetaire ecocide die niemand blijkbaar kan voorkomen.’Wij zijn de eerste cultuur ‘waarin niets meer heilig is’

Hoe in deze tijd dan te handelen? Daarvoor heeft hij een aantal hints. De eerste is je terugtrekken uit het gekrakeel, dat is een aloude spirituele traditie. ‘Niet cynisch maar met een onderzoekende geest. Elke echte verandering begint ermee dat je je terugtrekt.’ In de tweede plaats: bescherm niet-menselijk leven. Er is nog wilde diversiteit, zet je ervoor in. Vervolgens: maak je handen vuil. ‘Ga weg van je laptop en gooi je smartphone weg.’ Houd daarnaast vol dat natuur een grotere waarde heeft dan louter nut. En ten slotte: bouw wijkplaatsen. ‘Kun je net zo denken of handelen als de bibliothecaris van een klooster in de duistere Middeleeuwen die de oude boeken bewaakte terwijl buiten rijken opkwamen en ondergingen?’

Gedurende de coronacrisis liet Kingsnorth eveneens van zich horen. Juist zijn moeite met de alomtegenwoordige technologische gulzigheid van de mens in het oplossen van problemen, maakte hem tot criticus van de corona-aanpak. ‘Covid heeft onze duik in de digitale mierenhoop zowel versneld als gerechtvaardigd, en in de komende jaren zal die duik steeds meedogenlozer worden.’

In een VPRO-documentaire uit 2018, dus voor zijn bekering en doop, boort hij een nog diepere laag aan en zegt hij dat wij de eerste cultuur zijn ‘waarin niets meer heilig is’. Ban de religieuze dimensie uit het bestaan, plaats jezelf in het middelpunt en het is gedaan met het maathouden. Als de natuur geen ontzag meer inboezemt, niet leidt tot een levenshouding van eerbied voor al wat leeft, dan gaat de mens ‘los’. Ook Kingsnorth heeft geen ‘masterplan’. ‘We bevinden ons, allemaal samen, bevend aan de rand van zo’n reusachtige verandering dat we die op geen enkele manier kunnen inschatten’, zegt hij in de epiloog van zijn bundel essays Bekentenissen van afvallig milieuactivist. Kingsnorth woont intussen aan de westkust van Ierland, met zijn vrouw en twee kinderen, leeft zoveel mogelijk van de aarde en wacht schrijvend op wat komen gaat.

Hiermee staan de stukken op het bord. We maken het ons niet makkelijk dit jaar. Dwalend proberen we een weg te vinden. In het volgende nummer gaan we in gesprek met Arita Baaijens. Zij is bezig – in het spoor van Latour – met een project om de Noordzee stem te geven. Dat de natuur meer dimensies heeft, leerde ze als biologe aan de VU en ontdekte ze tijdens haar jarenlange tochten door de woestijn en in Siberië. [7] We willen ook aandacht geven aan de agenda die hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans schetst voor de komende honderd jaar. De agenda die hij presenteert in zijn boek Omarm de chaos tart ons voorstellingsvermogen. [8]

Naar het einde van de serie zullen we steeds meer stilstaan bij de vraag hoe te leven in tijden van catastrofes. Wat valt er te leren van bijvoorbeeld de klimaatpyschologie? [9] En van de pogingen om af te raken van de noodzaak tot voortdurende (economische) groei? [10]Maar ook de geestelijke dimensie komt in beeld. Heeft bijvoorbeeld de oosters-orthodoxe theologie, waarin veel meer oog is voor de aanwezigheid van God in heel de schepping, ons iets te zeggen?

We sluiten dit openingsartikel af met een indringende metafoor waarmee Latour zijn bundel lezingen begint. Hij schetst het beeld van een danseres die achterwaarts vlucht voor iets wat haar afschuw inboezemt en al rennend voortdurend achteromkijkt. Het lijkt alsof er achter haar continu obstakels bijkomen die haar steeds meer belemmeren in haar bewegingen, tot ze zich wel moet omdraaien. Stokkend, perplex en met slappe armen ziet ze hoe er iets op haar afkomt dat nog angstaanjagender is dan datgene waar ze eerst voor is gevlucht.

Engel van de geschiedenis
Dit binnenvallende monster noemt Latour ‘Kosmokolos’. Mogelijk dacht Latour – hoewel hij er niet naar verwijst – aan het schilderij Angelus Novus van Paul Klee. Hiervan zei Walter Benjamin dat het de engel van de geschiedenis is. Hij waait het paradijs uit. Waar wij vooruitgang zien, daar ziet hij alleen maar puinhopen. Benjamins denken is een diepgaande worsteling met de dubbelzinnigheid van de moderniteit.

Dat brengt ons tot slot bij de filosoof Gerard Visser. [11]Onlangs is diens dissertatie uit 1987, Nietzsche en Heidegger, een confrontatie, herdrukt. [12]Dat is niet voor niets. Zijn bezinning cirkelt om de vragen die ons hier bezighouden. In de inleiding verwoordt hij dat zo: ‘Want is dat niet de enige gedachte waar een beetje zinnig mens bij uit moet komen, wanneer hij tot zich laat doordringen hoe ongebreideld de technologische exploitatie van mens en wereld zich voltrekt: dat er aan de aanvang van de Europese metafysica een dimensie moet zijn weggebleven?’

Nietzsche vroeg zich eind negentiende eeuw al af of iemand ‘nog een waartoe weet gezien de economische exploitatie van de wereld’. Welke dimensie is er dan weggebleven? Wat is er nodig om ‘het zijnde gewoon het zijnde laten zijn dat het is’? ‘De gedachte’, schrijft Visser in het nawoord van de herdruk, ‘aan de opdracht die dit inhoudt doet je duizelen. Het is iets als de huidige energietransitie. Want als dit waar is, dient in ons levens- en zijnsbesef alles te worden omgezet.’ Ten Bos, Latour en Kingsnorth zouden ongetwijfeld instemmend knikken bij deze passage. En vervolgens met elkaar en Visser in gesprek gaan. Want wat is de weg? En wat staat ons te doen?

Dr. A.J. Nederveen is hoogleraar toegepaste MR Fysica aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. H.M. Oevermans is aan de Christelijke Hogeschool Ede verbonden als directeur van de opleidingen Theologie en godsdienstleraar/levensbeschouwing en directeur Onderzoek.

  1. Deze getallen zijn ontleend aan het essay: De mens is geen plaag. Over samenleven met 10 miljard mensen op aarde uit 2022 van Cees Buisman, hoogleraar biologische kringlooptechnologie in Wageningen en directeur van Wetsus, Europees Centrum voor duurzame watertechnologie.
  2. https://wapenveldonline.nl/artikel/1063/de-enige-route-uit-de-crisis-is-de-groene-route/
  3. https://renetenbos.nl/
  4. http://www.bruno-latour.fr/ De Nijmeegse filosoof Arjan Kleinherenbrink legt Latours denken uit in Radboud Reflects, https://www.youtube.com/watch?v=XysP_kMLgMY Hij schreef onlangs ook een heldere inleidding op Latours werk: De constructie van de wereld.
  5. De vier gevolgen, voortkomend uit Latours onderscheid tussen natuur en cultuur, zijn ontleend aan het boek van Kleinherenbrink.
  6. In Trouw zijn lezenswaardige interviews met Kingsnorth te vinden, 16 mei 2021 en 30 november 2019. Hij werd geïnterviewd door Frank Mulder: http://www.frankmulder.info/2020-01-15/deze-ex-activist-vindt-de-milieubeweging-te-oppervlakkig Kingsnorth heeft ook eigen site: https://www.paulkingsnorth.net/ De VPRO maakte in 2018 een boeiend TV-portret van hem: https://www.npostart.nl/vpro-tegenlicht/16-12-2018/VPWON_1295486 Kees van Ekris wijdde onlangs een aflevering van zijn podcast Moderne Profeten aan hem.
  7. https://www.aritabaaijens.nl/ Over haar ontdekkingen in Siberië schreef ze: Zoektocht naar het paradijs, 2016. Over haar Noordzee-project schreef ze een essay in De Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/artikel/een-gouden-baan-op-woelig-water
  8. https://www.janrotmans.nl/
  9. De Noorse psycholoog Per Espen Stoknes geldt als gezaghebbend op dit terrein: https://www.change.inc/future-leadership/interview-met-noorse-klimaatpsycholoog-per-espen-stoknes-het-draait-allemaal-om-hoe-je-het-verhaal-vertelt-39116
  10. Te denken valt aan: Er is leven na de groei, 2022, van Paul Schenderling, zie ook: https://www.genoegomteleven.nl/
  11. In De Druk van de Beleving, 1998, p. 311 ev.
  12. https://www.boomfilosofie.nl/auteur/110-315_Visser/100-10781_Nietzsche-en-Heidegger, http://www.gtmvisser.nl/