Onze wereld als schizofrene patiënt

Een introductie op het denken van Iain McGilchrist

Een van de grote catastrofes van onze tijd is de disbalans in de manier waarop onze twee hersenhelften met elkaar samenwerken. Dat beweert de Britse filosoof en psychiater Iain McGilchrist in zijn boek The Master and his Emissary. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat onze levenservaring radicaal anders wordt en begint te lijken op die van een schizofrene patiënt. In een fascinerende synthese van neuropsychiatrie en filosofie onderbouwt McGilchrist zorgvuldig dat deze disbalans tussen onze hersenhelften heeft geleid tot een toenemend mechanistisch, gefragmenteerd en gedecontextualiseerd wereldbeeld. De boude these van McGilchrist heeft een warme ontvangst gekregen in de Angelsaksische wereld, mede vanwege de sterke cultuurkritiek die eruit spreekt. Een introductie op zijn werk.

Met welke aandacht we de wereld tegemoet treden bepaalt in grote mate hoe we de wereld ervaren. In het dagelijkse taalgebruik wordt er bijvoorbeeld regelmatig onderscheid gemaakt tussen hoofd en hart. Je moet niet met je hoofd, maar met je hart luisteren, je hart openstellen om iets echt te kunnen zien, met je hart geloven, enzovoort. Meerdere grote denkers hebben intuïtief aangevoeld dat er verschillende modi in de menselijke psyche bestaan. Nietzsches Apollo en Dionysius en Schelers Drang en Geist zijn slechts enkele voorbeelden hiervan. Meer recentelijk heeft filosoof en psychiater Iain McGilchrist betoogd dat er ook daadwerkelijk een neurologische basis aan deze twee verschillende aandachtswijzen ten grondslag ligt. Elke hersenhelft correspondeert namelijk met een eigen aandachtswijze en constitueert zo zijn eigen fenomenologie (directe bewustzijnservaring).

In zijn hoofdwerk The Master and His Emissary, een mozaïek van neurowetenschappen, psychiatrie, geschiedenis en filosofie, ontrafelt McGilchrist het geheim van deze hemisferische lateralisatie, de asymmetrie tussen beide hersenhelften.[1] De linker ervaart de wereld als vertrouwd en bekend, statisch, expliciet en te reduceren in algemene concepten die onder te verdelen zijn in duidelijke categorieën. De rechter heeft een brede blik, is nauw verbonden met onze emoties en ons lichaam en ziet de wereld als fris, uniek, ongrijpbaar en dynamisch. Beide hersenhelften houden elkaar als een soort yin en yang in balans, waarbij de rechterhelft het uiteindelijk voor het zeggen heeft. Deze balans is echter precair en is in de Westerse wereld in de afgelopen eeuwen ontwricht: onze linker hersenhelft heeft de troon van de rechter hersenhelft overgenomen en heeft ons leren wennen aan een gefragmenteerde en mechanistische wereld die maar een halve waarheid vertelt. Om het in populaire termen te gieten: het hoofd overheerst, we kunnen niet meer bij ons hart. We zitten gevangen in een gesloten wereld waarbij ontsnappingsroutes als kunst, natuur en religie in toenemende mate zijn geblokkeerd, met grote rampen tot gevolg.

De hemisferische lateralisatie
Drie eeuwen voor Christus vroegen Griekse medici zich al af waarom er twee hersenhelften zijn en wat elk van hen doet. De structurele, macroscopische asymmetrie mag dan al reden geven tot verwondering, de grote verschillen op functioneel niveau doen de fascinatie alleen maar toenemen. Zo zijn de taalgebieden van Wernicke en Broca in de linker hersenhelft gelokaliseerd en reageren beide helften anders op hormonen en medicijnen. Die lateralisatie blijkt geen toeval te zijn en is te herleiden tot een duidelijk evolutionair voordeel. Hierdoor benaderen we de wereld namelijk met twee manieren van aandacht of aandachtigheid, waarvan de integratie een soort ideale perceptie geeft.

Die twee wijzen van aandacht zijn enerzijds een brede, wijde, open en alerte aandacht, en anderzijds een nauwe, precieze en gefocuste aandacht. Bij vogels corresponderen deze perceptiewijzen zelfs een-op-een met elk van hun ogen. In de hersenen van mensen is dit sterk doorontwikkeld, wat ervoor heeft gezorgd dat we op ‘noodzakelijke afstand’ van de wereld kunnen staan. Zo kunnen we zowel op kleine schaal focussen om objecten te kunnen manipuleren, maar ondertussen ook alert blijven, scannend en beducht op eventueel gevaar. De wijde, open zienswijze is die van de rechter hersenhelft, de gefocuste, precieze die van de linker. Belangrijk is dat het hier niet enkel gaat om een verschil in functie. Met welke aandacht we de wereld tegemoet treden bepaalt wat we zien, omdat we altijd een representatie van de wereld ervaren. Overigens worden beide zienswijzen uiteindelijk geïntegreerd om één weergave van de wereld tot stand te brengen, maar de fenomenologie (bewustzijnservaring) van een van beide hersenhelften kan wel zijn stempel drukken op het uiteindelijke beeld dat we van de wereld vormen.

Die verschillende fenomenologieën van de hersenhelften zijn complex en laten zich niet gemakkelijk in enkele zinnen vatten. Dit gebeurt echter aan de lopende band in populaire psychologietijdschriften waarin de dichotomie (links-rechts) soms wordt doorgetrokken tot twee geslachten (man-vrouw), twee beroepen (wetenschapper-muzikant) of twee emoties (positief-negatief). Ook het onderscheid tussen hoofd en hart is te kort door de bocht, en vraagt om nuancering. Om echt een goed gevoel te krijgen voor het verschil tussen beide helften is het daarom aan te raden om The Master and His Emissary te lezen, maar ik zal hier toch pogen een enigszins accuraat beeld te schetsen.De rechter hersenhelft heeft oog voor het geheel

Belangrijk is dat de rechter hersenhelft een brede en open blik heeft; het is dan ook deze hersenhelft die nieuwe fenomenen waarneemt. Hij ziet het geheel en plaatst de dingen in hun context. De linker hersenhelft focust meer, haalt dingen juist uit de context, abstraheert ze om ze vervolgens te analyseren. De samenwerking tussen de rechter en linker hersenhelft kent een bepaald verloop: een nieuw fenomeen wordt door rechts gepresenteerd aan links, die het probeert te analyseren en te vertalen naar iets wat hij al kent. Daarna wordt een representatie teruggegeven aan de rechterhelft, die nagaat of deze re-presentatie correct is en het vergelijkt met het oorspronkelijke beeld. Deze voorstelling van zaken past ook bij de lokalisatie van de taalgebieden van Wernicke en Broca in de linker hersenhelft: de linker hersenhelft vertaalt de wereld in termen en concepten die hij al kent en is daardoor expliciet. Hierdoor heeft de linker hersenhelft iets geslotens, een zelf-refererende kwaliteit die McGilchrist the hall of mirrors, de spiegelzaal, noemt. Overigens wil dit niet zeggen dat de rechter hersenhelft niets met taal te maken heeft, zoals wel eens is gesuggereerd. Juist de impliciete dimensies van taal, zoals het begrijpen van prosodie (ritme, klemtoon en intonatie), metaforen, verhalen of paradoxen, worden allemaal bemiddeld door de rechter hersenhelft. Omdat de rechter hersenhelft oog heeft voor het geheel, en niet alles opsluit in bekende categorieën, kan hij ook voorwerpen en mensen als unieke individuen herkennen. De rechter hersenhelft is ook op allerlei manieren meer verbonden met het lichaam dan de linker hersenhelft, en is meer betrokken bij het uiten en herkennen van emoties.

Waarop baseert McGilchrist deze verschillen in ervaring? De stap van neurowetenschappen naar fenomenologie is groot en lijkt misschien onoverbrugbaar, maar McGilchrist bouwt zijn zaak zorgvuldig op door het aaneenweven van neurowetenschappelijk en psychiatrisch onderzoek met expressies van de fenomenologie van de linker en rechter hersenhelft. Zo herkent een patiënt bij uitval van een deel van de rechter hersenhelft vaak het linker gedeelte van zijn of haar lichaam (waar het verantwoordelijk voor is) niet meer als het eigen lichaam (asomatognosie). Maar bij uitval in de linker hersenhelft herkent de patiënt zijn of haar hele lichaam nog wel. De rechter hersenhelft, die in dat geval nog werkt, is dus meer verbonden met het lichaam. Zo’n gebrek aan herkenning van het lichaam door uitval in de rechter hersenhelft kan vervolgens opgeheven worden door de linker hersenhelft wat te remmen, een bewijs dat de asomatognosie niet alleen het gevolg is van letsel van de rechter hersenhelft, maar ook van de daardoor verstoorde balans met de linker. Naast infarcten geven patiënten met hersenbloedingen of operatief doorgehaalde hersenbalken (zgn. split-brain patients) opvallende afwijkingen in hun perceptie van individuen, hun begrip van de context en hun uiting van emoties, om een paar voorbeelden te noemen. Ook schizofrene patiënten, bij wie de linker hersenhelft overmatig functioneert, vormen een inkijkje in de fenomenologie van de linker hersenhelft.

De strijd tussen de hersenhelften
McGilchrist geeft niet slechts een fascinerend kijkje in de werking van de hersenen, maar koppelt deze ook nog aan de cultuurgeschiedenis. Hij stelt namelijk dat door het homeostatische karakter van het brein (de helften die elkaar in een dynamisch evenwicht houden) er schommelingen kunnen optreden in welke aandachtswijze we prefereren. Hierbij vindt er een wederzijdse beïnvloeding van brein en buitenwereld plaats.

Waar de dominantie van links of rechts al in een mensenleven kan verschuiven, gebeurt dit in grotere en ingrijpendere mate op collectief, cultureel niveau. Door de Westerse geschiedenis heen is de verhouding tussen de hersenhelften daardoor steeds veranderd, waarbij de voorkeur voor links of rechts in een pendulebeweging werd afgewisseld. In het tweede deel van zijn boek probeert McGilchrist de sporen van deze pendulebeweging te traceren. Zo ziet hij bijvoorbeeld in de Renaissance een herwaardering voor de rechter hersenhelft, waardoor er een betere balans tussen links en rechts kon ontstaan. Hij benoemt een legio aan aspecten die hierop wijzen, zoals de terugkeer van het perspectief in de kunst, een waardering van het individu, een voorkeur voor het impliciete en intuïtieve en een erkenning van context. De slinger bereikte vervolgens het einde van haar loop en maakte rechtsomkeert. Zo ziet McGilchrist in de Reformatie, die hij in eerste instantie positief beoordeelt, uiteindelijk een overwinning van het denken van de linker hersenhelft, met als gevolg een rationalistische benadering van religie, de nadruk op het letterlijke woord en onbegrip voor metaforen zoals de eucharistie.McGilchrists these lijkt een nieuwe grand theory of everything

Al ziet McGilchrist een correlatie tussen culturele tijdsperioden en de zienswijzen van de hersenhelften, hij wil ze geenszins reduceren tot puur fysiologische ontwikkelingen maar plaatst de invloed van de hersenhelften naast sociaaleconomische, politieke en andersoortige oorzaken. Toch roept dit gedeelte van het boek de meeste kritiek op. McGilchrists these lijkt een nieuwe grand theory of everything, een omvattend paradigma dat hij op de hele Westerse geschiedenis kan plakken. Maar hij overtuigt wel. Met de grondige uiteenzetting van het verschil in fenomenologie tussen beide hersenhelften begin je een gevoel te krijgen voor hoe elke hersenhelft de wereld aanschouwt, en lijken de expressies van prominente cultuurdragers van bepaalde periodes inderdaad links- of rechts-hemisferisch georiënteerd te zijn. De verbinding tussen cultuur en natuur die McGilchrist hier maakt is misschien moeilijk te slikken, wellicht omdat we in onze tijd geneigd zijn om ofwel alles te reduceren tot materiële processen ofwel met een strikt dualisme een wig drijven tussen de natuurwetenschappen en de geesteswetenschappen. Maar dat het brein plastisch is en dat zijn vorm zelfs beïnvloed kan worden door ervaringen, ideeën of culturele expressies is onomstreden. Zo haalt McGilchrist onder andere onderzoek aan dat aantoont dat er bij Londense taxichauffeurs een toename is waar te nemen in de grootte van het hersengebied dat verantwoordelijk is voor ruimtelijke oriëntatie. Bovendien zet McGilchrist uitvoerig uiteen hoe cultuurbepaalde opvattingen of voorkeuren een generatie-overstijgende impact op het brein kunnen hebben.

Homeostatische disruptie
McGilchrists analyse van de Westerse brein- en cultuurgeschiedenis neemt een steeds donkerder wending. Al is deze analyse op zich niet geheel vernieuwend – McGilchrist sluit nadrukkelijk aan bij onder anderen Nietzsche en Heidegger – het feit dat ze onderbouwt wordt vanuit de ‘harde wetenschap’ van de neuropsychiatrie geeft haar een extra dimensie. Die onderbouwing luidt als volgt: sinds het intreden van de moderniteit is de linker hersenhelft in toenemende mate het primaat van de rechter over gaan nemen, met desastreuze gevolgen. McGilchrist spreekt graag in antropomorfische metaforen over beide helften en verklaart dit dan ook aan de hand van verschillen in het ‘karakter’ van beide hersenhelften. Waar de rechter erkent dat er altijd een aspect van de werkelijkheid onkenbaar blijft en ons kennen dus nooit volledig is, heeft de linker een onredelijk optimistisch geloof in zijn eigen kunnen. Dit heeft onder meer te maken met de zelf-refererende natuur van de linkerhelft. Om uit de spiegelzaal te breken heeft hij transcenderende ervaringen nodig, zoals ze te vinden zijn in kunst, natuur en religie, domeinen waar de rechter hersenhelft bij uitstek bij betrokken is. De linker hersenhelft is ook de helft die nodig is voor manipulatie, en is daardoor geneigd steeds meer zaken binnen haar invloedssferen te brengen. Waar echter in eerdere episodes van de geschiedenis de linkerhelft uiteindelijk werd gecorrigeerd door de rechter, bijvoorbeeld door een hernieuwde waardering van kunst of natuur (zoals in de Renaissance en de Romantiek), heeft hij recentelijk totalitaire trekken gekregen en een greep naar de macht gedaan.

Sinds de industrialisatie is het de mens namelijk steeds beter gelukt om de wereld naar haar hand te zetten en op deze manier de wereld van de linker hersenhelft te externaliseren. Doordat we onze leefwereld steeds beter konden manipuleren, konden we haar vormen naar het beeld wat de linker hersenhelft van haar heeft, namelijk als statisch, overzichtelijk en mechanisch. Een voorbeeld hiervan is de ‘vervierkanting’ waar Arjen van Veelen over spreekt: het vierkant is hét voorbeeld van een kunstmatige vorm die niet of nauwelijks in de natuur voorkomt maar zich bij uitstek leent om de wereld in te kaderen en haar zo op de meest efficiënte wijze te onderwerpen.[2] Door onze spullen, huizen en agenda’s op te delen in vierkante blokken zijn we gewend geraakt aan een statische, overzichtelijke en controleerbare wereld. Door dit soort externalisaties worden de ontsnappingswegen uit het spiegelpaleis afgesloten en wordt wat McGilchrist de ‘ontologische voorrang van de rechter hersenhelft’ noemt teniet gedaan. Niet het Andere, maar de wereld die wij zelf hebben geprojecteerd wordt dan aangeleverd aan de rechter hersenhelft. De pre-reflectieve ervaringswereld verwordt zo tot een zelfprojectie. Geen wonder dat reductionistische filosofieën zoals materialisme dan gaan grossieren, zegt McGilchrist. Zo’n gesloten wereldbeeld kan geëxternaliseerd worden naar een wereld die inderdaad alleen lijkt te bestaan uit manipuleerbare materie. Bovendien veranderen kunst, religie en natuur zelf ook door ons toedoen – ze worden platgeslagen en ontdaan van hun transcendentie-bemiddelende mogelijkheden. Het bestaan van iets anders, iets wat ons overstijgt en onbeschikbaar is (zie Hartmut Rosa) wordt ontkend; een kille instrumentalistische wereld is alles wat ons rest.[3] ‘De wereld van de schizofrene wordt steeds meer de onze’

 Huiveringwekkend wordt het wanneer McGilchrist deze wereld vergelijkt met de wereld zoals die wordt ervaren door patiënten met schizofrenie, waarbij er sprake is van een overmatige actieve en dysfunctionele linker hersenhelft. Opvallend is dan ook dat waar veel psychiatrische stoornissen al eeuwen lijken te bestaan, schizofrenie een betrekkelijk recent fenomeen is, dat sinds de industrialisatie met name in het Westen in toenemende mate vaker voorkomt. In wezen betreft de schizofrene (linker hersenhelft) fenomenologie een verstoorde verhouding tussen zelf en wereld: een hyperbewustzijn; een afstandelijke, vervreemde aandacht; een verlies van onmiddellijke fysieke en emotionele ervaring; en het verdwijnen van coherentie in de wereld, waardoor deze gefragmenteerd en betekenisloos wordt. Zo’n wereld kan dan weer leiden tot gevoelens van argwaan, onverschilligheid of verveling, waar sensationalisme op volgt. Volgens McGilchrist wordt deze wereld steeds meer de onze.

De gevolgen laten zich raden. De ecologische crisis, polarisatie, depressies, doorgeslagen individualisering, een gebrek aan betekenisgeving, McGilchrist ziet de verstoorde balans van de hersenhelften als een van de grote motoren van de moderne malaise. De kracht van McGilchrists betoog zit hem in het feit dat hij deze ‘pathologie’, om in de medische sferen te blijven, niet alleen cultuurkritisch duidt, zoals velen voor hem al hebben gedaan, maar dat hij dit staaft met een neurofysiologische benadering. Zo wordt de moderne reductie van de wereld tot een puur materiële werkelijkheid juist in twijfel getrokken vanuit de wetenschap die ze zo hoog in het vaandel heeft en die zelf vanuit een immanent frame opereert. Dit maakt zijn werk tot een aanknopingspunt tussen de geesteswetenschappelijke analyses van de moderniteit en de natuurwetenschappen, die juist zo vaak samen lijken te vallen met een materialistisch wereldbeeld.

Zoals gezegd is de teneur van McGilchrists werk pessimistisch, maar ze is niet defaitistisch. De ontoereikendheid van het systeem dat de linker hersenhelft heeft opgetuigd wordt steeds duidelijker en bovendien is de pendule eerder van koers gewijzigd. Misschien staan we wel aan de vooravond van een herwaardering van de rechter hersenhelft, wie zal het zeggen? Dat een balans tussen de hersenhelften hervonden moet worden, staat voor McGilchrist in ieder geval vast. Zo’n balans is er in het Westen eerder geweest, zoals in de hoogtijdagen van de klassieke periode of gedurende de Renaissance. Kenmerk van het aanbreken van zo’n periode is dan ook een herwaardering voor de bemiddelaars van transcendentie: kunst, religie, poëzie, literatuur, natuur, gemeenschap en lichamelijkheid. Alleen door een hernieuwde oriëntatie op het Andere en een relativering van het mechanische wereldbeeld van de linker hersenhelft valt het tij nog te keren.

M. Bouman (Ma) is promovendus op de Vrije Universiteit. Zijn onderzoek gaat over de verhouding tussen theologie en religiewetenschappen. Met zijn scriptie over spirituele intelligentie bij Iain McGilchrist en Meister Eckhart won hij de nationale Jan Brouwer scriptieprijs op het gebied van religiewetenschappen en theologie, uitgereikt door de KHMW.

  1. Iain McGilchrist, The Master and His Emissary. The Divided Brain and the Making of the Western World, New Haven; London: Yale University Press, 2009.
  2. Arjen van Veelen, Rotterdam. Een ode aan inefficiëntie, 2022.
  3. Hartmut Rosa, Onbeschikbaarheid, 2022.